Jorinde Voigt

Interview met Jorinde Voigt door Rory MacLean

Jorinde Voigt.  Copyright: Joerg Reichardt
Jorinde Voigt.  Copyright: Joerg Reichardt
Jorinde Voigt is een rijzende ster aan de Duitse kunsthemel. Groot en dun met intensieve donkere ogen en hoge jukbeenderen, ontmoet ze mij in haar studio in de buurt van de Hackescher Markt in Berlijn. Ze is volledig in het zwart gekleed, afgezien van de verbluffend gele gymschoenen aan haar voeten. Ook haar studio vertoont sporadisch hier en daar wat kleur: paarse leliën op het bureau, een Oost-Duits KINO bordje uit plastiek in het binnenhof. Op de bodem ligt een grote, in ontwikkeling zijnde, tekening uit zwarte inkt, voor een van de tientallen solo- of groepententoonstellingen die dit jaar voorzien zijn.

“Mijn werk is als muziek”, zegt ze met een knik in de richting van de tekening. “Je kunt er van genieten, ook wanneer je de partituur niet kunt lezen.”

Copyright Jorinde Voigt

 

 

 

 

 

 

Voigt is het best bekend voor haar sierlijke spiraalbogen en lusvormige parallelle lijnen die uitgerekt en met elkaar verweven zijn of op het papier exploderen, als waren ze in een zonderlinge tijdelijke kettingreactie gevangen. Haar uiterst nauwkeurige tekeningen zijn schematisch en maken toch deel uit van de natuurlijke wereld, ze doen denken aan grafieken van stromingen in de oceaan en waterdruppels die in slowmotion in een bassin vallen. Ze zijn deels tijdlijn, deels elektronisch bedradingschema, deels een exotisch systeem van muzikale notatie dat subjectieve ervaringen in kaart brengt. Haar werk lijkt vertrouwd en toch totaal nieuw, gecontroleerd en toch wild en dolgedraaid.

Ik staar naar haar tekeningen als was ik een codekraker, die probeert lijn en betekenis te ontcijferen om haar gedachtegangen te begrijpen. Ik vraag haar daarom naar haar ontwikkeling, de reis die haar ertoe gebracht heeft zulke buitengewone, dynamische tekeningen te creëren.

“Mijn familie was uiterst streng”, vertelt Voigt. Ze werd in 1977 in Frankfurt geboren. “Ik ben met een overdreven respect voor autoriteit groot geworden. Aanvankelijk heeft me dat begrensd. Ik moest vechten om mijn eigen weg te vinden, vechten, niet tegen het oude, maar voor het nieuwe.”

Op 9-jarige leeftijd begint ze cello te spelen, leert muziek lezen en groeit uit tot een begaafde jonge muziekante. In 1996 gaat ze naar de Georg August Universiteit in Göttingen om literatuur en filosofie te studeren. Om de thema’s beter te begrijpen, schetst ze voor zichzelf diagrammen, die woorden in mindmaps omzetten.

“Ik had het gevoel dat de studie van filosofie beperkt werd door zinnen. Ik wist hoe partituren functioneren, hoe ze moeten gelezen worden. Het was voor mij niet moeilijk om een muzieknoot te vervangen door een idee, een situatie, een handeling. De benadering hielp mij om Descartes en Wittgenstein te begrijpen.”

Na een jaar besluit ze te veranderen naar de Freie Universität van Berlijn. Toen ze er aankwam, hielden de studenten net een staking. Gezien hun geschilpunten niet die van haar waren en ze wou werken, stelde Voigt een portfolio van haar filosofische ideeënbeelden samen en solliciteerde bij de Universiteit der Kunsten (‘UdK’) in Berlijn. Ze kreeg onmiddellijk een studieplaats aangeboden. Eens in de UdK’s multimedia faculteit ingeschreven, verzette ze zich opnieuw tegen oude formules.

“Fotografie pretendeert objectief te zijn, maar is het niet. Ze beweert de waarheid te vertellen, maar doet dat niet”, zegt ze. “Ik moest mezelf bevrijden van het beperkte perspectief van de camera. Destijds was fotografie ook zeer duur. Ik gaf al mijn geld uit aan afdrukken. Dus stelde ik mezelf de vraag wat ik nodig had? Het antwoord was enkel pen en papier. Ik begon opnieuw van nul en probeerde mijn onderwerpen op een nieuwe manier te benaderen, als was het de eerste keer.”

