De Duitsers en de kerstmarkt

De kerstmarkt – een evenwichtige mix tussen een volks- en besloten feest

Kerstmarkt in Nürnberg, Bayern © picture-alliance / Bildagentur HuberKerstmis is de periode waarin men zich in de familiebunker terugtrekt om er na de feestdagen bedwelmd, overeten en stierlijk verveeld weer uit tevoorschijn te komen. Dat is althans mijn opvatting. Maar heel wat mensen zien kerstmis anders. 

Wij zouden de Duitsers dankbaar moeten zijn. Ze leerden ons, Britten en andere Europeanen, hoe we de kerstdagen gezond doorkomen, hoe we aan die beklemmende gevangenschap met traag denkende verwanten en dolgedraaide kinderen kunnen ontkomen. De Duitsers vonden immers de kerstmarkt uit, die uitgroeide tot een evenwichtige mix tussen een volksfeest en een feest in besloten kring.

© Gabi Schoenemann/www.pixelio.deKerstmarkten zijn buitengewoon heidense gebeurtenissen: de standjes zijn dan wel getooid met enkele fonkelende engelen en met de uit hout gesneden heilige Drie Koningen, maar voor het merendeel valt niets van de religieuze betekenis van het feest te bespeuren. Meer nog: honderden elektrische gloeilampen verdrijven de duisternis van de eerbiedwaardige Duitse marktpleinen, alsof de standeigenaars de oude god van het licht, van de energieverspilling en van de globale opwarming van de aarde hulde willen brengen. En daar gaat het natuurlijk ook om: de mensheid een warm en aangenaam samenhorigheidsgevoel bieden tegenover de onvermijdelijke overlevingsproef tijdens de eigenlijke kerstdagen. Omdat steeds meer ondernemingen afzien van de bedrijfskerstfeesten zijn de kerstmarkten een van de weinige plaatsen waar men zich zonder gewetenswroeging nog publiek kan bedrinken.

Verliefd op kerstmarkten

Kerstmarkt aan de Dom, Keulen, Nordrhein-Westfalen © picture-alliance / Bildagentur HuberDe glühwein baant zich even snel een weg door het bloed als Michael Schumacher vroeger door de bochten van de Nürburgring scheurde. Zoef! Het zal dan ook niemand verbazen dat de Britten hun hart aan de kerstmarkt verloren. In deze economisch moeilijke kerstperiode werd de kerstmarkt zelfs het belangrijkste Duitse exportproduct. Tandartsen in Los Angeles denken dit jaar tweemaal na of ze zich wel een Porsche aanschaffen; de angst bij de financiële managers voor hun baan zit er te diep in om een nieuwe BMW te kopen. Maar de kerstmarkt, tja, dat is een Duits product dat men zich rustig kan veroorloven. Dit jaar organiseerde de stad Keulen een kerstmarkt tegenover de Big Ben aan de oever van de Londense Thames. Andere verkopen hun glühwein dan weer op erg ongebruikelijke plekken zoals Birmingham en Leeds.

Hoe komt dat? Aan het goederenaanbod kan het niet liggen en aan de glühwein, die - laten we eerlijk zijn – een kater van formaat garandeert, evenmin. Het antwoord is eenvoudig: Groot-Brittannië verloor net als zoveel andere West-Europese landen het gevoel voor een echt kerstfeest. Zelfs op kerstdag zijn de supermarkten er de klok rond geopend. De dennenboom is grotendeels vervangen door een kunststofimitatie met ingewerkte lichtjes (dat is zo praktisch, toch?). De kinderen zijn gek op elektronisch speelgoed. Eenmaal uitgepakt trekken ze zich in hun kamer terug en klagen per sms bij hun vrienden dat hun geschifte ouders andermaal de verkeerde versie van Combat of van een ander gewelddadig computerspel kochten dat momenteel furore maakt. Intussen draait haast alles om kredietkaarten, niet langer om kerstkaarten. En dan zijn er natuurlijk ook die lange dagen van gedwongen gevangenschap met de familie, die in een voorstedelijke versie van Jungle Camp de ene maaltijd na de andere bereidt.

