Michel van de Waart in Amsterdam

Sehnsucht

Michel van der Waart
Michel van der Waart
Een man en een vrouw bevinden zich in een zwevende kubus, die is ingericht als een kamer. Eens in de zoveel tijd draait de kamer 90 graden, waardoor de zijwanden veranderen in plafond en vloer en vice versa. De man en de vrouw hergroeperen zich, ernstig maar sierlijk, alsof niet zojuist hun leven op zijn kop is gezet. Ze tasten de ruimte af, kijken peinzend om zich heen maar blijven uiteindelijk waar ze zijn.

Sehnsucht is een voorstelling van het Nederlands Dans Theater, in de choreografie van Paul Lightfoot en Sol León. Ik bezocht de voorstelling op een zonnige meiavond in de Stopera te Amsterdam. Terwijl buiten plezierbootjes op de Amstel voeren speelde zich binnen een mooie, dramatische droom af. In die droom wordt niet gesproken, de enige taal is die van het getrainde lichaam. Wel heeft de voorstelling een titel: Sehnsucht.

In het programmaboekje wordt over de titel opgemerkt:

‘Sehnsucht is a German word that literally means “longing” or in a wider sense a kind of “intensely missing”. However, Sehnsucht is almost impossible to translate adequately and describes a deep emotional state.’

En verderop, tussen haakjes en met bronvermelding:

‘(Sehnsucht is one of those quasi-mystical terms in German for which there is no satisfactory term in another language. - Wikipedia)’

Is Sehnsucht inderdaad een typisch Duits woord? Of een typisch Duits gevoel? Wat Sehnsucht onderscheidt van gewoon verlangen is dat het een onbereikbaar iets of iemand betreft. Meestal richt het verlangen zich op iets immaterieels, een ideaalbeeld. Zo zeg je: Lust auf Kaffee. Of: Lust auf ein heisses Bad. Maar: Sehnsucht nach Liebe. Sehnsucht heeft ook iets onbestemds, waardoor niet het begeerde maar de emotie zelf de meeste aandacht opeist. Zoals heimwee naar een plek waar je nooit geweest bent. Het woord is een samenstelling van ‘sehnen’ (verlangen) en ‘Sucht’ (verslaving). Een bitterzoet gevoel dus dat niet alleen pijnlijk is maar ook uitnodigt er lekker in te zwelgen.

Wat maakt dat vooral onze oosterburen aan Sehnsucht lijden? Het klimaat? Het landschap? Ik las een interview met Rudiger Safranski waarin hij uitlegt dat de Romantiek in Duitsland een hoge vlucht nam omdat het geen zeevarende natie was. Terwijl veel omringende landen in West- en Zuid-Europa het ruime sop kozen om op ontdekkingsreis te gaan, zochten de Duitsers de nieuwe horizon in zichzelf. Zij gingen niet naar buiten maar naar binnen, niet de breedte in, maar de diepte, of de hoogte.

In de literatuur vind je daarvan schitterende voorbeelden. Zo staat Der Zauberberg van Thomas Mann symbool voor de ijle geestelijke wereld waartoe de Duitse elite aan het begin van de 20e eeuw haar toevlucht nam. En in zijn meesterwerk Der Turm laat Uwe Tellkamp zien hoe Bildungsbürger in de DDR aan het repressieve systeem proberen te ontsnappen via kamermuziek en klassieke literatuur. Hun escapisme is niet alleen een mentale overlevingsstrategie maar ook een duidelijke vorm van Sehnsucht, die Tellkamp omschrijft als ‘die süsse Krankheit Gestern’.

Is Sehnsucht nog van deze tijd? Of een verouderd romantisch begrip, hoogstens bruikbaar als ‘quasi-mystieke’ titel voor een balletvoorstelling van het Nederlands Dans Theater of een cd van metalband Rammstein? Navraag bij Duitse vrienden wijst uit dat Sehnsucht inderdaad nogal een ouderwets woord is, dat in het dagelijks vocabulair niet vaak voorkomt. In het moderne Duitsland van Angela Merkel heeft men weinig tijd voor weemoedig gestaar in de verte. En waarom ook? De wereld is klein en vol geworden, alles ligt binnen handbereik. Het moet alleen nog op een adequate, vriendelijke en pragmatische manier gemanaged worden.

Maar wie op zoek gaat naar Sehnsucht hoeft niet ver te boren, en zeker niet in Duitsland. Het overkwam me niet lang geleden in Chemnitz, het voormalige Karl-Marx-Stadt. Ik overnachtte er tijdens een vakantiereis, alleen. Ik trof een ogenschijnlijk dunbevolkte stad aan, waarvan het centrum werd gedomineerd door nieuwbouw. ’s Avonds waren de brede straten uitgestorven; geen bars of disco’s voor jongeren te bekennen. Uiteindelijk belandde ik in een bioscoop op de bovenste etage van een winkelcentrum, waar ik met vijf anderen verspreid zat over een zaal met 500 zitplaatsen. In deze omgeving ervoer ik een vreemde en onbestemde melancholie die zelfs met een emmer popcorn niet te stillen was.

De volgende dag nam ik op goed geluk de tram om de stad te verkennen. Ik stapte uit in een buitenwijk, bij de halte Chemnitz-Flughafen. Aan een bejaarde vrouw met boodschappentas vroeg ik waar zich precies het vliegveld bevond. Ze legde me uit dat ik de flatgebouwen, de Aldi en het parkeerterrein weg moest denken. Met armgebaren bootste de vrouw na hoe hier vroeger, toen ze nog jong was, de vliegtuigen opstegen en landden. Ze onderbrak haar verhaal, zuchtte en glimlachte verontschuldigend. ‘Na ja, ist schon lange her...’ Ik knikte. Samen keken we naar de mensen die boodschappen in hun auto’s laadden, onder een hoge, bewolkte lucht.

Michel van de Waart
Februari 2010

Michel van de Waart werkt sinds 2008 bij de Amsterdamse uitgeverij De Arbeiderpers als acquirerend redacteur voor de secties Nederlandse fictie, vertaalde fictie en non-fictie. Hij is ook verantwoordelijk voor de reeksen privé-domain en oorlogs-domain. Verder werkt hij nog als vertaler van Duitse Literatuur, maar heeft eveneens belangstelling voor geschiedenis, filosofie en beeldende kunst.

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Weblog: „Meet in Finland“

    Onder „Meet in Finland“ kunt u lezen wat schrijvers en kunstenaars, die op uitnodiging van het Goethe-Institut een langere tijd in Finland doorbrengen, daar beleven.