Bettina Blümner

Bettina Blümner in gesprek met Rory MacLean

Bettina Blümner with Rory Maclean
Rory MacLean met Bettina Blümner. Copyright: Rory MacLean
Bettina Blümner
met Rory MacLean
Het is de taak van de interviewer te luisteren. Men stelt vragen, wint het vertrouwen van de gesprekspartner, lokt hem uit zijn schulp, en is dan doorgaans stil. De antwoorden en onthullingen van de geïnterviewde worden behoedzaam gestuurd, om aan het gesprek een bepaalde richting te geven. Die empathische manier van werken was veeleer de stijl van wijlen Norman Lewis, de grandioze schrijver van reisverhalen, dan van pakweg Woodward of Bernstein. Lewis’ methode bestond erin ‘half onzichtbaar’ te zijn. Dat wil zeggen: hij kon ergens komen, in zich opnemen wat er gebeurde, en weer weggaan zonder dat iemand hem had opgemerkt. Dat streef ik ook na, al ben ik me bewust van de subjectiviteit van mijn waarneming en mijn keuze van de woorden die ik aan het blad toevertrouw. Mijn inspanningen om half onzichtbaar te zijn gingen echter helemaal de mist in toen ik vorige vrijdag een ontmoeting had met Bettina Blümner. Tijdens ons gesprek stelde ik keer op keer vast dat ik zelf aan het woord was. Ik was het, die haar vragen beantwoordde: over het waarom van mijn verhuizing naar Berlijn, over welke films ik het liefste zag, of wat ik dacht over de rol van de kunstenaar in de postmoderne consumptiemaatschappij.

Het gemak waarmee ik babbelde, zegt meer over Blümner dan over mij. De jonge regisseuse is nog maar net afgestudeerd maar kan al prat gaan op een bekroonde documentaire en bezit bovendien de gave om mensen hun schroom te ontnemen. “Ik kijk en luister graag naar mensen”, zei ze toen het me eindelijk lukte mijn mond te houden. “Ik hoor graag hun verhalen en vertel die dan na.”

PrinzessinnenbadHet hoeft dus niet te verbazen dat Blümners verbluffende filmdebuut zo openhartig, intiem en boeiend is. Prinzessinnenbad toont het leven van drie 15-jarige meisjes in de multiculturele Berlijnse wijk Kreuzberg. Beginnend in het Prinzenbad, een populair openluchtzwembad, volgt Blümner een jaar lang de perikelen van deze dochters van uiterst liberale, alleen opvoedende ouders: crises met hun vriendjes, tienerseks, geflirt in de chatroom, kleine criminaliteit en bijlessen. De triomf van de regisseuse bestaat erin, dat de drie zichzelf en hun leven verbazingwekkend blootgeven.

“Ik begon gewoon een gesprek met de meisjes en liet hen zo veel mogelijk vertellen zonder me erin te mengen”, zegt Blümner met een benijdenswaardige bescheidenheid. “Ik zei bijvoorbeeld enkel ‘Ik begrijp niet waarom jullie Turkse jongens beter vinden’, en ze begon honderduit te praten. Ik koos het thema maar gaf hen de vrijheid om erover te vertellen wat ze wilden of om helemaal niets te zeggen.”

Het was niet gemakkelijk zoveel intimiteit en openhartigheid te verkrijgen, maar voor Blümner was het iets heel natuurlijks. Het leven van tieners fascineert me, net als het Prinzenbad. “In de zomer bezoeken elke dag minstens 9000 mensen het zwembad”, vertelt ze. “Iedereen is er halfnaakt en voor tienermeisjes is het dé plaats om jongens te ontmoeten en eerste contacten te leggen. Het hele gebeuren is behoorlijk prikkelend.”

