Levensstagiairs

“Werkloos? So what?” – Een portret van stagiairs voor het leven

Stages volgt iedereen in zijn leven. Vóór de studie, tijdens en jammer genoeg ook erna, tegen weinig of helemaal geen betaling, altijd in de hoop om beroepservaring te verzamelen en beter op de arbeidsmarkt te liggen. “Stages zijn vaak slechts verborgen werkloosheid”, zegt de 29- jarige Nikola Richter. Ze heeft er een boek over geschreven. “De levensstagiairs” is een satirisch- documentair inzicht in een professionele grijze zone tussen bestaanszekerheid en uitbuiting, economische factor en levensstijl. Nikola Richter spreekt over haar boek, de moeilijkheid van de eerste vaste benoeming en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Wanneer bent u op het idee gekomen om een boek te schrijven over de zogenaamde “Generatie stage”?

Het was geen directe beslissing om over stagiaires te schrijven; ik heb gewoonweg meegeschreven omdat ik zelf ook zo heb geleefd. Ik had dan al veel materiaal en heb bijkomende verhalen verzameld van mensen die het gelijkaardig verging. Dan kwam ergens het punt waarop ik heb nagedacht over de vorm die het geheel moest aannemen.

Kunt u nog zeggen uit hoeveel mensen en persoonlijke vertellingen uw figuren in het boek zijn ontstaan?

Ongeveer 50, maar sommige mensen zijn slechts met één zin vertegenwoordigd.

Men kan jouw boek lezen, hoe men het wil: neem je het heel ernstig, dan ben je enorm aangegrepen en op sommige plaatsen zelfs bijna woedend, omdat men de personen het liefst bij de schouders zou nemen en door elkaar schudden, zodat ze eindelijk eens handelen. Je krijgt bijna de indruk dat ze uit louter wens te handelen, vergeten te leven. Bekijk je alles met wat meer humor, dan kan het boek bijna als satire worden gelezen. Was dat de bedoeling?

Dit pendelen tussen feitelijk verslag en satire, ja dat was een stijlvraag. Ik werkte met ionisatie en overdrijvingen, zo schets ik een slechte stageplaats met heel gemene collega’s. Het boek is in veel opzichten een mengvorm: het vertelt fictieve verhalen, maar is ook documentair.

Men vraagt zich dan natuurlijk af waarom jouw personages niet in opstand komen, waarom ze slechte stages niet eenvoudigweg afbreken. Het personage Giulia is als enige een beetje kritisch, ze houdt zich bezig met de arbeidswetgeving, ze wil een stagepartij gronden, maar zij is dan uiteindelijk ook diegene met het 2- jarig contract en een goed loon in de tas. Denk je dat wij een generatie zijn die veel kan verdragen, die haar eigen behoeftes - vriendschap, relaties, hobby’s- altijd na de job plaatst?

Volle universiteiten: Iedereen potentiële stagiair, zoals hier op de campus in Jena. Copyright: PixelQuelle.de Waarom rebelleren de mensen hier in Duitsland niet? Ik was op die demo van stagiairs op 1 april op de Potsdamer Platz, daar waren 120 mensen, uit een geschatte 500.000 stagairs in dit land. Daarbij komt dat het thema in de media nu erop en eronder wordt gespoeld. Je stelt je toch de vraag: waarom rebelleren jullie niet? Ik ben toentertijd ook niet in opstand gekomen. En waarom niet? Ik geloof dat men voor een stuk doodsbang is omwille van de algemeen slechte stemming in Duitsland. Men denkt: oké, ik heb tenminste iets, en wanneer ik dat opgeef, heb ik helemaal niets meer. Men realiseert zich niet, dat het soms beter is om niets te hebben, dan om iets slechts te hebben. Anderzijds houdt men zichzelf voor op de juiste weg te zijn, omdat men zo vroeg reeds krijgt ingepeperd: “doe stages, neem elke kans waar, blijf flexibel, pas je aan, je moet daar heen gaan, waar je jezelf verder kan scholen. Daarbij vergeet men snel, dat het misschien ook anders kan. Omdat men dan ook leren wil, maar men dan niet meer kijkt: hoe doe ik het eigenlijk? En het lieve geld is geen probleem. Het zou met zekerheid beter zijn om vaker iets onbetaald te doen, waar men toch een deel van zichzelf kan inbrengen, maar dat kan men niet financieren. Wanneer men dan een mini- job aangeboden krijgt, dan neemt men die eenvoudig. Als veel kunnen verdragen, zou ik dat niet omschrijven, wanneer men het zo bekijkt, is onze generatie daarentegen zeer vastberaden, ze wil er in het beroep en sociaal bijhoren.

