Frieder Butzmann

Frieder Butzmann in gesprek met Rory MacLean

Rory MacLean with Frieder Butzmann  (right) in his Berlin studio.
Rory MacLean met Frieder Butzmann (rechts) in zijn studio in Berlijn.
Frieder Butzmann (rechts)
met Rory MacLean
Een scherpe, koude wind waaide door het open venster naar binnen. Sneeuwvlokken dwarrelden over de omliggende daken. Gekleed in slechts een dun sweatshirt stond een van de grondleggers van de Duitse experimentele muziek voor het raam. Lachend ademde hij met volle teugen de ijzige lucht in.

“Als muzikant in de jaren ‘70 had je het probleem dat je altijd in donkere kelders repeteerde, maar ook soms moest optreden. Het was er steeds donker en vochtig en dat stemde me neerslachtig. Sindsdien heb ik licht nodig. De temperatuur is me om het even. Ik heb het nooit koud. Maar om te leven en werken heb ik licht nodig.”

De winter heeft in Berlijn zijn intrede gemaakt en heeft een laag ijs op de trottoirs achtergelaten. De inwoners van de stad gaan gehuld in anoraks en wollen mutsen. Vorige week, op de eerste bitterkoude winterdag, stond ik in een lichte, witte geluidsstudio, omringd door computers, kabels en opnameapparatuur, en de sneeuwvlokken vielen op mijn schoenen.

“Ik ben bezeten door het weer”, zegt Frieder Butzmann terwijl hij naar de hoge blauwe hemel kijkt. “Het heeft een sterke invloed op me. Als het ’s morgens bij het ontwaken donker is, vergalt het mijn gemoed. Maar als het licht is …” zegt hij opgewonden, de handen naar de zon reikend, “… als het licht is, word ik vrolijk. Het weer beïnvloedt mijn stemming net zoals muziek dat doet. Er valt niet aan te ontkomen. Beide hangen ze af van de luchtdruk, van plotse veranderingen in de luchtdruk”, zegt hij, net als een windstoot de papieren van zijn keyboard blaast. “Trouwens, de kern van mijn werk is dat ik niet weet wat muziek is of hoe men muziek moet definiëren.”

Butzmann werd geboren in 1954 in Konstanz aan het Bodenmeer, en begon al op zijn vijfde te spelen met geluid.

„Mijn vader was smid en keek graag naar de carnavalsuitzendingen op tv. Hij kocht een tweedehandse bandrecorder om de liederen op te nemen, maar geraakte niet wijs uit het toestel en dus kreeg ik het om te spelen. Ik begon mijn broers te interviewen, banden met gedichten in elkaar te knutselen en de piano op te nemen. Daarna liet ik de band achterwaarts afspelen, verknipte hem of zette de motor uit en bewoog de band handmatig. Ik hield ervan geluiden te produceren en te manipuleren. Het was het begin van datgene wat ik vandaag maak: geluidscollages.”

Butzmann is ‘rond en gezond’. Hij heeft een flinke buik, een pittige lach en elfenachtige oren. “Ziet u, ik was een laat kind, een nakomertje, tien jaar jonger dan mijn broers. Mijn oudste zus is in de laatste dagen van de oorlog bijna verhongerd. Toen ik dan kwam, hebben mijn ouders me voortdurend te eten gegeven. Ik at en at, en hoe meer ik at, hoe gelukkiger zij waren. Mijn ouders gaven me echter niet alleen eten, maar ook vrijheid. Ze zeiden: ‘Onze Frieder weet wat hij doet. Laat hem maar doen.’ Dus speelde ik verder met de bandopnemer. Dat was het eerste grote geluk in mijn leven.”

Ik vraag hem naar zijn tweede geluk.

Telefunken Magnetophon 300“In 1963 bracht Telefunken de Magnetophon 300 op de Duitse markt, de eerste draagbare bandopnemer. Ik wilde er absoluut een hebben en bespeelde mijn vader net zolang tot hij er een kocht. Natuurlijk was het toestel heel duur, meer dan 350 DM, maar hij was mijn gezeur zo zat, dat hij mij een paar munten gaf om op de lotto te spelen, zodat ik hem met rust zou laten. Ik speelde en won 200 DM. Mijn vader was zo verbluft dat hij de rest heeft bijgelegd. Met de twee apparaten samen kon ik nu echt volop tekeergaan. Ik vond het geweldig om nieuwe klanken te kunnen creëren.”

Butzmann trok naar Berlijn om er aan de Technische Universiteit te studeren. Hij bouwde instrumenten, speelde saxofoon en keyboard, zat in verschillende bandjes, maar gaf nooit zijn onafhankelijkheid op.

