Nadine Rennert

Nadine Rennert in gesprek met Rory MacLean

Nadine Rennert with Rory MacLean
Nadine Rennert met Rory MacLean
Nadine Rennert  
met Rory MacLean
Hoe komen ideeën tot stand en hoe zet een kunstenaar ze om, bijvoorbeeld in een Moby Dick of een Venus van Milo? De dichter en criticus Craig Raine zei ooit: “De opdracht van de kunstenaar is te allen tijde compromisloos eenvoudig: hij moet uitzoeken wat nog niet gedaan is, en dat doen.” Ezra Pound drukte het nog kernachtiger uit. “MAKE IT NEW,” schreef hij in The Cantos.

Scheppend werk is geen eenvoudig vak. Behalve passie, oprechtheid, durf en kunstvaardigheid beschikken alle kunstenaars die ik heb leren kennen ook over een stalen hardnekkigheid. Is de huur te laat betaald? Hebben de critici de laatste tentoonstelling met de grond gelijkgemaakt? De partner wil graag trouwen en een dozijn kinderen grootbrengen? En dan? Een echte kunstenaar moet de deur van zijn atelier voor eenieders neus dichtgooien en verder werken, ook al gedraagt hij zich dan niet bepaald als een sociaal mens. Des te opmerkelijker is dat wat beeldhouwster Nadine Rennert presteert. Ze heeft niet alleen verbluffend origineel werk gemaakt, maar is daarbij ook nog eens een buitengewoon aardig persoon gebleven.

“Mijn ideeën zijn enerzijds afkomstig van dingen die ik zie, en komen anderzijds uit ergens diep in mijzelf,” vertelt ze terwijl ze me rondleidt door haar tentoonstelling in het Berlijnse Georg Kolbe Museum. “Een gevoel of beeld komt in me op, misschien in de tijdsspanne tussen slapen en ontwaken. Ik bewaar het vanbinnen, ik koester het, alsof ik erover wil mediteren, en probeer te ervaren wat het met me doet. Als het me voldoende raakt, als het echt is, dan begin ik het te tekenen.”

Later krijgt de tekening een materiële vorm. Ze wordt uitgewerkt in zijde of kant, polyesterwol of zelfs elektrische lichtjes. Dat is een proces van verandering en ontdekking, een veeleisend werk dat tevens tot nadenken aanzet: het scheppen van haar sculpturen duurt tot drie volle maanden.

Selbdritt.  Copyright: Nadine RennertRennert blijft staan bij een dynamische constructie van drie met elkaar verbonden naakte lichamen, die verwijzen naar een traditioneel thema uit de christelijke kunst. Elke generatie zit op de schoot van die ervoor. De handen van de Heilige Anna grijpen diep in de rug van haar dochter, de Maagd Maria, en de handen van Maria steken in de rug van haar kind, Jezus.

“Het uitgangspunt voor mijn Selbdritt was Leonardo da Vinci’s Anna te Drieën,” zegt Rennert. “Ik vond het echt geweldig hoe hij die drie generaties met elkaar verbond in een enkele beweging. Ik wilde datzelfde idee verwerken in een sculptuur, de dialoog aangaan met de invloed van het verleden, en tonen hoe de vorige generaties ons nog steeds beïnvloeden. Bovendien wilde ik ook de mystieke kant van familiebanden onderzoeken.”

Selbdritt.  Copyright: Nadine RennertAan de muur van de galerie hangt nog een andere versie van haar Selbdritt, die een duidelijk beeld geeft van Rennerts manier van werken. Op een foto is ze zelf te zien, naakt, op de plaats van Maria. De handen van de Heilige Anna reiken tot diep in haar rug, net zoals haar eigen handen in het lichaam van het polyesterwollen Jezuskind grijpen.

“Ik neem vaak mezelf als model,” zegt ze. “Dat is gemakkelijk, ik ben steeds beschikbaar. Maar ik vind het vooral belangrijk dat ik me in het beeldhouwwerk kan verplaatsen. Ik moet vanbinnen voelen wat er gebeurt. Pas dan kan ik de nodige afstand nemen en aan het geheel gaan werken.” “Bij de hedendaagse lichaamsbeeldhouwkunst is een dilemma merkbaar,” vervolgt ze.

