De Strandkorb

De “Strandkorb” – een cultobject

Copyright: www.pixelio.deIndien er ooit een gunstig tijdstip was om de Duitse zeekust te ontdekken, dan wel deze zomer van economische crisis en globale opwarming. Waarom halverwege de aardbol reizen op zoek naar zon, zee en zand, wanneer diezelfde elementen op je stoep te vinden zijn?

In het voorbije decennium is het aantal overnachtingen aan de Baltische Zee in Mecklenburg-Voor-Pommeren meer dan verdubbeld, tot 27,5 miljoen. De Oostzee was vroeger de klassieke vakantiebestemming voor Oost-Duitsers, voor wie exotische reisbestemmingen door het communistisch regime uit den boze waren. Nu is het een nationale bestemming geworden. Hier ga je heen om het familiebudget niet te boven te gaan en je ecologische principes trouw te blijven.

En zo wordt dit de zomer van de “Strandkorb” (letterlijk: de strandkorf), de rieten mand die je afschermt van de Baltische (of Noordzee) wind, terwijl je naar de horizon tuurt en naar de zeemeeuwen of je ruziënde buren luistert. De Strandkorb is een cultobject geworden, een succesvol exportproduct van de Duitse handwerkkunst. Door zijn kleurrijke bekleding en zijn zorgvuldige bouw geldt het als typisch Duits, een versmelting van traditie met een iets moderner, cooler imago.

Een zeldzame wirwar van korven

De „Standkorb“ werd in 1882 uitgevonden door mandenmaker Wilhelm Bartelmann uit Rostock. Een oudere aristocrate klaagde dat dokters haar zeelucht voorgeschreven hadden, maar haar tegelijkertijd omwille van haar reuma verboden hadden zich op het zand te zetten. Hoe kon ze dit dilemma oplossen? Kon Bartelmann een stoel maken voor het strand, die haar tegen teveel zon en wind zou beschutten? Zo werd de Strandkorb geboren. De zetel sloeg aan en was tegen het begin van de 20ste eeuw verder ontwikkeld: het bood genoeg plaats voor twee personen en had gestoffeerde zitplaatsen, een verstelbare rugleuning en een tafeltje om de thermoskan op te stellen. Het businessmodel was duidelijk: niemand zou een Strandkorb kopen voor een paar weken vakantie per jaar, maar je kon ze huren en tijdens de winter opbergen.

En zo gebeurde het dat deze vreemd uitziende zetel het uitzicht aan de Duitse kusten bevolkte. De Britten hebben een andere opvatting over het strand. Wanneer de wind een probleem vormt (en dat doet ze met zekerheid aan de Britste en Duitse kusten), dan graven de Engelsen een diep gat en omringen het met een laag zeildoek dat dienst doet als windbeschutting. Je gebruikt de natuur om jezelf tegen de natuur te beschermen; dat leer je wanneer je op een eiland woont, zelfs op een lawaaierig, dichtbevolkt eiland zoals Groot-Brittannië. Wij beschouwen de wind als een aangenaam deel van het strandbezoek, dan vliegen immers vliegers en rokken de hoogte in. Wil je gerieflijk zitten, dan neem je een ligstoel mee, waarop je prima kunt zonnen. Het is open, gemakkelijk te transporteren, en je kunt er op slapen.

Een aanspraak op privacy

De Strandkorb is net het tegenovergestelde. Het is de voortzetting van het badhanddoek- syndroom, namelijk de idee dat je je ruimte op het strand moet afbakenen en vreemden moet afweren. Het is een aanspraak op privacy, zoals een badlaken met loden gewichten eraan vastgemaakt. De Strandkorb zegt: laat me met rust! Geen wonder dat Duitse schrijvers ervan houden. Thomas Mann verbracht drie opeenvolgende zomers, in 1930, ´31 en ´32 respectievelijk, aan de Kurische Nehrung (de Koerse Schoorwal), slenterde er van zijn zomerhuisje door de duinen naar zijn Strandkorb, die hij speciaal uit Lübeck had laten komen, om er te werken. Daar, uit het zicht, pende hij Joseph und seine Brüder. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom een Strandkorb bevorderlijk is voor creatief schrijven; het is te ongemakkelijk om in te dommelen, er is een tafel, je hebt zicht op zee en op voorbijgaande passanten. Vooral heb je er privacy en niet-privacy. De stemmen van de naburige “Strandkörbe” komen overgewaaid, en je kan de meest intieme gesprekken opvangen, omdat de vorm van de mand, een beetje zoals een biechtstoel, de inzittenden het gevoel geeft alleen op de wereld te zijn. Je bent geïsoleerd, uit het zicht, en toch maak je ergens deel uit van het gebeuren.

De langste Strandkorb ter wereld

 

Het belangrijkste aan de Strandkorb is zijn onbeweeglijkheid. Het kan niet wegwaaien. Je zit, rotsvast, in je eigen kleine bunker. De krant „Ostzeezeitung“, het officiële orgaan van de „Strandkörber“ brengt regelmatig verslag uit over een “wereldkampioenschap” Strandkorb - sprinten. Vorige zomer wonnen twee jonge mannen die een 70 kilo zware Strandkorb in 5,8 seconden 20 meter langs het Zinnowitz strand gedragen hadden. Goed gedaan jongens! Natuurlijk was dat een volstrekt zinloze oefening. De raison d’ être van de Strandkorb is net dat hij helemaal niet verplaatst wordt tot het begin van de herfst. Dit sluit aan bij de Duitse behoefte naar houvast, naar de illusie van bestendigheid. Op een winderige, zonnige zomermorgen in een Strandkorb klauteren, is net alsof je in de baarmoeder terugkeert.

Het is dan ook passend dat de in het geheugen blijvende foto van de G8 top in Heiligendamm in 2007– en de foto die misschien wel het symbool van Angela Merkels tijd als kanselier zal worden – de langste Strandkorb ter wereld toont. Daar zitten ze dan, de leiders van de Westerse wereld, niet in staat met de klimaatcrisis om te gaan, nog niet vermoedend dat er een financiële storm op komst is, ineengedoken in de mand om zich tegen de wind van verandering te beschutten. De Strandkorb – een perfect toevluchtsoord in tijden van crisis.

Roger Boyes
is Duitsland correspondent voor het Britse dagblad „The Times“. Hij woont al 20 jaar in Duitsland en schrijft de column „My Berlin“ in de „Tagesspiegel“. In zijn boek „My dear Krauts“ beschrijft hij met typisch Britse humor de eigenheden van het dagelijkse leven in Duitsland.

Foto „Strandkorb”“ © Lusa58 / PIXELIO

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online redactie

Juli 2009

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Weblog: „Meet in Finland“

    Onder „Meet in Finland“ kunt u lezen wat schrijvers en kunstenaars, die op uitnodiging van het Goethe-Institut een langere tijd in Finland doorbrengen, daar beleven.