de Currywurst

De liefde voor de Currywurst (kerrieworst)

Ik probeer steeds positief te blijven over de Duitse keuken. Vergeet de Sauerkraut clichés (gelieve er nota van te willen nemen dat sauerkraut (zuurkool) blijkbaar een edele delicatesse is wanneer het “choucroute” heet en door de Fransen genuttigd wordt), en concentreer je liever op het stijgende aantal Michelin koks, het heerlijke volkorenbrood en het buitengewone bier. Maar dat is niet het eind van het verhaal, nietwaar?

Er kan werkelijk niets ter rehabilitatie gezegd worden over Duits street food en vooral over het zwarte schaap, de Berlijnse currywurst. Niet dat er iets bijzonder zwarts of donker aan de currywurst is. Neonrood, ja, knalgeel, ja. De currywurst is nagenoeg zo natuurlijk als nylon, en wanneer je ze met het vel eet (“met darm”, zeggen de kenners), smaakt ze net zo. Berlijn – dat op zijn gebruikelijk karakteristieke wijze de liefde voor de currywurst als een token van loyaliteit tegenover de stad beschouwt, ook al zendt het toeristen na de derde hap richting openbare toiletten – heeft nu een museum geopend, een soort schrijn voor de verschrikkelijke, met saus overgoten worst. Gesitueerd vlakbij Checkpoint Charlie, hoopt het museum 350.000 bezoekers per jaar aan te trekken. De organisatoren van het museum zullen toeristen ervan proberen te overtuigen dat de currywurst op een of andere manier glamour uitstraalt. Maar hoe maak je van een varkensworst, die zwemt in een brij bestaande uit tomatenketchup, kerriepoeder en cayennepeper, iets begerenswaardigs? Wenen heeft zijn schnitzel, Brussel zijn mosselen en Berlijn heeft een stukje nauwelijks verteerbare, gefrituurde technicolor worst. Dat lijkt niet zeer billijk.

Een wurst onder druk

De currywurst heeft zijn fans. Voormalig Duits Bondskanselier Gerhard Schröder was vroeger met een strikte vegetariër getrouwd. Op weg naar zijn werk, veilig uit het zicht van zijn vrouw Hillu, liet hij zijn chauffeur stoppen zodat hij een currywurst kon verslinden. The Amerikaanse kok en schrijver Anthony Bourdain, berucht voor zijn bijtende kritiek, heeft zelfs goede dingen over de currywurst gezegd. Nu, hij at, en zei ook goede dingen over het rectum van het Namibische wrattenzwijn. Dat soort kerel is hij nu eenmaal.

In de straten van Berlijn heeft de kerrieworst concurrentie gekregen van Dönerkebab snackbars, gerund door Turken, maar ook Libanezen en Irakezen. Berlijn is ontvankelijker geworden tegenover de etnisch Turkse gemeenschap – zo’n 300.000 personen groot – en zo hebben ook de burgers geleerd dat er nog andere mogelijkheden zijn om de kleine honger te stillen. Bovendien zou je bijna kunnen beweren dat de döner gezonder is dan de currywurst. Per slot van rekening zijn er dönerkebab kramen die een slablad en een schijfje tomaat bovenop het vlees smijten en aldus zegevieren over de vitamineloze Berlijnse worst. Probeert het nieuwe museum het evenwicht te herstellen? Probeert het de kerrieworst van zijn welverdiende vergetelheid te redden en het deel van de culinaire geschiedenis van de stad te laten worden?

Rivaliteit tussen Duitse steden

Nu ja, misschien. Er komt ook een weinig rivaliteit tussen Duitse steden bij kijken. De Berlijnse versie van de worstgeschiedenis gaat als volgt. Het waren de vrouwen die na de oorlog in de ruïnes van de stad het puin moesten ruimen en voldoende moesten verdienen om hun families te kunnen onderhouden. In de jaren onmiddellijk na de oorlog ontwikkelde er zich een buitengewone generatie van vrouwelijke entrepreneurs. Een van hen was Herta Heuwer, die in 1949 een worstkraampje opende op de Stuttgarter Platz, de rosse buurt van het door de Britten bezette deel van West-Berlijn. Britse soldaten bezorgden haar de ingrediënten voor haar kerrieworst mengsel, geroerd in een geëmailleerde emmer: tomatenpuree, kerriepoeder, Worcestersaus en een vermeend geheim ingrediënt. Tegen 1959 was deze saus zo populair geworden dat ze onder de naam “Chillup” gepatenteerd werd. Naarmate de West-Berlijners rijker werden, werd het modieus om ’s avonds op de Ku’damm een currywurst te eten. Men sprak doorgaans na sluiting van de theaters af bij Franky’s Curry-Station, aan het ruwe einde van de Ku’damm – ver weg van de designerwinkels en bezadigde koffiehuizen – om een van zijn degoutante worsten te verorberen en daarbij Sekt te drinken. Je vond er acteurs, journalisten en prostituees die niet wilden dat er aan de party een einde kwam. Franky, die een penthouse bezat aan de Ku’damm, stierf op zekere nacht, nadat hij in slaap gevallen was met een sigaret in zijn mond. Ik kan mij nog aan zijn begrafenis herinneren op het Heerstraße kerkhof in Berlijn. De rouwplechtigheid werd opgeluisterd door onderwereldfiguren zoals Tommy Turnschuh, een groot aantal getatoeëerde boxers en peroxide blonde vouwen in het zwart. Nadien ging natuurlijk iedereen een kerrieworst eten.