Made in Germany

De Duitsers zijn erin geslaagd het feest te bewaren. Meer nog, ze vonden het zelfs uit. Per slot van rekening was het de Duitse echtgenoot van Queen Victoria, Prins Albert van Sachsen-Coburg en Gotha, die de kerstboom naar Groot-Brittannië bracht. Bovendien had hij een goede stem en dus zong hij voor de verzamelde Koninklijke familie op het kasteel Balmoral “Oh, Tannenbaum, wie grün sind deine Blätter”. Aan Albert en aan de Duitse verovering van de Victoriaanse huishoudens danken we de kerstgeschenken, hulst en maretak. Kerstmis is Made in Germany. Er is een oud Engels versje: “De kinderen in Engeland kraken / wat de kinderen in Nürnberg maken.” Nu zoeken de Britten in Duitsland naar de vervlogen periode van de 19de eeuw toen Groot-Brittannië groter en gezelliger was.
Op het eerste gezicht lijkt het of de Duitsers op de “Christkindlmarkt” in Nürnberg of op andere low-costbestemmingen hun roots trouw zijn gebleven. Op het marktplein staat een reusachtige dennenboom (die door de meeste Britse gemeentebesturen vandaag als brandrisico wordt gecatalogeerd), kleine kinderen zingen “Stille nacht” (in Groot-Brittannië gelden kinderkoren als jachtterrein voor pedofielen wat ze met uitsterven bedreigt) en overal ruikt het naar kaneel, sinaasappel, braadworst en alcohol – zelfs naar kerst.

Vrolijk zelfbedrog

Maar misschien zijn deze kerstmarkten wel louter schijn: een marketinginstrument om aarzelende consumenten het geld uit de zakken te kloppen of lichtgelovige toeristen te lokken. Wie de aangeboden kerstartikelen nader beschouwt, stelt vast dat er nog weinig authentiek Duits bij zit. Het Duitse ambacht is al langer ten prooi gevallen aan de globalisering. De “traditionele” porseleinen poppen met blonde krullen en grote blauwe ogen? Made in China. De armband in barnsteen? Ingevoerd uit Polen. De houten vliegtuigen en treinen (gehaat door kinderen, maar zo geliefd door volwassenen)? Gemaakt in Slowaakse ateliers. Het Duitse kerstfeest werd om het in de vaktaal van managers uit te drukken “geoutsourcet”. Na enkele glaasjes glühwein merken de Britse kerstnostalgici dat de glühwein afkomstig is van Château Aldi. De enige Duitsers die zich daaraan wagen zijn plaatselijke landlopers, die zich zelfs petroleum zouden laten smaken. Maar uiteindelijk maakt het allemaal niet zoveel uit. Dit is de tijd van de feestdagen – en van het onbekommerde zelfbedrog.

Ondanks alles wenst de column “Typisch Deutsch’ haar lezers een vrolijk kerstfeest. En zoals men het in het Duits zegt een goed begin van het nieuwe jaar – maar hou het voorzichtig.
Roger Boyes
is Duitsland correspondent van de “The Times”. Hij woont al 20 jaar in Duitsland en is auteur van de column My Berlin in de “Tagesspiegel”. In zijn boek “My dear Krauts” beschrijft hij met typisch Britse humor de bijzonderheden van het dagelijkse leven in Duitsland.

Foto „Auslage Weihnachtsmarkt“ © Gabi Schoenemann / PIXELIO

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
december 2008

    Weblog: Rory’s Berlin-Blog

    Rory MacLean Weblog
    Settling in Berlin: Travelwriter Rory MacLean gives an amusing and insightful account of his new home.

    Weblog: „Meet in Finland“

    Onder „Meet in Finland“ kunt u lezen wat schrijvers en kunstenaars, die op uitnodiging van het Goethe-Institut een langere tijd in Finland doorbrengen, daar beleven.