“Bij de hedendaagse lichaamsbeeldhouwkunst is een dilemma merkbaar,” vervolgt ze. “Bij nieuwe werken wordt vooral aandacht besteed aan het fysieke – spieren, botten, pezen – ten koste van het innerlijke, van de psychische aspecten. Mijn vroegere werken waren abstract en leerden me hoe belangrijk de ziel van een werk is. Zo leerde ik om niet enkel belang te hechten aan de loutere anatomie. Ik verken de mogelijkheden van lichamen, maar ik begin altijd met de ziel van mijn onderwerp.”

De foto doet me denken aan Pygmalion en Galatea van Gérôme, waarin de kunstenaar zichzelf opvoert als een beeldhouwer die een geïdealiseerd vrouwenbeeld beitelt en tot leven wekt. Als ik dat aan Rennert vertel, lacht ze en wijst ze op een kleine postkaart, een verwijzing in de foto, waarop precies dat schilderij te zien is.

“Mannelijke beeldhouwers streven in hun creaties vaak naar de perfecte vrouw. Bij vrouwelijke kunstenaars ligt dat anders. Ik zie het veeleer als een proces en werk liever regeneratief dan dat ik iets perfects tracht te scheppen.”

Flucht auf der Stelle.  Copyright: Nadine RennertVan een gevallen valschermspringster, in een valscherm gewikkeld, gaan we naar een kleine blinde kinderetalagepop, die zich een idee vormt van de toekomst, en naar een gezicht dat gevangen zit in een vogelnet. In Rennerts werk lijken de binnen- en buitenwereld met elkaar te versmelten, lijkt het lugubere zich te vermengen met sprookjes en archetypische droombeelden. We blijven staan bij Flucht auf der Stelle: een sterke maar op de knieën gedwongen vrouwenfiguur met zeven benen en met een puntige kap over het hoofd, maar verder naakt, onkwetsbaar en toch onbeschermd.

“In mijn werk geef ik zoveel van mezelf prijs, dat ik me zelf soms naakt voel.” Ze gebaart naar de pijnlijk gevangen loopster, vervloekt en niet in staat om te vluchten. “Dit is een beeldhouwwerk. De bezoekers lopen eromheen, bekijken het met een onderzoekende blik, en ik heb het gevoel dat ze in mijn binnenste kijken.” Haar vastberadenheid om zichzelf te laten zien heeft haar interesse voor identiteit en veiligheid doen toenemen. “In mijn werk interesseer ik me voor de manieren waarop wij onszelf trachten te beschermen door veilige situaties te creëren. Bij nader inzien blijkt die veiligheid vaak een illusie. Onze illusies vallen in elkaar en we zijn weer naakt.”

Inwendiges Warten.  Copyright: Nadine RennertTot slot komen we bij Inwendiges Warten: op de grond liggen twee onheilspellende, in zwarte gewaden gehulde wezens. Aan de vingers van hun handschoenen branden kleine lampjes. Ze doen me denken aan monniken zonder hoofd, verzonken in gebed, geraakt door het goddelijke licht. “Ik probeer open te zijn in mijn werk en de toeschouwer ertoe aan te zetten zijn eigen verhaal in het werk te leggen, het op die manier te activeren,” zegt Rennert. “Voor mij zijn dit twee menselijke of dierlijke figuren, allebei donker en mysterieus, die hun vingertoppen – het meest gevoelige deel van het lichaam – naar elkaar reiken, om elkaar te beschijnen en interesse voor elkaar te tonen.”

Schinkel schreef: “Kunst betekent helemaal niets, als ze niet nieuw is.” Inwendiges Warten is spookachtig en zoals zoveel van Rennerts werk anders dan alles wat ik al ooit gezien heb – een confrontatie van onderdanigheid en surrealisme, die een verwarrende dynamiek creëert. Ik vraag Rennert hoe ze de zin van haar werk zou omschrijven. “Ik ontdek graag dingen die tot dan toe nooit bestaan hebben,” zegt ze. Het klinkt als een echo van Craig Raine. “Het is leuk, maar men moet vertrouwen hebben in zichzelf, en dat is niet eenvoudig. Maar ik zie mezelf ook in de traditie van de kunst. Ik vind graag mijn plaats in een proces. Door mijn werk te laten zien ben ik een deel van dat proces. Ik zie het als een geschenk, een geschenk aan ons allen.”

Rory MacLean
februari 2009
Links over dit onderwerp

Dossier: Media Art in Germany

History, tendencies, names and institutions