Het was geen toeval dat het begin van de kritische stripverkenning in de jaren zestig en zeventig gebeurde – een tijd waarin men massa- en entertainmentmedia begon te zien als symbool van maatschappelijk bewustzijn, als manipulatie-instrument van de cultuurindustrie, maar het tevens begon te gebruiken als speelmateriaal. Als protestmiddel werden strips – in tegenstelling tot de gelijktijdig herontdekte “proletarische literatuur” – in het Duitstalige gebied echter nauwelijks ingezet. Het was in ieder geval ook een tijd waarin schrijvers, poptheoretici en agitatoren uit de hippie- en drugssubculturen in de VS het medium ontdekten als een vorm van vrolijke rommel die het ontluikende pop- en postmodernisme celebreerde. Tegen de strenge canon van het modernisme in, wendden zij zich tot het populaire en het triviale, de Western, Sciencefiction, porno en – destijds bijna het hoogtepunt van deze schandalige reeks – de strip.
Ook in Duitsland bezongen lyrische dichters zoals Rolf Dieter Brinkmann Batman in hun gedichten. Elfriede Jelinek, die later de Nobelprijs zou winnen, liet in 1970 in haar eerste roman Wir sind lockvögel baby de vleermuisman samen met zijn rechterhand Robin allerlei erotische en gewelddadige avonturen beleven. In diezelfde tijd ontstonden in de VS zogenaamde underground - “comix”, die – zoals Robert Crumbs Fritz the Cat – het kinderlijke schema van de klassieke „funny“ koppelden aan incest, rellen en drugs, of – zoals Gilbert Sheltons Freak Brothers – overspannen verhalen uit de VS- alternatieve scène vertelden. Ook in de Duitse scène waren deze strips zeer populair. Afgezien van tekenaar Gerhard Seyfried, of het grotendeels in vergetelheid geraakte paar Mali & Werner, waren er echter maar weinig succesrijke opvolgers. Alfred von Meysenbug, Adorno- leerling, ontwikkelde met zijn Pop-Art geschoolde, verbruik-kritische strips, zoals Super-Mädchen of Glamour Girl, die in 1968 in het studentenbewogen Frankfurt verschenen, een heel andere esthetica .
Natuurlijk heeft de strip sinds zijn beginjaren een enge verbinding met het politiek- geschiedkundige gebeuren: niet voor niets begon de strip in wat ooit het meest courante massamedium was; de dagkrant. Natuurlijk is de strip – niet qua vertelwijze, maar wat doortastende aanpak en verschijningsvorm betreft – zeer verwant aan de karikatuur, die traditioneel als middel van maatschappijkritiek ingezet werd. In de laatste jaren is er weer toenemend sprake van het belang van geschiedkundige en politieke elementen in de strip, dit is vooral te wijten aan de invloed van de alternatieve strips uit de VS, in het bijzonder aan het succes van Maus. In Maus vertelt Art Spiegelman het verhaal van zijn vader, een overlevende van de Holocaust. Maus vond een rij – meer of minder waardige – opvolgers, maar bereidde vooral de weg voor, voor een reeks van strips die op basis van hun geschiedkundige en politieke thema’s op interesse konden rekenen. Daartoe behoren de herinneringen van Marjane Satrapi, een Iranese in ballingschap (Persepolis), Elke Steiners Die anderen Mendelssohns of het Duits- Japans agentenverhaal Die Sache mit Sorge van Isabel Kreitz.
Politieke strips hebben een vergelijkbaar – maar duidelijk kleiner – marktsegment en esthetica ontwikkeld, als het populaire specialisatieboek en de reportage. Ook leerzame strips voor jongere lezers genieten een hernieuwde populariteit. Reeds in 1996 tekende Isabel Kreitz een beeldverhaal over rechts-extremisme, dat werd uitgegeven door de Hamburgse Staatscentrale voor politieke vorming, de strip over de Holocaus Die Suche van Eric Heuvel is voor het schoolonderwijs getekend, en met de iets geforceerd coole Andi wil het Ministerie van Binnenlandse Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen leerlingen sensibiliseren voor rechts-extremisme en Islamisme. Art Spiegelmans kritische, zelfreflecterende beschouwing die net ook de eigen waarneming en grafische weergave in vraag stelt, lijkt tegenwoordig bij zowel tekenaars als lezers minder gevraagd. Hetzelfde geldt voor pogingen om in Duitsland een linksgeoriënteerde stripesthetica te vinden, zoals Golschinski of Andreas Michalke deze in de jaren negentig ondernamen.
Jan-Frederik Bandel
is gedoctoreerd germanist en leeft als lector, stripschrijver, docent en freelance auteur in Hamburg.
Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
Oktober 2008
is gedoctoreerd germanist en leeft als lector, stripschrijver, docent en freelance auteur in Hamburg.
Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
Oktober 2008
















