De peetvader van het karikaturistenmetier

Hij geldt als een van de grootste entertainers van de naoorlogse tijd. In Duitsland is hij vooral als filmsatiricus bekend. Maar ook als cartoonist en striptekenaar heeft hij zijn stempel gedrukt op het Duitse gevoel voor het komische, en een hele generatie karikaturisten geïnspireerd. Loriot is op 22 augustus 2011 overleden.
Toen Bernhard-Victor Christoph Carl von Bülow, geboren in 1923, zich in 1947 als student aan de Landsschool voor schilderkunst en grafische kunst inschreef, zou een van de tekenleraars over een van zijn eerste werkjes, een papegaai getekend met Oost-Indische inkt, minachtend gezegd hebben: "Ja, ja, met zo een toets valt veel geld te verdienen." Dat bleef bij de student plakken, zelfs jaren later kon hij er zich nog aan herinneren. Hij was toen onder de kunstenaarsnaam Loriot (naar de Franse benaming van het wapendier van zijn famlie, de wielewaal) al lang beroemd, en de spottende prognose van zijn leraar was waar geworden.
Beginnende carrière als tekenaar
Toen Vicco von Bülow, zoals hij zichzelf in zijn privéleven noemde, in 1949 de Kunstschool als volleerd tekenaar verliet, vond hij al snel afnemers voor zijn humoristische illustraties, maar een zelfstandig artistiek profiel viel nog niet te bespeuren. Zijn eerste gepubliceerde tekening, reeds ondertekend met "Loriot", knoopte stilistisch aan bij de grote traditie van Duitse karikaturen, die ondertussen weliswaar van lang geleden dateerde. De werken van Lyonel Feininger voor Lustige Blätter uit de tijd rond de eeuwwisseling of de kort daarna ontstane karikaturen van Olaf Gulbransson of de werken van Thomas Theodor Heine voor Simplicissimus waren duidelijk zijn voorbeelden: een kleine man in een wit kleed zit op een stoel in een krappe kamer, boven hem bengelen hoed, mantel, meel en een gast aan touwen van het hoge plafond, want onderaan is er te weinig plaats. Het destijds nog nieuwe geïllustreerde tijdschrift Stern zocht karikaturisten, Loriot solliciteerde onder andere met deze tekening, maar werd afgwezen. Vier jaar nadien maakte het blad zijn fout weer goed, zijn proeftekeningen van 1949 hadden ondertussen ook afnemers gevonden, en zo begon de carrière van de meest belangrijke Duitse cartoonist van de naoorlogse tijd.
Heer met kokkerd als tegenontwerp
Heute ist Loriot vor allem durch seine satirischen Fernsehsendungen und die zwei Kinofilme Papa ante portas und Ödipussi berühmt. Doch den Weg dahin ebneten ihm seine Zeichnungen, und zumindest in den Fernsehserien (zunächst Cartoon und dann unbescheiden Loriot betitelt) stellten eigene Trickfilme mit den typischen Knollennasenfiguren einen großen Teil des Materials dar. Mit diesen Helden ohne Ecken und Kanten schuf Loriot in den frühen 1950er-Jahren den Gegenentwurf zu den kinn- und ellenbogenbetonten arischen Idealen der NS-Zeit. Sein bundesdeutscher Herr trug Fliege, Jackett und Nadelstreifenhose statt des Braunhemds, das Haar war strähnig, immer leicht verwuschelt, und wenn es einen Feind in der Welt gab, dann war das der Alltag. Dennoch verlor dieser Knollennasen-Herr, der Loriot berühmt machte, nur selten die Contenance, und gerade diese stoische Ruhe machte ihn neben seinem glatten Gegenteil, dem aufbrausenden HB-Männchen, einer gezeichneten Werbefigur der deutschen Zigarettenmarke HB , zum Inbegriff des deutschen Cartoons jener Zeit.