“Ik heb geluiden altijd waargenomen in mijn eigen lichaam. Als de klank goed is, vibreert en trilt mijn hele lijf. Toen ik naar Berlijn trok, had de elektronische muziek haar body verloren. Ze was schimmig, gekunsteld en verstandelijk. Die muziek greep me niet aan. Met popmuziek, waar ik maar weinig voor voelde, was het ook zo. Maar toen kwam er uit Engeland een nieuwe stroming in de muziek, de industrial, een afgeleide van de punk. Daarvan was ik wel sterk onder de indruk. Ik voelde de muziek. Wat ik er interessant aan vond, was dat ze concepten als twijfel en onzekerheid in zich opnam. Ik herkende daarin parallellen met mijn eigen manier van werken.”

Butzmann vestigde zich al snel als een van de invloedrijkste personen van de Neue Deutsche Welle. Hij werd de ‘tomeloze avatar’, een tovenaar aan de synthesizer, een pionier van de industrial en spreekbuis van de Berlijnse underground. Zijn vindingrijkheid en zijn vernieuwende muziek sloegen het publiek steeds weer met verstomming. Een van zijn jongste werken is Frieders Friedhof Chill-out Mix, voor Deutschlandradio gemaakt uit geluiden die hij verzamelde op tientallen begraafplaatsen over de hele wereld: uilengeroep, cicaden, kraaien, weergeluiden en stemmen. De originele opnamen werden uit elkaar getrokken, verkort, getransponeerd en vervormd, zodat er een verbazingwekkende, postmoderne collage ontstond.

Ik vraag hem naar een definitie van ‘muziek zonder body’.

“Nemen we bijvoorbeeld een vallende toon”, zegt hij. Hij zuigt de wangen bol en fluit in de koude lucht. “Die kan ik met het programma Varispeed gemakkelijk elektronisch produceren, maar hij klinkt flauw, machinaal en zwak. Als ik die klank echter maak door een geluidsband manueel te vertragen, krijgt hij body. Een geluidsband bevat zoveel informatie die niet digitaal te vatten is.” Hij pauzeert even. “Computers en geluidsbanden zijn voor mij gewoon werktuigen, zoals hamer en aambeeld dat waren voor mijn vader. Ik gebruik technologie en technische knowhow om mijn ideeën vorm te geven.”

Een van de geheimen van Butzmanns blijvende succes is zijn veelzijdigheid. Hij componeert opera’s uit gevonden klanken, maakt filmmuziek, geeft voordrachten en schrijft boeken (zijn nieuwste boek heet Musik im Grossen und Ganzen www.martin-schmitz.de/Frieder_Butzmann/Buch.html). “Als ik alleen radiostukken schreef, alleen theatermuziek componeerde of maar in één band speelde, zou ik niet kunnen overleven. Ik heb financieel het hoofd boven water weten te houden – in goede en slechte maanden – door verschillende dingen te blijven doen.”

Ik vraag hem hoe belangrijk het voor hem is Duitser te zijn.

“Enerzijds is mijn nationaliteit onbelangrijk, maar anderzijds ben ik een product van de maatschappij en cultuur waarin ik totnogtoe heb geleefd. Vorige week nog beleefde ik een soort openbaring. Ik was aanwezig bij een uitvoering van de Negende van Beethoven. Het orkest – en de muziek – was perfect, absoluut perfect. Ik kreeg een ongemakkelijk gevoel, omdat de perfectie me deed denken aan de feilloze machine van Auschwitz. Ik ben geen moraalridder, maar ik ben me er steeds van bewust dat wij twee gezichten hebben: het creatieve in ons, kan ook zeer destructief zijn.”

Frieder Butzmann staat voor het open raam, als een schim in het winterse licht.

“Als je muzikant bent, denken de mensen vaak dat je iets bijzonders bent, een charmeur of iemand die zeer goed scoort bij de vrouwen. Maar voor een man, geboren in 1954, heb ik al een heel normaal leven achter de rug. Ik ben een typisch kind van de wonderlijke economische opleving, een kind dat geluk heeft gehad. Ik wou mijn leven niet doorbrengen met saai bureauwerk, maar wou spelen met klanken en geluiden … muziek maken.”

Ik herinner hem eraan dat hij niet weet wat muziek is.

“Dat klopt. Ik weet het niet. Ik heb misschien al duizend antwoorden op die vraag gevonden, maar bij mijn dood zal ik het nog steeds niet weten.” Butzmann lacht weer, en zijn buik schudt van gezondheid en tevredenheid. “Maar ooit zal ik het weten, als ik nog eens ter wereld kom, als weerkundige.”

Rory MacLean
december 2008
Links over dit onderwerp

Weblog: Rory’s Berlin-Blog

Rory MacLean Weblog
Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

Jeugd in Duitsland

Mode, muziek, outfits, politieke voorkeuren: wat doet de Duitse jeugd?