Kunstenaarsinitiatief Tacheles

Interview met Martin Reiter van het kunstenaarsinitiatief Tacheles, door Rory MacLean

Stairwell at Tacheles. Copyright R MacLean
Stairwell at Tacheles. Copyright R MacLean
Virginia Woolf had een eigen kamer. Dylan Thomas schreef in een schuur aan het uiteinde van zijn tuin in Wales. Schrijvers, schilders, beeldhouwers en fotografen, van Montmartre tot de Lower East Side, hebben nood aan ruimte om te werken. Maar ruimte is tegenwoordig in de meeste steden duur. Veel moderne kunstenaars vormen dan ook gemeenschappen. Ze delen een atelier. Ze organiseren groepententoonstellingen. Ze wachten niet tot handelaars en curatoren op hen toekomen, maar creëren gelegenheden om kunstliefhebbers en verzamelaars tot bij zich te brengen.

Begin de jaren 1990 – minder dan drie maanden na de val van de Muur – bezette een groep kunstenaars, Künstlerinitiative Tacheles genaamd, een door de oorlog beschadigd gebouw in de Oranienburger Straße in het voormalige Oost-Berlijn. De vijf etages hoge ruïne diende indertijd als warenhuis, als SS hoofdkwartier en propagandacinema en zou binnen enkele weken gesloopt worden. De kunstenaars konden aantonen dat het gebouw structureel gezond was en eisten het behoud ervan als een historisch monument.

Tacheles building. Copyright R MacLeanSindsdien, gedurende de laatste twintig jaar, maakte de dynamische, luide, opstandige en innovatieve vereniging Tacheles e.V. gebruik van het gebouw (Tacheles is een jiddisch woord dat zoveel betekent als “onverhuld, recht door zee spreken” en verwijst naar de beperkte vrijheid van meningsuiting in het voormalige Oost-Duitsland). Er zijn steeds niet minder dan 60 kunstenaars uit de hele wereld in de 30 studio’s aan het werk: ze schilderen op doek, boetseren klei, ontwikkelen foto’s, componeren muziek, interpreteren en distilleren het leven.

Martin Reiter is een kunstenaar en activist die in 1993 naar Tacheles kwam. Hij was opgeleid als bouwkundig ingenieur, maar, opgroeiend tijdens het begin van de elektronische eeuw, raakte hij gefascineerd door de relatie tussen man en machines, zowel mechanische als elektronische. Hij begon robots te bouwen en daarna, onder invloed van de anarchistische beweging van de jaren 1970, destructieve apparaten.

“Ik nam oude, zware machines van bouwterreinen. Ik vormde ze om, en maakte het leven van de arbeiders iets vrijer door hun bazen te dwingen nieuwe, betere machines te kopen.”

Zijn eerste succes kwam er met The Uncontrollable Robot, een 359 kilo zware wals met benzinemotor, die gebruikt wordt voor het gladmaken van nieuw aangelegd asfalt. Reiter voegde een driepoot toe aan de machine, met de bedoeling het op een wegoppervlak- vernietigende reis door Beieren te sturen.

Martin Reiter. Copyright R MacLean„Maar ik hield teveel van die machine om ze te laten gaan“, vertelt hij, en opent zijn hemd om een blauwe, spinachtige tatoeage van The Uncontrollable Robot op zijn schouder te laten zien. “In plaats daarvan reisde ik ermee naar de kunstcentra van Europa en gaf opvoeringen.”

Dan, als een strijdlustige Jean Tinguely, bouwde Reiter de Kühlmitteljäger ('Koelmiddeljager'), een brullende, 400 kilo zware industriële boor, ontworpen om van de bodem omhoog te springen en autoradiatoren te doorboren.

“De Berlijnse politie was bijzonder geïnteresseerd in deze machine”, bekent hij lachend.