Symphonische Studie. Copyright Jorinde VoigtIn Berlijn en op reizen naar Florida en Indonesië begon haar werk zijn eigen onmiskenbare stijl te ontwikkelen. Haar onderwerpen, bijvoorbeeld twee mannen aan een cafétafel, de kleur van kledij op straat, toevallige popsongs en willekeurige teksten, werden gereduceerd tot zwart-wit notaties, zoals bij een partituur. In haar nauwkeurige en zorgvuldige hand traden deze notaties dan gaandeweg op papier met elkaar in verbinding, waardoor Voigt haar onderwerpen uit verschillende oogpunten en in verloop van tijd kon weergeven.

„Het tekenen stelt mij in staat kaarten voor veel constellaties met veel mogelijkheden te ontwikkelen”, vertelt ze. “Ik houd me heel erg bezig met wat subjectief en wat objectief is. Ik creëer een tijdconstructie die niet binnen onze ervaringsmogelijkheden ligt.” Wanneer ik haar om uitleg vraag, glimlacht ze en zegt: “Wij leven. We zijn niet de persoon die we gisteren waren. Dat is de reden waarom ik in meerdere perspectieven geïnteresseerd ben.”

Haar antwoord verklaart ten dele waarom haar exposities titels dragen zoals EPM (emotions per minute), Rotating Remains en Collective Time.

Voigt voegt er nog aan toe: “Het duurt jaren om je eigen structuren uit te vinden. Maar door cello te spelen heb ik geleerd wat zelfdiscipline is. De eerste vijf jaar moet je gewoon oefenen, oefenen.”

Institution. Copyright Jorinde VoigtIn haar studio staat een fascinerend nieuw ruimtelijk werk. Institution bestaat uit zeven zwarte palen, elk voorzien van twee smalle witte stroken waarop geschreven staat „brown eyes“ of „pink silk-nylon-gold.“

„Ik reis veel“, zegt ze. ‘Wanneer ik in een nieuw land kom, probeer ik altijd de relatie tussen mannen en vrouwen te doorgronden. Vorig jaar was ik in Lamu, waar veel vrouwen een boerka dragen. De kledij leek het individu te reduceren tot ogen en enkels.” Ze gaat verder: “Tegelijkertijd wilde ik mijn werk ontwikkelen voorbij het papier, in een derde dimensie. Ik wist dat mijn tekeningen altijd een verticale structuur hebben. Ik was geïnteresseerd in ronde oppervlakken, omdat ze met oneindigheid te maken hebben. Zo kwam ik op de idee van palen: verticaal, maar toch rond. Ik wou mijn eerste indrukken, mijn waarneming van de vrouwen van Lamu reduceren tot een soort van korte taal, een maatschappij die naar je kijkt.”

Ze lacht. “Natuurlijk is alles een experiment. In mijn werk ben ik altijd op ontdekkingstocht.“

Instiitution detail. Copyright Jorinde VoigtAan de wand achter haar bureau staat het prototype van Grammatik, een reusachtig werk van 64 gracieuze, roterende vliegtuigpropellers uit zwarte koolstof, elke vleugel beschreven met tegengestelde handgeschreven liefdeswoorden: Ich liebe mich, Ich liebe mich nicht, Er liebt mich, Er liebt mich nicht.

Voigt kijkt om zich heen in haar kantoor en studio. “Nagenoeg alles in onze stedelijke omgeving is een constructie. Deze stoel, dit bureau zijn ontstaan uit iemands idee. Als je het proces kan deconstrueren, zie je de mogelijkheden. Je kunt je voorstellen, wat had kunnen zijn.”

In haar gele gymschoenen, met en zonder cello, lijkt Jorinde Voigt voortdurend bevooroordelingen in vraag te stellen, in twijfel te trekken. “Ik vind het spannend de waarnemer te vragen iets op een andere manier te bekijken, op tien verschillende manieren te bekijken. Natuurlijk kunnen mensen mijn werk ook puur visueel genieten, maar ik deel graag mijn denkwijze, zodat je de logica die erachter steekt, kunt begrijpen en – wanneer je wilt – de partituur kuntlezen.”

Rory MacLean
Februari 2010
Links over dit onderwerp

Dossier: Media Art in Germany

History, tendencies, names and institutions