ATAK

Zijn naam die in heel wat talen synoniem is voor “aanval” dateert uit zijn punkperiode. Uit deze periode stamt ook zijn streven naar en belangstelling voor het slopen van traditionele structuren en zijn verzet tegen de massa. Gelijktijdig bekeerde hij zich tot de belichaming van het massaproduct, het stripverhaal. Attak die in de voormalige DDR met de Digedags stripverhalen opgroeide, ontdekte pas in het Oost-Berlijnse filiaal van het Institut Français - in een taal die hem vreemd was - de enorme variëteit van het stripverhaal. Beïnvloed door het magazine RAW van Art Spiegelman richtte hij in 1989 samen met de tekenaars C.X. Huth en Auge het stripgezelschap en striptijdschrift “Renate” op. Het tijdschrift schaarde al vrij snel een illustere kring van autodidactische kunstenaars met een voorliefde voor experimenteren rond zich, die net als Atak met veel enthousiasme nieuwe vormen van beeldverhalen met tekst exploreerden. Er werden ad hoc tentoontstellingen georganiseerd en kleine uitgeverijen opgericht die weelderig ontworpen magazines en mini-albums uitgaven.
De publicaties van Atak verrassen door hun veelvoud aan publicatie- en beeldverhaalvormen. De eerste Wondertüte is een stripadaptatie van een liefdesverhaal met beelden van het tienerblad Bravo; samen met 26 bevriende kunstenaars bracht Atak een interpretatie van de individuele foto’s. In de tweede uitgave, een gestileerd schoolschrift met zeefdrukomslag, worden woorden en tekstfragmenten associatief verbonden met illustraties die zich over een of twee pagina’s uitstrekken. In de volgende nummers van de Wondertüte laat Atak de lezer minder ruimte voor interpretatie. De vervolgstrip “Hunde über Berlijn” brengt een pakkend en fantastisch verhaal over de eerste grote liefde van twee jongeren en de duivel die in de vorm van een hond op aarde terechtkomt. Het verhaal wordt bovendien verrijkt met talrijke beeldcitaten van Ataks stripiconen, Hergé, Jack Kirby en Tezuka Osamu. Atak doorsnuffelt met liefde de kostbare schatten van de stripbeelden, popart en massacultuur, put daaruit inspiratie en creëert citaten, in de vorm van collages, montages of persiflages die hij naar believen ontleedt.
Atak is ondertussen werkzaam als professor voor illustraties en houdt zich voornamelijk bezig met de vormgeving van kinderboeken. Voor de Franse uitgeverij Thierry Magnier heeft hij het Afrikaanse sprookje Comment la mort est revenue à la vie (2007) geïllustreerd, naar het verhaal van Muriel Bloch, en voor de Duitse uitgeverij Jacoby und Stuart heeft hij vorm gegeven aan het kinderboek Verrückte Welt (Geschifte wereld, 2009). Voor de 200ste verjaardag van Heinrich Hoffmann laat Atak, samen met Fil, één van de meest succesrijke kinderboeken van Duitsland herleven, Piet de Smeerpoes (Kein & Aber, 2009). Fils nieuwe textinterpretaties van Zappelphilipp, Hans-guck-in-die-Luft & Co. dikken de strenge moraal van de originele versie veelvuldig aan, en worden door Ataks illustraties geniaal aangevuld.
Matthias Schneider
is cultuurwetenschapper, freelance cultuurjournalist en maakt filmprogramma’s en tentoonstellingen rond het thema strips.
Copyright: Goethe-Institut Stockholm
info@stockholm.goethe.org
Mei 2009


















