Edgar Reitz over 'Die andere Heimat' Weggaan en terugkeren

Edgar Reitz
Edgar Reitz | © Edgar Reitz

Sinds 3 oktober draait 'Die andere Heimat. Chronik einer Sehnsucht' van Edgar Reitz in de Duitse bioscopen. In dit interview vertelt de regisseur hoe de ‘Heimat’-cyclus zijn leven heeft beïnvloed.

Meneer Reitz, heimat is het centrale thema in uw werk. Waar vindt u uw heimat? In de kunst?

Ja, eerder dan in de werkelijkheid. Als je het begrip heimat als iets reëels, historisch, sociaals beschouwt, dan is het iets heel twijfelachtigs, breekbaars. Of voor sommige mensen iets dat ze verloren hebben. Heimat kun je in de realiteit niet bezitten, dat is goed te illustreren met een voorbeeld: hoe zit het bijvoorbeeld als ik ergens een huis bezit; is de tuin van de buurman dan ook nog mijn heimat? Of de straat voor mijn huisdeur? Als de buurman mij niet goed gezind is, mag ik een tak die over de schutting heen groeit niet afzagen. Aan zo’n voorbeeld voel je gemakkelijk waar heimat als iets reëels ophoudt. Heimat kun je niet bezitten, maar je kunt haar in je herinnering, of als brokstukken van de herinnering, bewaren in de kunst. Wat je verloren hebt, kun je door middel van kunst weer terugkrijgen.

Wanneer is uw interesse voor het onderwerp ‘heimat’ echt begonnen?

Ik ben nu tachtig jaar. Dat is een leeftijd waarop je een beetje terug begint te kijken. Toen merkte ik dat ik altijd hetzelfde pad heb bewandeld. Eigenlijk van meet af aan. Maar daar wil je heel lang niet aan; je wilt altijd weer iemand zijn die vrije keuzes maakt, die veel opties heeft en voortdurend zijn horizon zelf vaststelt. Dan is het dus bijna shockerend om te zien dat je je in feite vanaf de eerste dag steeds in dezelfde cirkels, spiralen om een bepaalde kern hebt bewogen. In mijn geval is het steeds weer het vertrekken en terugkeren. Dat zie je terug in al mijn films. En de heimat speelt dan een bepaalde rol; weggaan en terugkomen hebben alles te maken met heimat.

Centraal in 'Die andere Heimat' staat weer Schabbach op de Hunsrück – een fictief dorp. Is dat waar Archimedes ooit naar op zoek was, zo'n plek van waaruit je de wereld kunt veranderen?

Schabbach is wel een beetje een uithoek, maar of je vanuit zo'n plek de wereld kunt veranderen, betwijfel ik. Ik geloof niet dat een filmmaker met zijn werk de wereld kan veranderen, dat is heel hoog gegrepen.

Is Schabbach een magisch punt dat de werkelijkheid binnendringt?

Dit fictieve dorp begint te groeien in de realiteit. Dat had ik nooit gedacht: dat de poëzie of poëtische scheppingen de neiging hebben reëel te worden. Schabbach, een fictief dorp, verandert dus geleidelijk in een echt dorp. Als je tegenwoordig in de Hunsrück komt en vraagt waar Schabbach ligt, wijzen de mensen je de weg ernaartoe. Ze sturen je naar vijf verschillende plaatsen, maar toch zeggen ze allemaal: dit is Schabbach. Precies hetzelfde is gebeurd met het Günderode Haus uit Heimat 3, dat is nog altijd een toeristische trekpleister aan de oever van de Rijn, er komen elk jaar 100.000 bezoekers. En de begraafplaats van Schabbach wordt nog steeds door toeristen bezocht, ze komen uit Engeland en Australië om de graven van de familie Simon te bezoeken. Die fictieve filmgraven worden door de gemeente onderhouden. Daar groeit bij wijze van spreken de realiteit in de fictie en niet omgekeerd, zoals altijd werd gedacht.

In hoeverre hebben drie decennia werken met ‘Heimat’ u veranderd?

Moeilijk te zeggen. Over jezelf weet je minder dan over wie dan ook. In zekere zin zet ik de kijker natuurlijk op het verkeerde been doordat ik altijd Heimat in de titel had. En dat was niet per se nodig, want als ik de dertig delen apart bekijk – en het zijn toch dertig avondvullende films van elk minstens twee uur – dan heeft elke film zijn eigen onderwerp, en ik had iedere keer een eigen titel kunnen bedenken. Maar het woord heimat werd een verbindend element, een soort merknaam, en later zelfs een deuropener, die ik kon gebruiken. Deze laatste film had anders kunnen heten, en had niet in Schabbach hoeven te spelen. Ik heb hem daar gesitueerd en ‘heimat’ in de titel gezet, en hopla, in een omzien was de financiering voor het project rond.


U hebt eens verteld dat een televisieredactrice tegen u had gezegd: ‘U kunt alles maken, behalve een Reitz-film.’

Ja, dat was bij Heimat 3, maar bij deze nieuwe film had ik veel vrijheid. Als er iets aan mankeert, ligt dat aan mij. Ik kon helemaal mijn eigen gang gaan. Het is ook geen televisiefilm, de televisie is amper aan de productie te pas gekomen, en ik heb geen redacteur gezien. Voor inmenging van die kant hoefde ik in dit geval dus niet bang te zijn. Toen ik besloten had het verhaal in de Hunsrück te draaien, in het fictieve Schabbach, was ik op vertrouwd terrein. En daar komt bij: wanneer een verhaal in de 19e eeuw speelt, hoef je niet op zoek te gaan naar bestaande locaties. Nergens vind je de werkelijkheid van die eeuw terug, althans niet die van de arme bevolking. Als een verhaal op een slot zou spelen, dan zou het kunnen. De rijken hebben altijd hun leefwereld kunnen doorgeven aan de volgende generatie, de armen niet. De vroegere dagelijkse realiteit van de armen is voor altijd verloren, en die moesten wij voor de film nabouwen. De hele set is opgebouwd, daarom begeven we ons hier vanaf het begin in een fictieve wereld. Die kan ik dan net zo goed Schabbach noemen.

Zou u zich kunnen voorstellen dat u een film maakt die niet over een heimat in het verleden gaat, maar een toekomstige heimat zoekt en die zich misschien in 2050 afspeelt?

Nee, dat kan ik me niet voorstellen. Dan zou ik een profeet en speculant moeten worden, iemand die utopische dingen omzet in beelden en de film gebruikt om theoretische inzichten, verwachtingen en angsten in beelden om te zetten; zoiets interesseert mij niet. Dan bevind ik me op het terrein van de speculatie, ik zou mijn beelden niet meer kunnen toetsen aan het echte leven.