Daniel Rosenthal

Interview met Daniel Rosenthal door Rory MacLean

Daniel Rosenthal
Daniel Rosenthal
„Om te begrijpen waarom ik fotojournalist geworden ben, moet ik je over mijn familie vertellen“, zegt Daniel Rosenthal, terwijl hij in zijn appartementstudio een sigaret rolt. Hij bevochtigt het papier, steekt het vloeitje in zijn mond en begint te praten.

“Mijn vader was een jood, geboren in Timisoara voor de Tweede Wereldoorlog. Toen hij vijf jaar oud was, bracht mijn grootvader, die een voorgevoel had van wat zou komen, hem naar Parijs, kocht valse papieren en schreef hem in bij een duur internaat. Toen Frankrijk viel, dook mijn grootvader onder, op een zolder in de buurt van de school. Vijf jaar lang wandelde een vriend, die op mijn vader oppaste, elke week op hetzelfde tijdstip met mijn vader over straat, zodat mijn grootvader naar buiten kon kijken en zien dat zijn zoon nog leefde.”

Rosenthal haalt diep adem, ondanks de vervlogen jaren is de emotie nog steeds rauw, en het overleven van zijn vader nog steeds een open wonde.

„In 1945 verhuisde mijn grootvader naar Hadamar en kocht een oude textielfabriek. Toen mijn vader oud genoeg was, nam hij het bedrijf over, en het was daar dat hij mijn moeder ontmoette.

Rosenthal trekt aan zijn sigaret en komt dan tot de ironische twist in zijn familieverhaal.

“De vader van mijn moeder was SS officier. Tijdens de oorlog was hij sportleraar aan de Bad Tölz Junkerschule, een van de elitescholen voor de opleiding van officieren voor het Waffen-SS. Hij geloofde rotsvast in Hitler.”

Rosenthal richt zijn lichtblauwe ogen op mij en zegt: „Deze tweespalt – en de politiek in het algemeen – was voor mij van jongs af aan een thema.“

Vandaag is de 37-jarige Rosenthal een van de meest meelevende en vastberaden activisten onder de fotojournalisten van Duitsland. Zijn werk verscheen in GEO, Stern, Sunday Times Magazine, het Nederlandse dagblad de Volkskrant en andere publicaties. Hij werkt ook aan eigen projecten wereldwijd: een exposé over kinderarbeid op de cacaoplantages van de Ivoorkust, een beklemmende zwart-wit reportage over Auschwitz, een studie over de tegenstanders van de globalisering in Heiligendamm, een verslag over de ineenstorting van de stad Moraine in Ohio na de sluiting van de plaatselijke GM montagefabriek. Rosenthal fotografeert geen modellen of oorlogsgebieden, maar plaatsen van ongerechtigheid.

Streetchildren. Copyright Daniel Rosenthal„Ik weet nog, ik moet zeven of acht geweest zijn, dat mijn vader mij zei: ‘Daniel, draag zorg voor de mensen zonder macht die niet voor zichzelf kunnen zorgen.’ Ik heb zijn woorden nooit vergeten”, zegt Rosenthal, en nipt aan een glas appelsap. “Ik ben opgegroeid in de buurt van Weinheim, destijds de hoofdzetel van de NPD, de extreemrechtse neonazipartij van Duitsland. Toen ik vijftien was had ik dreadlocks en zag er uit als een punk. De NPD vechtersbazen hebben mijn vrienden en mezelf gepest en verstoorden onze meetings. Omdat mijn vader mij meegegeven had voor de onderdrukten op te komen, realiseerde ik me dat we hen het hoofd konden bieden. Dus hielp ik mee bij de organisatie van Antifa, de antifascisme beweging in Heidelberg.”

“Terwijl ik die beweging ondersteunde, zocht ik naar mogelijkheden om mij op een andere manier uit te drukken dan door politieke debatten en toespraken op school. Rond die tijd begon ik foto’s van de antifa evenementen te nemen, en in mijn achterhoof groeide het gevoel dat ik misschien wel fotograaf zou kunnen worden.”

Rosenthals eerste fototoestel was een 35mm Praktica, een geschenk van zijn grootvader van moeders zijde. Op het eind van de oorlog werd de voormalige SS officier vier jaar lang door Amerikanen opgesloten, daarna heeft hij zich omgeschoold tot sport- en reisjournalist.

