Cartoon/humor

Das fesselnde Buch (Het boeiende boek), © e.o. plauen Het feit dat de strip in Duitsland niet hetzelfde statuut heeft als in Frankrijk, Italië of Spanje, is niet in het minst te wijten aan de grote Duitse traditie van humoristische tekeningen. Toen andere Europese staten in de vroege jaren ´20 het in Amerika gegronde nieuwe genre ontdekten en importeerden, zag men in Duitsland eerst helemaal niet de behoefte voor nog meer geïllustreerd vermaak. Men had met karikaturen en beeldverhalen van zulke wereldberoemde publicaties als Fliegenden Blättern, Münchner Bilderbogen, Simplicissimus of Neuruppiner Bilderbogen toch meer dan voldoende eigen werk in aanbod.Deze werken bekritiseerden de politiek en parodieerden de fijne maatschappij. De Duitse lezer voelde zich te volwassen om zich voor iets zo alledaags als strips te interesseren. Bijgevolg vond de strip in Duitsland aanvankelijk niet zijn plaats.

De eerste succesrijke Duits strip, Vater und Sohn van e. o. plauen (Erich Ohser), verscheen van 1934 tot 1937. Deze humoristische reeks oriënteerde zich vormelijk nog veel sterker aan het traditionele beeldverhaal, dan de gelijktijdig gepubliceerde Franse strips. In Vater und Sohn (Vader en zoon) komen slechts in uitzonderlijke gevallen tekstelementen voor, bijgevolg ontbreekt de karakteristieke combinatie van illustratie en tekst in beeld, die de strip differentieert van andere vormen van grafische vertellingen.

In de jaren ´60 ontwikkelde Robert Gernhardt voor het satirische tijdschrift Pardon zijn stripreeks Schnuffi. Schnuffi was een reine nonsens vertelling in een beklemtoond nonchalante tekenstijl – het moest er zo simpel mogelijk uitzien, om precies overeen te stemmen met de vooroordelen tegenover strips. Zijn beide collega’s F.K. Waechter en F.W. Bernstein (Fritz Weigle) beperkten zich tot de klassieke cartoonvorm, dus humoristische individuele beelden waarbij de opeenvolgende vertelwijze van strips ontbreekt. Gernhardt, Waechter en Bernstein grondden de groep “Frankfurtse satirici”, die enkele van de belangrijkste tekenaars van humoristische strips en cartoons in zijn rangen had: Hans Traxler, Clodwig Poth, Bernd Pfarr, Achim Greser en Heribert Lenz. Vooral Poth en Pfarr gebruikten de strip niet langer enkel als parodistisch element, maar maakten gebruik van diens specifieke sterktes.

Roy & Al, © Ralf König Daarmee stelden ze een voorbeeld. Poths maatschappijkritische strips inspireerden tekenaars zoals Gerhard Seyfried, die in de jaren zeventig de kroniekschrijver werd van de protestbeweging, Marie Marcks en Franziska Becker, die zich in hun verhalen op bijtend- humoristische wijze toewijdden aan de emancipatie, Ralf König, die hetzelfde deed voor de homoseksuele beweging, en ook Volker Reiche, die later met Strizz een van de belangrijkste Duitse striptekenaars zou worden. Pfarrs combinatie van absurde humor en een hoogst individuele tekenstijl, vond in Werner van Brösel (Rötger Feldmann) en de strips van Walter Moers een bijzonder succesrijke voortzetting. Käpt’n Blaubär, naar een figuur van Moers, en de Ottifanten van de komiek Otto Waalkes werden twee uiterst populaire Duitse krantenstrips. Speciaal voor de Berlijnse dagkrant schiep Thomas Körner (alias ©Tom) de strip Touché, die nieuwe maatstaven zette voor Duitse humoristische strips.

Na de eeuwwisseling vestigde zich een jonge generatie van cartoonisten, die een vereenvoudigde stijl handhaafden en een publiek vonden ver buiten de gebruikelijke striplezerskring. Daaronder bevonden zich FIL (Philip Tägert) en de Oostenrijker Nicolas Mahler, twee grootmeesters van de nonsens. De grootste populariteit behaalden de oorspronkelijk in het internet begonnen stripreeks Nicht lustig van Joscha Sauer en de cartoonserie Shit Happens! van Ralph Ruthe. Zij richtten zich niet op een satirische verhaallijn, maar amuseerden door woordspelingen en situationele humor in de traditie, niet van karikaturen, maar van grappige tekeningen. Zo heeft de Duitse humoristische strip de definitieve breuk met de traditie tot stand gebracht.
Andreas Platthaus
is redacteur in het feuilleton van F.A.Z.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Online-Redaktion
Oktober 2008

    Facebook

    Wordt een fan van "Duitstalige strips" en ontvang regelmatig de laatste nieuwtjes over de Duitse stripscène!

    Strips in het onderwijs

    Materiaalcollectie van modellen en didactische suggesties voor het werken met Duitstalige strips in het taalonderwijs

    Literatuurlijst

    Tips voor bibliotheken in het buitenland voor de aankoop van Duitstalige stripverhalen