Paul Nolte

“Wij moeten ons iets anders laten invallen” – historicus Paul Nolte

De welstandsmaatschappij wordt armer en de welvaartsstaat te duur. De aanbevolen oplossing van het dilemma: vernieuwing van oude waarden en deugden door persoonlijke verantwoording en prestatie. De universiteitsprofessor Paul Nolte wordt het spraakroer van de Duitse middenstand, met haar angst voor sociale ondergang.

Twintig jaar geleden, bij de Duitse “historicistrijd” om de onvergelijkbaarheid van de nationaalsocialistische jodenvernietiging, werd de destijds 23 jaar jonge historicus Paul Nolte eensklaps duidelijk, dat de geschiedenis in wezen een hedendaagse geschiedenis is, strijd en springstof in de mentale en politieke discussie van het heden. Met zijn academische leraars, de sociale historicus Hans-Ulrich Wehler en de filosoof Jürgen Habermas, stond hij tegenover de Berlijnse geschiedenisprofessor Ernst Nolte, die het Hiterlisme probeerde te verklaren aanhand van de angst voor het wereldrevolutionaire communisme. “Jammer genoeg mijn naamgenoot”, zo de jonge Nolte destijds.

Vandaag is Paul Nolte, jaargang 1963, zelf professor van “Nieuwe geschiedenis met als hoofdthema hedendaagse geschiedenis” aan de Vrije Universiteit Berlijn – en staat verder, zoals in zijn tijd zijn naamgenoot Ernst Nolte, in het brandpunt van de openbare opinievorming. Bekende politici laten zich graag samen met hem zien en noemen. Want de professor schrijft en doceert deskundig over waarden, of preciezer: hij praktiseert deugden die de maatschappij van binnen uit kunnen samenhouden. Sinds hij zich bezig hield met “lage klasse televisie” en daarmee in een avondshow werd geciteerd, kennen miljoenen toeschouwers de realiteitkritische geleerde.

Het begrip een “nieuwe onderklasse” uit Noltes´ boek Generation Reform definieert een klasse die niet wordt gekarakteriseerd door een laag inkomen, maar door mentale bescheidenheid en gebrekkige scholing. Daarbij klinkt “onderlaag” in het huidige Duitsland met zijn vijf miljoen werkzoekenden onmiskenbaar naar werklozen, terwijl het verband met de televisie aantoonbaar voor de hand ligt: volgens representatieve onderzoeken kijken werklozen goed vijf uur per dag televisie, anderhalf uur meer dan de gemiddelde bevolking.

“Zorgzame verwaarlozing”

De snel tot slogan geworden aanduiding “onderklasse- televisie”, is een typisch voorbeeld voor Noltes´ argumentatiewijze en werking. De uitdrukking stamt uit de sociologie en geraakte via de verhandeling Generation Reform in het algemene bewustzijn. Het begrip is geen leeg woord, maar realistisch, bevestigd door kijkcijfers. Tegelijkertijd is het emotioneel beladen. Met verontwaardiging spreekt Nolle van een “zorgzame verwaarlozing” door de staat, die de welzijnsontvanger met maandelijkse geldoverschrijvingen sust, maar voor de rest voor de televisie laat hangen. Anderzijds wil Nolte ook de getroffenen wakker schudden: “Ja, iedereen moet tenminste proberen om zijn eigen hamer in de hand te nemen en het ijzer te smeden.”

“Meer eigenverantwoording voor het individu”

Wie zo informatief en omzichtig te werk gaat, spreekt de Duitse middenstand met haar acute angst voor de, door Nolte zogenoemde sociale “neerwaartse spiraal”, uit het hart. De ondertitel van Generation Reform zegt alles: “Aan de overzijde van de geblokkeerde republiek.” De over- gereglementeerde welvaartsstaat ketent het vrije spel van krachten, dat ooit het Duitse economiewonder heeft geschapen. “Sinds ongeveer dertig jaar is de fase van automatische welstandsuitbreiding voorbij, en wij moeten ons iets anders laten invallen”, zo Nolte. “Dat werd echter verzuimd. In plaats daarvan heeft men zich in de broekzak gelogen en gevloekt over het einde van het industrietijdperk. De sociaalstaat moet meer zetten op de eigenverantwoording van het individu.” Of, zo de these van zijn jongste bestseller: “welstand en risico horen meer dan ooit samen – dat is het kenmerk van de riskante moderniteit.”