“In zijn huis was er een kamer met honderden van aandenkens uit de hele wereld: een zebravacht, een boog met giftige pijl uit het Amazonegebied en rekken vol fotoalbums uit Afghanistan, India en Nepal. Ik veronderstel dat ik door zijn collectie de smaak voor reizen te pakken kreeg. Maar zijn voornemens betreffende fotografie hadden een averechtse uitwerking, want ik was enkel geïnteresseerd in de mensen die hij haatte.”

HIV sufferers in Malawi. Copyright Daniel RosenthalRosenthals eerste buitenlandse inzet was met de Duitse hulporganisatie Medico International. In Oost-Turkije was hij getuige van – en fotografeerde – het misbruik van Koerden door Turkse soldaten, die door de Europese overheden bewapend werden. Het misbruik sloeg mij met verstomming”, weet hij nog. Hij werd opgepakt omdat hij in een Koerdisch dorp een demonstratie op touw gezet had. Na zijn terugkeer naar Duitsland besloot hij fotojournalist te worden, in weerwil van zijn grootvaders woede over zijn “ondersteuning van terroristen”.

Rosenthal ging naar de Lette school in Berlijn en – dankzij een beurs van de stichting Luftbrückendank – naar het London College of Communication, en studeerde af met onderscheiding. Zijn eerste portrettenreeks – over de berusting bij de verkiezing van Jörg Haiders rechts-nationalistische Vrijheidspartij in Oostenrijk in 2000 – ontstond in samenwerking met zijn medestudente Karijn Kakebeeke. “Toen de uitgever ons verteld dat hij ons werk wou publiceren, sprongen we op en omhelsden elkaar. We waren zo verheugd.”

Industrial accident victim. Bonecrusher series. Copyright Daniel RosenthalOnlangs heeft zijn fotoreportage voor Greenpeace, Die Knochenmühle, internationale herkenning gekregen. Hij reisde voor de reportage heimelijk rond in de provincie Sichuan en documenteerde het harde dagelijkse leven – en de industriële ongevallen – van enkele van de 200 miljoen migrantarbeiders die in China’s fabrieken werken. “Ik was volledig ontzet door de brutale realiteit van hun leven”, zegt Rosenthal met gevoel. “Het was een beklijvende ervaring.”

Rosenthals werkmethode bestaat erin dat hij onzichtbaar probeert te zijn. “Ik neem geen foto’s in het eerste uur van een meeting”, vertelt hij. “Ik zeg niet veel. Ik luister gewoon en observeer. Wanneer de tijd rijp lijkt, neem ik mijn camera en begin te werken. Ik ben geen bijzonder conceptuele mens, ik werk eerder vanuit mijn buikgevoel.”

“Ik probeer foto’s te nemen die op verschillende niveaus werken. Bij elke ontmoeting is er een natuurlijk hoogtepunt, een moment waarop alle verschillende elementen samenkomen, en ik probeer dat moment te anticiperen en vast te leggen. Dat is voor mij de bekoring van fotografie.”

Bonecrusher photo series. Copyright Daniel RosenthalRosenthal is de Praktica van zijn grootvader al lang ontgroeid en gebruikt tegenwoordig een Canon 5D Mark II. Hij neigt ernaar enkel met beschikbaar licht en drie basisobjectieven te werken. In de voorbije jaren werden zijn foto’s tentoongesteld in Londen, New York en San Francisco. In juni 2010 houdt hij de openingslezing bij het Lumix Festival voor jong fotojournalisme in Hannover. Tot zijn talrijke prijzen behoren de Hansel Mieth Prijs 2008 en de Lead Award 2008 – Foto van het jaar.

„Onderweg ben ik altijd geconcentreerd op mijn werk”, vertelt hij. “Maar later, eens terug in Berlijn, wanneer ik de beelden bekijk en tijd heb om erover na te denken, komen de herinneringen van wat ik gezien heb weer hoog.”

Rosenthals opmerkelijk, intiem en boeiend werk, en zijn nalatenschap blijven mensen over de hele wereld beroeren en informeren.

Rory MacLean
Juni 2010
Links over dit onderwerp

Dossier: Media Art in Germany

History, tendencies, names and institutions