Andere Duitse steden bestwisten Berlijns aanspraak op de currywurst. De hoofdfiguur in Uwe Timms in 1993 verschenen boek Die Entdeckung der Currywurst (De ontdekking van de kerrieworst)) beweert dat hij de worst in 1947 in Hamburg gegeten heeft. En in het Roergebied zijn er een paar mensen die ervan overtuigd zijn dat de currywurst hun idee was.

De Imbissbudde is aan het verdwijnen

Waarom iemand zou willen opkomen voor de eer van deze worst tart mijn verbeelding. Het gaat er bij deze worstoorlogen echter niet om Michelin inspecteurs te overtuigen, maar om het gemeenschapsgevoel dat ze teweeg brengen. De currywurst verbond een bepaalde soort West-Berlijners die nu met uitsterven bedreigd zijn. Hetzelfde geldt voor de Oost-Berlijnse pendant van de currywurst , geserveerd aan Konnopke’s kraam. Het hele concept van de snackbar op straat is aan het verdwijnen. Een interessant nieuw boek Der Fritten-Humboldt (Goldmann uitgeverij) toont hoe de snackbar, the „Imbissbude“, deel werd van de architectuur van het Duitse straatbeeld, hoe ze nu verdwijnt, en hoe de mensen die er vroeger regelmatig te gast waren, nu in zekere zin dakloos zijn. Schrijver van het boek is grafisch ontwerper Jon Flemming Olsen, die samen met filosoof-komiek Olli Dittrich in de cultus komediereeks Dittsche speelt. Olsen richtte ook de countryband “Texas Lightning” op, die ooit Duitsland op het Eurovisie Songfestival vertegenwoordigd heeft. Tijdens de recherches voor zijn boek stond de schrijver vaak zelf achter de toog van snackbars in het hele land. Hij weet dus waarvan hij spreekt. Natuurlijk, als iemand die het in het leven tot iets gebracht heeft, is hij geen typische kerrieworst-en-frieten eter. Maar hij heeft begrepen dat het hier niet om het eten of de toebereiding gaat. Het gaat erom de Duitsers een ruimte te bieden waar ze over de hoogtes en laagtes van hun leven kunnen mijmeren.

De hart-longmachine van de goedkope verzadigingsindustrie

„Hier macht sich niemand schöner, als er ist“, besluit een recensie van Olsen’s safari in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. „Niemand doet zich hier beter voor dan hij is.“ Het currywurst kraam is slechts een onderdeel van wat criticus Alexander Marguier de „Herz-Lungen-Maschine des billigen Sattmachgewerbes“ noemt (de hart-longmachine van de goedkope verzadigingsindustrie”). Tijdens zijn research ontmoet hij Olsen Hakim van Herat in Afghanistan, die daar als bontwerker geschoold werd in het slachten van vlees. Via omwegen kwam Hakim in Duitsland terecht en serveert nu varkensribben met zelfgemaakte kruiden, vanuit een gehavende oude bus vlakbij een legerkazerne in Heidelberg – zijn voornaamste (en zeer enthousiaste) klanten zijn Amerikaanse soldaten. Typisch Duits? Nu ja, niet echt. Maar een token van de mogelijkheden die zich in een modern, veranderend Duitsland voordoen.

Roger Boyes
is Duitsland correspondent voor het Britse dagblad „The Times“. Hij woont al 20 jaar in Duitsland en schrijft de column „My Berlin“ in de „Tagesspiegel“. In zijn boek „My dear Krauts“ beschrijft hij met typisch Britse humor de eigenheden van het dagelijkse leven in Duitsland.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online redactie
Maart 2010

Hebt u nog vragen over dit artikel? Contacteer ons!
online-redaktion@goethe.de 

Links over dit onderwerp

Weblog: Rory’s Berlin-Blog

Rory MacLean Weblog
Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

Weblog: „Meet in Finland“

Onder „Meet in Finland“ kunt u lezen wat schrijvers en kunstenaars, die op uitnodiging van het Goethe-Institut een langere tijd in Finland doorbrengen, daar beleven.