Anke Feuchtenberger

Kort voor de val van de muur richtten Anke Feuchtenberger, Henning Wagenbreth, Holger Fickelscherer en Detlef Beck de Produktionsgenossenschaft des Handwerks (Productiegenootschap van Handwerk) Glühende Zukunft op, PGH in het kort. Tijdens hun vierjarig bestaan trekt de groep, gedreven door een creatief actionisme, de aandacht door openbare interventies en kunstacties. Anke Feuchtenberger is meteen uiterst gevraagd bij theaters voor aanplakbiljetten, maar ook voor illustraties bij uitgeverijen van boeken en bij printmedia. Gelijktijdig experimenteert ze in haar stripverwante werken met de visuele voorstellingsvormen van twee verschillende culturen. Ze verbindt de esthetica van de Oost-Europese grafiek en illustraties met de westelijke verteltraditie van de stripverhalen. Feuchtenbergers werk is uiterst rijk aan facetten; het omvat schilderwerk, tekeningen, posters, drukgrafieken, kostuums, marionetten, cartoonfilms en natuurlijk ook strips.
Ondertussen gebruikt de kunstenares voornamelijk kolen om te tekenen. De stroken op het ruwe papier vervagen en vermengen zich met het fijne poeder van de grauwe gradaties van schaduwen en contouren. De commerciële tekenares verbindt woord en beeld tot een grafisch gesloten textuur, terwijl asynchroon daartegenover op het vertellende vlak slecht een indirecte verbinding bestaat.
Anke Feuchtenberger werkt hoofdzakelijk samen met schrijfster Katrin de Vries. Samen ontwikkelen ze het verhaal en passen beeld en tekst aan elkaar aan, zoals bij Die kleine Dame (De kleine dame,1997), Die Hure H (De hoer H, 1996) en Die Hure H zieht ihre Bahnen (Hoer H trekt haar banen, 2003) en Die Hure H wirft den Handschuh (Hoer H werpt de handschoen, 2007).
Geschlechtlichkeit und Körperlichkeit sind die zentralen Themen, mit denen sich Anke Feuchtenberger in ihren Comics auseinandersetzt. In Das Haus (2001) hat sie den menschlichen Körper in 30 Teile aufgegliedert. In jeweils fünf bis sechs Bildern reduziert und komprimiert sie einzelne Begriffe unter Zuhilfenahme von Metaphern und Symbolen. Anstatt eine Geschichte zu erzählen, eröffnet Feuchtenberger grafisch und textlich auf den ersten Blick voneinander getrennte Assoziationsketten, die miteinander kombiniert eine tiefgreifende oder mehrdeutige Aussagekraft erreichen. Haar raadselachtige voorstellingen worden gekenmerkt door een slaapwandelachtig karakter, dat zich zowel in de surreële motieven als ook in de cryptische woordcombinaties weerspiegelt. De waarnemer moet zelfstandig de ruimte tussen beeld en tekst vullen om de afzonderlijke fragmenten te kunnen verenigen. Seksualiteit en lichamelijkheid zijn de centrale thema’s die Anke Feuchtenberger in haar strips verkend. In Das Haus (Het huis, 2001) heeft ze het menselijke lichaam in 30 delen verdeeld. In telkens vijf tot zes prenten reduceert en comprimeert ze afzonderlijke begrippen met behulp van metaforen en symbolen. In plaats van een verhaal te vertellen, opent Feuchtenberger grafisch en tekstueel op het eerste zich compleet gescheiden associatieketens, die met elkaar gecombineerd een diepzinnige of ambivalente betekenis krijgen.
In 1997 wordt Feuchtenberger benoemd tot professor voor illustratie aan de hogeschool voor toegepaste wetenschappen in Hamburg. Door haar onderricht beïnvloedt en stimuleert zij een nieuwe generatie van Duitse illustratoren en striptekenaars, zoals Sascha Hommer, Arne Bellstorf en Line Hoven. Gemeenschappelijk met Stefano Ricci heeft zij de Mami uitgeverij in het leven geroepen, om haar eigen, maar vooral de verhalen van jonge tekenaars te publiceren, want experimentele creaties worden veel te zelden gepubliceerd. Naast boeken van Gosia Machon, Jul Gordon, Birgit Weyhe, Stefano Ricci en een anthologie met werken van haar studenten, is ook een publicatie van Feuchtenberger zelf bij de Mali uitgeverij verschenen. Wehwehwehsupertraene.de is een verzameling van beelden die tussen 2006 en 2008 ontstaan zijn, als voorbereidend werk voor Feuchtenbergers nieuwe figuur, de Superträne (Supertraan). Feuchtenberger had haar toekomstige heldin al in de laatste episode van Hure H aangekondigd. Bij de grafische benadering ervan, “zijn de beelden onafhankelijk geworden. Ik wou de beelden, die zich quasi door de lijnwand geschreven hebben, niet langer in een vertellend kader persen.” In het boek staat elke tekening op zichzelf, en ook in relatie tot tot de anderen. “Het was voor mij belangrijk, hoe de tekeningen naast elkaar staan, welke ruimte ze ontwikkelen”, zegt Feuchtenberger. En deze ruimte, die tussen de expressieve beelden tot stand komt, fascineert de waarnemer evenzeer als de expressieve motieven. Met wehwehwehsupertraene.de heeft Anke Feuchtenberger een eigenzinnige hybride gecreëerd. Enerzijds functioneert elk beeld volledig autarkisch op zichzelf en biedt door zijn visuele sterkte een veelvoud van verhalen aan. Anderzijds, wetend dat de tekeningen een verband met elkaar hebben, verbindt de waarnemer ze. En omdat door de ontbrekende tekst geen verhaal voorhanden is, gebeurt dit voornamelijk op een subtiel niveau. Je duikt een surreële beeldenwereld binnen, die een veelvoud van geheimzinnige verhalen in zich verbergt.Matthias Schneider
is cultuurwetenschapper, freelance cultuurjournalist en maakt filmprogramma’s en tentoonstellingen rond het thema strips.
Copyright: Goethe-Institut Stockholm
info@stockholm.goethe.org
Mei 2009

