Heer met kokkerd als tegenontwerp
Tegenwoordig is Loriot vooral beroemd door zijn satirische televisie-uitzendingen en de twee bioscoopfilms Papa ante portas en Ödipussi. Maar zijn tekeningen effenden het pad, en althans in zijn televisieseries (eerst Cartoon en later onbescheiden Loriot getiteld) vormden zijn eigen tekenfilms, met de kenmerkende personages met mopneus, een groot deel van het materiaal. Loriot creëerde met deze helden zonder hoeken en punten een scherp contrast met de arische idealen van het Nazi-bewind met hun geprononceerde kin en ellebogen. Zijn Duitse heer droeg een vlinderdasje, colbertjas en krijtstreepbroek in plaats van een nationaal-socialistisch bruinhemd, zijn haar was sprietig, steeds lichtjes verward, en indien er een vijand in de wereld bestond, dan was dat het dagelijke leven. Toch verloor deze mopneus-heer, die Loriot beroemd maakte, maar zelden zijn zelfbeheersing, en net deze stoïcijnse rust maakte hem, naast zijn gewiekste tegenbeeld, het opvliegende HB mannetje, een getekende reclamefiguur van het Duitse sigarettenmerk HB, tot summum van de Duitse cartoon in die tijd.
Peetvader en baanbreker van het karikaturistenmetier
De droog- gemaniëreerde humor in de teksten van Loriots cartoons, die vooral berustte op een gedecideerd hoogdravende woordkeuze, drukte zijn stempel op het Duitse gevoel voor het komische, tot Hans Traxler of Bernd Pfarr toe. Tot het midden van de jaren 1960 was hij de peetvader van het metier van karikaturisten. Zelfs de eerste uitgave van het satirische tijdschrift pardon, dat later een tekenstijl zou cultiveren die diametraal verschilde van Loriots stijl, had bij zijn debuut in 1962 een tekening van Loriot als coverfoto gebruikt: de brave mijnheer met kokkerd overhandigt de lezers een bosje bloemen, "pardon" inderdaad. In het nieuwe tijdschrift was echter algauw van pardon geen sprake meer. Vanaf het tweede nummer zette F.K. Waechter met ruigere, opvallende, als het ware veel geniepigere omslagfoto´s de nieuwe toon van het magazine. Hier voltrok zich de aflossing aan de Duitse cartoonistenhemel, en ze voltrok zich snel. Nu was nonsens aan de orde, het ging er feller aan toe, zonder rekening te houden met taboes. Het respect van Waechter en dat van zijn strijdmakkers Robert Gernhardt en F.W. Bernstein voor Loriot werd geen schade berokkend. Hij bleef de veel-bewonderde pionier.Niet enkel cartoonist, maar ook striptekenaar
Loriot heeft ook een strip getekend: Reinhold das Nashorn (Reinhold de neushoorn),een innemende sympathieke serie voor Stern die anderhalf jaar lang verscheen, tot 1970 – voor Duitse verhoudingen een uitzonderlijke continuïteit op dit vlak. De eerste samenwerking tussen het tijdschrift en de tekenaar, voor de cartoonserie Auf den Hund gekommen (Aan lagerwal geraakt), werd in 1953 al na zeven episodes weer stopgezet. De lezers stoorden zich te zeer aan de door Loriot omgekeerde verhoudingen tussen hond en baasje. Een mannetje in bolhoed en kostuum dat op bevel van een grote herdershond de kudde schapen opjaagt.
Dat was niet naar de zin van het publiek van de naoorlogse tijd, dat nog niet klaar was voor zo een travestie! Toch vond Auf den Hund gekommen een enthousiaste Zwitserse lezer: Daniel Keel, de oprichter van uitgeverij Diogenes. Hij verzocht Loriot om een vervolg op de zeven afleveringen en publiceerde het geheel dan als boek. Dat was de eerste cartoonbundel van uitgeverij Diogenes, nadien volgden nog talrijke andere werken van Loriot, die algauw aangevuld werden met boeken van grote collega´s zoals Sempé, Chaval, Tomi Ungerer of Waechter, een "who is who" van Europese humoristische tekenaars.
Loriots stijl was geschoold aan de klassiekers van het metier, maar afgerond in een snoezig rechtschapen burgerimago, daarmee raakte hij precies de smaak van zijn tijdperk, een tijdperk dat met Charles M. Schulz en zijn Peanuts in Amerika een denkbaar verwante geest voortbracht. Als tekenaar is Loriot Duitsland echter net zo uniek als filmsatiricus.
werkt als redacteur van het culturele gedeelte bij de "Frankfurter Allgemeinen Zeitung" (FAZ).
Copyright: Goethe-Institut e. V., Internet-Redaktion
September 2011















