Martin Dammann

Martin Dammann in gesprek met Rory MacLean

Copyright: Rory MacLean
Copyright: Rory MacLean
Martin Damman (links)
met Rory MacLean
De schilderijen van Martin Dammann laten me niet meer los, sinds ik de man vorige herfst voor het eerst een bezoek bracht in zijn studio in Berlijn-Treptow. Er lag toen een grote, etherische aquarel, op de grond. Het werk was bijna af en toonde vier schimmige soldaten in een ontspannen houding aan een Belgisch strand, vier silhouetten met op de achtergrond het Nauw van Calais. Het model voor dit werk – een kleine, verbleekte momentopname in zwart-wit uit het jaar 1917 – hing aan de wand. De foto was op zich niet opmerkelijk, maar Damann maakte door het gebruik van opvallend emotionele kleuren van dit beeld een van de boeiendste schilderijen die ik ooit gezien heb.

“Ik voel me verwant met de soldaten”, zegt hij, terwijl we VOR MIR aanschouwen. Op het moment dat de foto werd gemaakt, tijdens de Eerste Wereldoorlog, vormde het Belgische strand, dat Dammann al kent van toen hij nog een kind was, het einde van het 600 kilometer lange westelijke front. “Ik weet iets wat zij weten, en dat gemeenschappelijke gegeven brengt mij zowel in hun tijd als op een tijdloze plaats. Ik probeer mijn emotionele reactie intuïtief weer te geven in mijn werk.”

Vor mir. Copyright: Martin DammannBegin deze maand zagen we elkaar terug, in Café Morena, een populaire ontmoetingsplaats in Kreuzberg, waar men de hele dag door Spaans ontbijt en cocktails tegen 5 euro per stuk kan krijgen (“immer Happy Hour ...”). Dammann, wiens smalle gezicht nog benadrukt wordt door zijn lange, grijzende haar, bestelt koffie met appeltaart en begint te vertellen over de reis die zijn werk tot nu toe is geweest.

Toen hij dertien was, wist hij niet of hij liever diepzeeonderzoeker, paleontoloog dan wel kunstenaar wilde worden. “De impuls was voor de drie beroepen dezelfde: dingen opdelven, die nog niemand gezien heeft.”

Hij koos voor het beroep van kunstenaar en volgde om te beginnen een opleiding tot meubelmaker, “zodat mij ouders gerust waren, voor het geval het als kunstenaar niet zou lukken.” Daarna ging hij naar de academie voor schone kunsten in Bremen. Toen hij daar afstudeerde, wist hij echter niet meer welke kant hij op moest. “Eindelijk kon ik me vrij uitdrukken, en ik wist niet wat ik wilde vertellen. Dat was voor mij een echte crisis. Om een uitweg te vinden, besloot ik een tijd te gaan wandelen in de bergen. Daar verschenen voor mijn geestesoog plots modelbouwgevechtsvliegtuigen.“

Ik vraag om verduidelijking.

“Zoals de meeste jongens was ik bezeten door plastic vliegtuigen. Ik knutselde er tientallen in elkaar: Duitse, Engelse, Amerikaanse. Toen ik vond dat ik er te veel van had, verbrandde ik ze. De rook was zo realistisch. Ik ruik de geur nog steeds. Ik had al jaren lang niet meer aan de modellen gedacht, en nu wou ik – uit nieuwsgierigheid of sentimentaliteit – weer knutselen. Het idee nam me helemaal in beslag. Maar ik stond op een berg en ik moest wachten tot ik in een stad in het dal bij een speelgoedwinkel kwam. Die paar dagen vol verlangen waren vreselijk. Ik schrok van de hevigheid van mijn gevoelens. Ik wist dat ik mijn ding gevonden had.”

De obsessie die Dammann als kind had met oorlogsvliegtuigen groeide ineens uit tot een fascinatie voor oorlogsbeelden in zijn leven als volwassen man. Van de Duitse academische uitwisselingsdienst DAAD kreeg hij een beurs om naar Groot-Brittannië te gaan. In Londen stootte hij toevallig op het pas opgerichte Archive of Modern Conflict, dat zich toelegt op private oorlogsfotografie. De archivarissen verleenden hem onbeperkte toegang tot de prachtige verzameling foto’s uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Hier vond hij onbekende snapshots van amateurs – niet de gebruikelijke oorlogsfoto’s vol geweld – die hij in zijn schilderijen op zijn eigen manier kon interpreteren en voorzien van sterke emoties, schokkende kleuren en geheimzinnige aspecten.