Trailer van de film Prinzessinnenbad:

Voor de casting kreeg Blümner hulp van de badmeesters van het Prinzenbad, die haar meenamen naar de plaatselijke jeugdclubs. Daar stelde een Turkse jongere haar voor aan zijn schoolvriendin Klara Reinacher. De volgende zes maanden had Blümner geregeld ontmoetingen met Klara en haar vriendinnen Tanutscha Glowasz en Mina Bowling. Nadat ze hun vertrouwen had gewonnen, bracht ze een miniDV-camera mee en maakte ze en passant opnames. Maar nooit vroeg ze de meisjes iets na te spelen. Een beurs van het Nipkow-programma voor mediamakers en het enthousiasme van producer Katja Siegel voor haar demovideo waren niet alleen goed voor haar zelfvertrouwen, maar vergrootten ook haar kansen en leidden tot een opdracht van de tv-zenders RBB en ARTE en tot financiële steun van de FFA (Duitse nationale instelling ter promotie van de film) en de Medienboard Berlin-Brandenburg. Cameraman Mathias Schöningh kwam bij de ploeg en creëerde boeiende beelden die tot nadenken aanzetten, zonder afbreuk te doen aan de fundamentele spontaniteit van de film in de stijl van de Cinéma Vérité. Samen met filmtechnicus Inge Schneider maakte Blümner van het geheel een verhaal in 50 afleveringen. De muziek werd geleverd door hiphopbands uit Kreuzberg. De speelfilmversie werd niet alleen een commercieel succes maar won ook de prijs voor Beste Documentaire bij de Deutscher Filmpreis 2008.

“Ik ben zelf liever niet te zien in mijn documentaires. Ik blijf liever op de achtergrond. Hoewel ik me ervan bewust ben dat het eindresultaat een film is die mijn kijk op het leven weergeeft, voel ik me verantwoordelijk tegenover de hoofdrolspeelsters. Ik mag geen vals beeld van hen geven.” Dan lacht Blümner en geeft ze een andere, duidelijkere reden voor de indrukwekkende openheid van de meisjes voor de camera: “Klara, Tanutscha en Mina waren ook niet bepaald verlegen.”

Voor Blümner zich toelegde op het maken van films, studeerde ze fotografie. “Voor mij ontbrak er altijd iets aan foto’s. Het beeld op zich voldeed niet. Ik wou het verhaal van mensen vertellen. Daarom stapte ik over op documentairefilms. En omdat ik de werkelijkheid wilde verbeteren, het hele verhaal wilde uitvinden, begon ik later met fictieve inhouden te werken.”

Blümners afstudeerwerk aan de vermaarde Filmakademie Baden-Württemberg was een be-werking van een kortverhaal van Tobias Wolff, Die Kette. Het volgende jaar trok ze met een beurs naar de Escuela de Cine Internacional EICTV in Cuba, waar ze twee bekroonde kortfilms draaide, 13+15 en La Vida Dulce. Vandaag werkt ze aan nieuwe ideeën voor documentaires en drama’s. In al haar projecten vertelt ze op episodische wijze de verhalen van jonge mensen en gezinnen. Dat doet ze door de met elkaar verweven levens nauwkeurig te observeren. Als ze gehoor geeft aan de raad van het Amerikaanse entertainmentblad Variety, volgt ze misschien het voorbeeld van Michael Apted, regisseur van de documentaire Up, en zoekt ze het trio uit het Prinzessinnenbad na zeven jaar terug op.

“Ik vind dat een regisseur meer vrijheid heeft bij het maken van een documentaire dan bij het draaien van een speelfilm”, zegt ze. “Bij speelfilms zijn er zoveel producers en draaiboekauteurs en gaat het vaak om heel veel geld. Ik schipper graag tussen beide disciplines. Als men alleen drama’s verfilmt, verliest men volgens mij de voeling met het echte leven.” Blümner won mijn vertrouwen en bevestigde door haar karakter en haar werk dat “het draaien van documentaires mij met het leven verbindt.”

Al gauw was ik zelf weer aan het spreken, deze keer over mijn eigen ervaringen met de “band met het leven”, over studiereizen, over het verzamelen van materiaal voor reisboeken en over het effect van een nakend documentaireproject over de oorlog in Bosnië op mijn roman over Duitsland in oorlogstijden. Bettina Blümner wendde het hoofd, boog wat naar voren en luisterde. En terwijl ik volop vertelde, viel van Norman Lewis in de verste verte geen teken te bekennen.

Rory MacLean
januari 2009

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Jeugd in Duitsland

    Mode, muziek, outfits, politieke voorkeuren: wat doet de Duitse jeugd?