Toen de nabijgelegen Friedrichstraße later door de bouw van toeristenhotels en kantoorgebouwen veranderde, bouwde hij een bunkerachtige betonnen schuilplaats, bestaande uit een kamer, in Tacheles’ binnenhof, “om de kunst te beschermen en de opmars van de ontwikkeling tegen te houden.”

Reiter schudt zijn lange, golvende haar en lacht, en onthult daarbij een grote kloof tussen zijn voortanden. Op zijn mouw draagt hij een lap stof, een bom met brandende lont.

“Ik kan niet zeggen dat ik een kunstenaar ben, hoewel de pers mij dat etiket opgekleefd heeft. Wat ik doe is interventie – niet meer en niet minder. Het is zelfexpressie en ook een politieke daad. Daarom besteed ik veel tijd aan de strijd voor Tacheles. Ik schrijf brieven op een zogenaamd artistieke wijze en probeer daarmee onze politieke en economische situatie te beïnvloeden. Mijn brieven zijn net theaterstukken die ik op het grote podium van Berlijn opvoer.”

“We zijn allemaal in de machine gevangen”, gaat hij verder. “De meeste mensen leven hun leven in een tweedimensionale soapopera, zitten voor de televisie en stellen geen vragen. Mijn rol bestaat erin een polemische fantast te zijn en de wereld erop te wijzen, dat er andere manieren van leven zijn. Ik ben bijvoorbeeld des te vrijer, hoe minder geld ik heb.”

“Denk eraan: het leven is analoog omdat mensen te slap zijn om digitaal te leven”, besluit Reiter empathisch. “Dat is geen polemiek. Het is zo. Indien we digitaal zouden leven, zou er kortsluiting zijn.“

Copyright Katrin MacLeanTacheles is deels ruïne, deels kunstenaarskolonie, deels anarchistisch wonderland, en helemaal Berlijn. Reusachtige muurschilderingen sieren de gebombardeerde buitenmuren. Stalen beeldhouwwerken lopen van de ingangen over tot op straat. Op de trappen heeft zich graffiti van twee decennia opgestapeld. Het gebouw herbergt een gemoedelijke whisky nachtbar, een café en een goede cinema. Vooral is het een broedplaats voor radicale creativiteit, die het Berlijn van morgen kan wakker schudden en mee kan helpen vormen. Maar zijn toekomst is in gevaar.

Copyright Katrin MacLeanIn 1998 kocht de Fundus groep, een grote vastgoedonderneming en eigenaar van het exclusieve Adlon Hotel in Berlijn, de Oranienburger Straße, en kregen een bouwvergunning voor een 400 miljoen luxecomplex. De economische crisis heeft deze plannen gekelderd, HSH Nordbank dwong het project in faillissement en het huurcontract van het kunsthuis liep af. Nu wil de bank het gebouw slopen, ondanks de steun van burgemeester Klaus Wowereit en een petitie met 70.000 handtekeningen, ondanks Tacheles’ belang voor de culturele ontwikkeling en het imago van Berlijn. De maandelijkse huur werd van 50 cent op 17.000 verhoogd en HSH Nordbank weigert om de beslissing in het openbaar te bediscussiëren.

“Ik zou willen dat Tacheles een guerrillabeweging zou kunnen zijn”, zegt Reiter. “Maar we zijn een bastion. We worden belegerd. Alleen werden de regels op hun kop gesteld. De rebellen zijn binnen. Ik kijk uit naar de dag waarop bankiers en advocaten op de stoep zullen staan, met plakkaten zullen zwaaien en roepen: “Kunstenaars buiten!”

Hij lacht en voegt er aan toe: “De bank ageert alsof er maar een set regels in de wereld bestaat. Ze kunnen niet omgaan met de idee dat Tacheles niet in winst geïnteresseerd is. Wij willen enkel een onafhankelijk, openbaar kunsthuis blijven, en werkruimte bieden voor kunstenaars. Wij houden ons niet aan hun regels. We zullen ze dwingen volgens onze regels te spelen.

Rory MacLean
Mei 2010

    Dossier: Media Art in Germany

    History, tendencies, names and institutions