Het andere wat mij bij het boek is opgevallen: de meeste personages hebben geen goede relatie met hun ouders, of ze kunnen de levenssituatie van hun kinderen niet meer bijbenen., in het vervelendste geval geven ze oude – jaren’ 68 – raadgevingen over hoe het leven te leiden en een job te vinden. Wou je daar het generatieconflict beschrijven?

De ouders komen slechts voor aan de rand en dat zijn heel normale relaties, vind ik. Maar ik wou tonen dat er altijd zaken zijn die ouders niet begrijpen. Typisch is die “druk van boven”, dus dat ouders altijd zeggen “jullie moeten dit en dat doen, want wie goed is, die speelt het klaar. Bij ons destijds…” Ten eerste is dat natuurlijk niet waar, en ten tweede is men daarmee niet veel verder geholpen, omdat de situatie in de laatste vijf jaar steeds zorgwekkender geworden is en wat niets te maken heeft met individuele kwalificaties. Daarmee bedoel ik niet alleen de ouders, er zijn veel mensen die zich niet kunnen voorstellen hoe het is om zonder vaste benoeming te leven. Iedereen wil een bepaalde basis aan zekerheid, al is het in de vorm van een twee- jaren- contract (en zelfs dat wordt steeds zeldzamer), waarbij men het gevoel heeft dat het daarna ergens verder gaat. Maar dit gevoel kan je niet overbrengen omdat dat, wat de anderen je zeggen, veel sterker is. Je hoeft alleen naar het arbeidsambt te gaan, dan krijg je hup, één of andere omscholing die je helemaal niet wil en die niets brengt, dan moet je verhuizen naar een kleinere woning enzovoort, en dan heeft men meteen het gevoel sociaal af te glijden. Stagiairs zijn dat niet gewend, want voor het merendeel zijn dat geprivilegieerde mensen met opleiding uit een relatief welstellend ouderlijke huis. Het is ook vaak zo dat men na het afstuderen minder heeft om van te leven dan tijdens de studie.

Ik heb anderzijds ook mensen meegemaakt, die zeiden: “Ik werk al 30 jaren freelance en ik heb mij nog nooit beklaagd, ik begrijp helemaal niet wat jullie probleem is.” Wanneer iemand vrijwillig beslist om zo te leven, dan is dat oké. Maar niet iedereen kan omgaan met freelance werk en de druk voor flexibiliteit. Ik wou de vraag stellen, hoe men daar maatschappelijk mee omgaat. Men kan niemand voor die situatie persoonlijk verantwoordelijk maken, daar komt dan ook de vraag naar solidariteit bij kijken. We hebben in Duitsland zopas verschillende stakingen gezien: de Verdi- mensen, artsen, de 120 stagiairs, maar het is niet zo, dat voorbijgangers blijven staan, hun sympathie betonen en vragen hoe we het probleem gemeenschappelijk kunnen oplossen. Het hangt allemaal veel globaler samen, het loopt in Duitsland echter veel meer gesegmenteerd. Het gevoel van “één maatschappij” die er collectief over nadenkt wat kan gedaan worden, om de jeugdwerkloosheid te verminderen of nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, dat is er jammer genoeg niet. De geprivilegieerde stagiaires komen ergens nog wel terecht, maar hoe zit het met de mensen die geen opleiding hebben en weten dat ze geen opleidingsplaats krijgen? We hebben daar een gigantisch maatschappelijk probleem en ik beschrijf bij wijze van spreken enkel de geprivilegeerde kant ervan.

Stagiairs moeten meer leren dan gewoon brieven vouwen of koffie zetten. Copyright: PixelQuelle.de

Jouw boek is daarin net zoals de realiteit: de politiek zwijgt over het thema, de personen in kwestie zijn weliswaar politiek geïnteresseerd, maar niet institutioneel gebonden, laat ons zeggen aan een partij. Anderzijds, anders dan in Frankrijk, zijn de vakbonden hier niet van plan om zich aan te sluiten bij de studenten en leerlingen. Bestaat er dan nog hoop dat iemand zich, over de recente mediahype heen, met het thema bezighoudt? Heeft jouw boek bijvoorbeeld de partijen bereikt?