Nolte representeert zeker geen oud-liberaal individualisme, in nieuw Duits: geen ideaal van de ellebogenmaatschappij. Hij waarschuwt eerder: “Zonder een gemeenschappelijke basis en achtergrond van waarden zijn hervormingsinspanningen noch regelbaar, noch om te zetten. Zonder een duidelijk bewustzijn van wat wij als natie willen bereiken, blijven we op een technocratie van de hervorming teruggeworpen. In plaats van een technocratisch “model Duitsland” spreekt Nolte onverkrampt van “modern patriottisme”. “Modern patriottisme kan tegelijkertijd een bescherming zijn om zich uit te leveren aan een narcistische staatshuishoudkunde in de hervormingen.” In klare taal: de nationale, historisch gegroeide sociale orde is ons weerstandspotentiaal tegen een vermeende onontkoombare globalisering van economie en maatschappij.

Nolte representeert geen individuele mening, maar eerder de stemming in zijn generatie, de mid- veertigers van vandaag. Zo beklemtoonde ook de economische journaliste Gabor Steingart, schrijver van de bestseller Duitsland – verval van een superster, in een interview met Nolte: “Eén derde van de maatschappij produceert de welstand, die de andere twee derden verbruiken. Het is essentieel om de stilgelegde maatschappij opnieuw te mobiliseren, haar gerust te stellen, om ze tot producent, niet alleen tot consument, van welstand te maken.” Ook Steingart wil een stemming wekken van ontwaken en angststarheid – niet in het minst angst voor de globalisatie overwinnen.

Professioneel competent en mediaal present

Niet alleen professoren aan Duitse universiteiten houden ervan om bij openbaar werkzame collega’s een onderscheid te maken tussen mediale aanwezigheid en professionele bekwaamheid. In het geval van Nolte is er daarin echter geen springstof te vinden. De historicus heeft zich vanaf zijn eerst boek over Staatsvorming en maatschappijhervorming tot aan zijn doctoraatsproefschrift voor het hogeschoolleraarsberoep via De orde van de Duitse maatschappij tot nu toe volgens alle regels van de wetenschappelijke kunst beziggehouden met een theoretische en praktische constructie van goed samenleven. Voorbereid door deze geschiedkundige kennis voelt hij zich ook als raadgever voor vandaag, op de hoogte van onze tijd, bevoegd en verplicht. Zelfkritisch gelooft hij, dat hij van zijn vader, een protestantse geestelijke, “een zekere morele basis” heeft geërfd, ook een “missionair trekje”.

Maar dat kan ook minder persoonlijk worden gezien en je hoeft er enkel voor terug te denken aan de argumentatie van de moderne Duitse geschiedeniswetenschap door Barthold Georg Niebuhr aan de Berlijnse Universiteit, begin 19de eeuw. De historicus doceerde – voor het geleerde burgerschap van de stad, de algemeenheid en niet- gespecialiseerde studenten – over akkerwetgeving en onteigeningen in de Romeinse Oudheid, en wel met blik op de contemporaine Franse revolutie, wiens protagonisten volgens Niebuhr ten onrechte op het antieke voorbeeld beroep deden. Geschiedenis dus van bij het begin als hedendaagse geschiedenis, de historicus als frontman van de politieke verhandeling. Hoe lang Nolte deze rol nog kan volhouden, moet nog blijken.

Hoofdwerken van Paul Nolte:

Riskante Moderne. Die Deutschen und der neue Kapitalismus, München 2006 (C.H. Beck), 313 pagina's

Generation Reform. Jenseits der blockierten Republik, München 2004 (C.H. Beck), 256 pagina's

Die Ordnung der deutschen Gesellschaft. Selbstentwurf und Selbstbeschreibung im 20. Jahrhundert, München 2000 (C.H. Beck), 520 pagina's

Hermann Horstkotte
De schrijver is docent aan het Geschiedkundig Instituut van de technische Universiteit in Aachen

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
september 2006
Links over dit onderwerp

Duitsland denkt

Deutschland denkt
Duitse wetenschappers zijn er volop, maar hoe vind je nu precies de wetenschappelijke experts, die bij een actueel project nodig zijn?