Michael Walter

Interview met Michael Walter door Rory MacLean

Michael Walter
Michael Walter
„Ik probeer elk boek een deel van mij te laten worden”, zegt Michael Walter, en brengt zijn handen samen, alsof hij een idee vastgrijpt. “Ik lees en lees en lees het, tot ik de stemming ervan kan voelen. Dan zoek ik naar de passende Duitse woorden, woordklanken en ritmes.” Hij leunt achterover in zijn stoel en glimlacht, “Dat is hoe ik vertaal.”

Elk jaar worden er ongeveer 3.000 boeken vanuit het Engels in het Duits vertaald. Enkel 30 tot 40 boeken volgen de omgekeerde richting van het Duits naar het Engels. Deze discrepantie verklaart het belang en de algemene waardering die vertalers in Duitsland toebedeeld wordt (en illustreert tegelijkertijd het insulaire karakter van de Angelsaksische wereld: “Het Kanaal in de mist: Europees vastland geïsoleerd”). Vertalers wordt een sleutelrol toegeschreven bij het wereldbesef van de Duitsers, en Michael Walter – die meer dan 60 romans, toneelstukken en draaiboeken geschreven heeft – is een van de besten.

“Je hebt het soort acteur die verschillende rollen speelt, maar altijd zichzelf blijft, en dan is er de acteur die zichzelf transformeert met elk nieuw personage”, vertelt Corinna Brocher, hoofd van het Rowohlt Theater Verlag. “Als vertaler behoort Michael tot de categorie van metamorfose kunstenaars.”

Michael is in Wiesbaden geboren, verhuisde als kind naar het Zwarte Woud en later naar Baden-Baden. Het huis van het gezin was altijd vol met boeken. Zijn vader hield van Goethe, zijn moeder had een passie voor Hermann Hesse. Hij groeide temidden van literatuur op, maar het was muziek, vooral popmuziek, die vooreerst tot zijn verbeelding sprak.

„De jaren 1960 hebben mij de ogen geopend“, vertelt hij mij. “Na het Zwarte Woud scheen Baden-Baden een oogverblindende grootstad. Ik werd drummer in een band. We zongen covers van Engelse hits, dus moest iemand de songteksten begrijpen en neerschrijven. Die persoon was ik.”

Michael Walter drumming with his band in the 60sZijn band, afwisselend Slash, Blues Eternity en Leviathan genaamd, bracht aanvankelijk nummers van Herman Hermits, daarna van de Beatles en de Rolling Stones, en uiteindelijk van Led Zeppelin en Ten Years After.

“Ik mocht de taal onmiddellijk”, zegt Michael, en zingt een lijn uit een hit van The Yardbirds. “Het klikte gewoon met het Engels.”

Na zijn universitaire studies wou hij eigenlijk leraar worden, maar vrienden raadden hem een pedagogische loopbaan af. In plaats daarvan deelde hij pamfletten uit in Stuttgart en probeerde hij een voet tussen de deur van de uitgeverij-branche te krijgen, maar was niet in staat een goede baan te vinden. Dan vroeg een van zijn vroegere professors hem quasi toevallig Robert Louis Stevensons Kidnapped te vertalen.

„Ik werkte hard en het ging mij gemakkelijk af”, herinnert Michael zich. “Mijn achtergrond in muziek kwam ten goede. In een band moet je op de andere jongens op het podium afgestemd zijn. Als je langs elkaar heen speelt, is het resultaat beroerd. Ik heb mezelf geleerd een gevoel te ontwikkelen voor de stemming van Stevenson en ze op te vangen.

Copyright Eichborn VerlagMichaels professionaliteit bracht hem nieuwe opdrachten. Zijn vlotheid en speelse omgang met taal gaven hem een opmerkelijke bandbreedte. Hij vertaalde Virginia Woolf en Lewis Carroll, Edward Gibbon, David Hare en Harold Pinter. Hij ontwikkelde een enthusiasme voor Laurence Sterne. Zijn vertaling van Tristram Shandy werd met de Johann Heinrich Voß Prijs bekroond, de eerste van acht belangrijke literaire beurzen en onderschedingen.

“Gaat het werk goed, dan voel je je thuis in de tekst”, vertelt hij mij. “Zinnen en alinea’s klinken gewoon juist. Maar soms – zoals bij Orwell het geval was – kreeg ik de vibes maar niet te pakken. Mijn vertaling van 1984 is niet zeer goed. Het is niet zo dat de woorden verkeerd zijn, maar eerder dat de taal onbeholpen klinkt en weinig elegant. Orwell heeft mij niet echt geïnspireerd. Mijn latere werk aan Animal Farm is beter.”

Michael is nooit tevreden met een vertaling. Corinna Brocher vertelde mij dat hij een open oor heeft voor het verzoek van uitgevers voor veranderingen, maar op de juiste plekken hardnekkig blijft. “Je voelt dat een vertaling voortdurend in hem verder werkt, en onopgeloste problemen hem niet loslaten tot hij de optimale oplossing gevonden heeft”, zegt ze.

Zijn nieuwste project is Henry James’ The Ambassadors. Om de juiste toon te treffen, wil hij zich onderdompelen in de Duitse literatuur van die tijd (1903), hij wil de klank en de tijdgeest weergeven, en tegelijkertijd de relevantie van het boek voor de eigentijdse tijd vaststellen. Komt het project tot stand, dan zal Michael minstens twee jaar nodig hebben om de 800 pagina’s van de roman te vertalen.

“Ik moet het proberen. Waarom? Wil jij niet met elk project nieuwe hoogtes bereiken? Gewoon om te zien of je het haalt?” vraagt hij mij. “Mij gaat het in ieder geval zo. Daarom heb ik Melville gedaan.” Hij gaat verder: “Volgend jaar wordt ik 60. Wanneer ik ouder ben, kan ik pakweg de brieven van Lawrence Sterne doen. Dat is voor mij niet moeilijk, omdat ik Sterne al goed ken. Maar daarvoor wil ik nog een boek doen dat een uitdaging voor mij vormt.”

Michael heeft enkel twee van de tientallen schrijvers leren kennen, diens werken hij vertaald heeft.

copyright: Diogenes Verlag“Ik was in New York en belde John Irving op. Hij zei: “Kom op bezoek bij mij thuis”. Dat heb ik gedaan. We verbrachten de dag samen zwemmend, spraken over alles onder de zon. Ik vind het alleen jammer dat ik Ian McEwan nooit ontmoet heb. Hij is een fantastische schrijver. Zijn werk is heel belangrijk.”

Michael, een lid van de Deutsche Akademie (de Duitse Academie) is het gelukkigst thuis in München met zijn vrouw – die ook vertaalster is – en hun twee katten.

“Bij vertalen gaat het om discipline en verantwoordelijkheid”, legt hij uit. “Een goede vertaler moet een goed oor hebben. Je moet elke zin bewerken en zolang heen en weer bewegen tot het helemaal juist klinkt, en zo tot de volgende zin leidt. Een goede vertaler heeft ook tijd nodig.”

„Men vraagt mij steeds opnieuw of ik niet zelf will schrijven“, glimlacht hij. “Ik heb het 15 jaar geleden geprobeerd, het was niet goed. Ik draag geen wrok. Ik ben gelukkig met het werk dat ik doe, let wel, niet met de betaling.”

Rory MacLean
April 2010

    Encounters

    The World Through the Eyes of German Authors