Er is de vereniging FairWork die heel veel lobbywerk doet en zich sinds een paar jaar inzet voor een minimumloon voor stagiairs. Achter de coulissen proberen zij om het thema ook bij de partijen op de agenda te krijgen. Dan is er natuurlijk de DGB, het agentschap voor arbeid, de studiebegeleiding – zij hebben het intussen gedeeltelijk zelf door. Er komt beweging in, maar ik denk dat het slechts langzaam, heel langzaam mogelijk is. En het komt aan op iedereen. Zoals je zelf hebt gezegd, ergert men zich over iemand die een slechte stage niet afbreekt. In de toekomst wordt van stagiairs ook zelf gevraagd hun situatie kritisch te bekijken of ook eens zelfbewust nee te zeggen, wanneer een stage er enkel op gericht is om tien uren brieven te vouwen.

Je snijdt in je boek nog een groot thema aan: de vraag naar nakomelingen in Duitsland. Je neemt geen stelling, maar behandelt het thema van alle kanten: er zijn personages die zonder financiële zekerheid geen kinderen willen, er zijn er anderen die simpelweg een kind krijgen en dan met de situatie heel goed klaarkomen, en er zijn diegene die alles stap voor stap willen plannen, maar dan geen geschikte partner vinden.

Ja, ik probeer in mijn boek verschillende mogelijkheden te tonen, en hoe je daarmee kan omgaan. Persoonlijk vind ik dit ganse Duitse debat over de door heer Schirrmacher in het leven geroepen vrouwen, die alles fantastisch doen, beroep en familie tegelijkertijd, en de voortdurende klemtoon op familiewaarden, absurd. De vraag naar nakomelingen belangt niet alleen de vrouwen aan, maar ook de mannen. Maar dat is werkelijk een te groot thema. Ik wou eigenlijk alleen tonen dat deze reproductiestaking van de academica er niet is, maar ze tobben wel over kinderen. De beslissing wordt zover vooruit geschoven omdat de situatie intussen zo is, dat men als jonge academicus nauwelijks voor zichzelf kan zorgen.

De meeste mensen rond de dertig willen een gezin. Maar ook een baan die in het levensonderhoud van het gezin kan voorzien. Copyright: PixelQuelle.de

Jij bevindt je persoonlijk in dezelfde situatie als Guilia in jouw boek: je hebt een arbeidsplek en een vast inkomen voor twee jaar met jouw vrijwilligerswerk Volontaria bij het tijdschrift KulturAustausch, daarna moet je je weer op de arbeidsmarkt begeven. Hoe zal het dan voor jou verdergaan?

Intussen denk ik inderdaad: het zal wel verdergaan. Ofwel hier of ergens anders. Ik heb helemaal geen angst om mij na deze twee jaar als werkloze aan te melden of eens iets heel anders te doen. Ik weet dat ik in geen geval wil verhuizen. Natuurlijk zal ik mij erom bekommeren wanneer het zover is, maar men moet ook aanvaarden dat tegenwoordig ook kortere of langere fasen van werkloosheid bij de professionele biografie horen. Stages zijn vaak verstopte werkloosheid, die eenvoudigweg geen perspectief zijn, ook niet maatschappelijk. En de generatie 50 plussers heeft hetzelfde probleem. Werkloos? So what? Wij leven niet in een arm land, we moeten er eindelijk eens mee stoppen alles negatief te zien. Niettemin zijn er ideeën nodig over hoe het werk rechtvaardiger verdeeld kan worden. Misschijn zijn parttime- modellen, ook wanneer ze voor de werkgever duurder zijn, toch een deel van de oplossing.

Nicola Jacobi
voerde het interview. Ze is momenteel vrijwilligster bij de online- redactie van het Goethe-Institut en weet nog niet wat er na “Goethe” komt.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
augustus 2006

Het interview verscheen in een verkorte versie voor het eerst op 09.06.2006 met de titel “Werkloos? So what? Stand up for your right, stagiair!” op www.fluter.de. Verder gebruik met vriendelijke toelating van de Federale Centrale voor politieke vorming/ redactie en Alltag GbR.

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Jeugd in Duitsland

    Mode, muziek, outfits, politieke voorkeuren: wat doet de Duitse jeugd?