“De foto’s die ik uitkoos, zijn beelden waarbij ik een onverwacht, onduidelijk en toch scherp gevoel heb, onzichtbaar... alsof het moment waarop de foto’s gemaakt werden een speciale betekenis had. En hoewel het onmogelijk is dit met behulp van licht en een fotochemisch proces over te dragen, blijft toch een echo van die betekenis merkbaar.”

Zijn doel is niet het verleden in leven te houden, maar ermee het heden een spiegel voor te houden om de eigen identiteit te tonen.

“Wat me bijvoorbeeld fascineert, zijn groepen, en hoe het individu daarin opgaat, vooral in oorlogstijd. Dat betekent niet dat ik de soldaten benijd. Integendeel, het individualisme is voor mij het hoogste wat er is, en het is voor mij ondenkbaar te moeten afstand doen van mijn eigen ik. Dat is natuurlijk de reden waarom die foto’s me zo sterk raken. Bij mijn werk laat ik me leiden door mijn gevoel.”

Dammanns gedurfde, duidelijk herkenbare schilderijen trokken al snel de aandacht in Duitsland en daarbuiten. Deze week pendelt hij tussen tentoonstellingen in Wenen, Stuttgart en Berlijn.

“Het werd me langzaam duidelijk dat Duitsland en ik een gelijklopende geschiedenis hebben. Ik werd me ervan bewust hoe sterk mijn eigen identiteit beïnvloed is door het Derde Rijk. Dat is een hoofdstuk uit onze geschiedenis dat op mij een verwarrend en bevreemdend effect heeft: de gebeurtenissen uit die tijd zijn niet verkeerd te begrijpen en moeten juist beoordeeld worden. Zoals andere Duitsers stootte ook ik voortdurend op dit ongelooflijke kluwen, dit eigentijdse probleem, en ik denk dat mijn fascinatie daar een gevolg van is.”

Hoewel zijn schilderijen soldaten en burgers van uiteenlopende nationaliteiten laten zien, breekt hij met zijn expressieve werken de defensieve muur af, die moderne Europeanen van de nazi’s moet scheiden. Volgens mij wil hij duidelijk maken dat zij niet anders zijn dan wij, maar dat Duitsland fundamenteel veranderd is en dat rampzalige gebeurtenissen steeds weer hun stempel drukken op de identiteit. Hij neemt niet deel aan politieke discussies die de vraag naar waarheid en moraliteit opwerpen, maar biedt in de plaats daarvan een artistieke nieuwe interpretatie van mogelijkheid en beleving.

“Ik wilde altijd al clichés vermijden. Van meet af aan stelde ik mezelf de vraag: hoe kan ik clichématige oorlogsbeelden omzeilen? Het antwoord was dat ik mijn benadering van de inhoud even sterk moest maken als de inhoud zelf. Het cliché was ook de reden waarom ik me vooral toelegde op schilderen met waterverf. Het is het meest afgezaagde materiaal, zeker in de landschapschilderkunst, waar ik mee werk. Ook hier probeer ik het vertrouwde op een niet vertrouwde manier te zien.”

Dammann bekent: “Ik daag mezelf graag uit.”

White Nights. Copyright: Martin DammannDie vastberadenheid hielp hem bij het creëren van een opvallend oeuvre. Zoals in veel van zijn andere schilderijen zijn ook de kleuren in VOR MIR vaak bewust onharmonisch. Elk beeld zinspeelt op een verhaal, maar deze schimmige en wazige omgang met het onderwerp roept vragen op en verlangt van de toeschouwer dat hij zelf zijn weg vindt. In WHITE NIGHTS moet de toeschouwer zich bijvoorbeeld afvragen of de soldaten Duitsers of Russen zijn. Verbranden ze een dorpswoning of voorzien ze die van een nieuw strodak? Net als het werk van Howard Hodgkin zijn ook de schilderijen van Dammann “concrete beelden van gevoelssituaties” (citaat Hodgkin). Ze gaan over echte gebeurtenissen (zij het gebeurtenissen die Dammann niet zelf beleefd heeft). Vaak geven ze de indruk van werken die niet af zijn, niet zoals statische stillevens, maar zoals organische beelden die nog in wording zijn.

Bij het doornemen van zijn werken wijs ik hem erop dat de menselijke figuren vaak als negatieve ruimtes voorgesteld worden, d.w.z. als leeg, wit papier. “Weet je, bij aquarelschilderen is datgene wat men niet doet vaak belangrijker dan dat wat men wel doet”, lacht Dammann.

Rory MacLean
oktober 2008

    Dossier: Media Art in Germany

    History, tendencies, names and institutions