Integratie en sport Succes dankzij multiculti

Bijna elk weekend steunt de Duits-Tunesische sterspeler van Hertha BSC, Änis Ben-Hatira, zijn “broertjes” bij MitternachtsSport
Bijna elk weekend steunt de Duits-Tunesische sterspeler van Hertha BSC, Änis Ben-Hatira, zijn “broertjes” bij MitternachtsSport | © MitternachtsSport e. V.

Sport verenigt mensen uit de meest uiteenlopende milieus. Vooral in de profsport blijkt dat heterogene teams zeer succesvol zijn.

De moeilijkheden van een multiculturele samenleving zitten vaak in de details, bijvoorbeeld: in het muntgleufje van een winkelwagen. Dat ervoer de achtjarige Miroslav Klose toen hij voor het eerst naar een Duitse supermarkt ging. “Ik wist niet hoe ik het wagentje los kon maken. Ik had niet gezien dat je er een euro in moest stoppen. Ik heb dan maar van een afstand toegekeken hoe anderen het deden.”

Ook al was het in de jaren 80 nog een Duitse mark en niet een euro die de deur naar de consumptiewereld opende, toch leerde de jonge migrant en latere speler van de Duitse nationale voetbalploeg al vroeg om zijn moeilijkheden in een vreemd land met een sportieve, waakzame blik te overwinnen.

Voetbal als deuropener

Later zou vooral de voetbalsport voor hem de deur naar zijn nieuwe thuisland Duitsland openen, met name bij het team van SG Blaubach-Diedelkopf, waarvoor hij van zijn 9e tot zijn 21e levensjaar speelde en waarvoor hij 71 keer scoorde – meer dan welke andere speler ook.

De ervaring voor de deur van de supermarkt was er een “die ik niet zal vergeten”, zei Klose bijna 30 jaar later als wereldkampioen en topscoorder van het WK, toen hij in Berlijn de “Gouden Victoria” van de Duitse Stichting voor Integratie ontving. “U bent een prachtig voorbeeld van de mogelijkheid om goed samen te leven in de dagelijkse realiteit”, zei bondskanselier Angela Merkel. “Dit bewijst dat Duitsland uw thuisland is en dat u tegelijk trots bent op uw Poolse herkomst.”

Sport is banaal, maar toch belangrijk

In welke mate helpt sport bij die spagaat? Een algemeen geldend antwoord is moeilijk te geven. Sport heeft iets tweeslachtigs: ze is banaal en tegelijk belangrijk. Enerzijds is ze een alledaagse verrijking voor het gewone leven, anderzijds wordt ze op een pathetische manier verheerlijkt als een factor die culturen samenbrengt. Haar ware effect ligt ergens tussenin.

Zeker is, dat er – behalve muziek, misschien – geen andere vorm van samenhorigheid bestaat die de dingen die ons scheiden zo moeiteloos weet te overbruggen. Het speelveld van de sport creëert gelijke kansen, die elders ondergesneeuwd geraken door opleidings- en taalverschillen. Niet voor niets heet een wedstrijd een “match” en wordt een finale ook een “ontmoeting” genoemd.

“Cultuuroverschrijdende gemeenschappelijkheden”

“Van ons hele cultuurgoed beschikt sport over de meeste cultuuroverschrijdende gemeenschappelijkheden”, zo klonk het in 2006 bij de Duitse Olympische Sportbond (DOSB). Maar het integrerende effect van georganiseerde sport ontstaat niet vanzelf. Terwijl het Duitse Bureau voor Statistiek in zijn enquête Mikrozensus 2013 tot de conclusie kwam dat ongeveer 20 procent van de inwoners van Duitsland een migratie-achtergrond heeft, geldt dat volgens het Sportontwikkelingsrapport 2013/14 van de DOSB slechts voor ongeveer 6 procent van de leden van Duitse sportverenigingen, een daling ten opzichte van het vorige rapport.

Tot de multiculturele sportprojecten behoren een aantal bekroonde succesverhalen. Een mooi voorbeeld is de vereniging “MitternachtsSport”, die mee opgericht werd door wereldkampioen voetballen Jérôme Boateng, zoon van een Duitse moeder en een Ghanese vader, in zijn thuisstad Berlijn en speciaal voor straatkinderen met roots in verschillende landen.

“Sport is niet per definitie integratiebevorderend”

Waar minder bekende namen rondhangen en meer dagelijkse problemen heersen, is de situatie vaak minder rooskleurig. Naast multicultureel gerichte verenigingen, waar mensen uit tientallen verschillende landen aan sport doen, vindt men vooral in de onderste afdelingen van het voetbal tal van teams die net op etnische afkomst gebaseerd zijn en waar migranten bij elkaar blijven. In een studie rond sport en migratie concludeert de DOSB: “Sport is niet per definitie integratiebevorderend”.

In de Profliga staat men wat dat betreft verder. De top van het voetbal is al lang een afspiegeling van de migratiesamenleving – met de profvoetballer als standaardvoorbeeld van de wereldwijd inzetbare arbeidskracht in de multinationale en multiculturele arbeidsploegen die men “voetbalteams” noemt. Maar ook in nationale teams, zoals dat van Frankrijk, dat in 1998 de eerste wereldkampioen met spelers uit vijf continenten werd. Als wereldkampioen van 2014 werd ook Duitsland geprezen voor de manier waarop het etnische verscheidenheid in zijn team – en breder – in de hele samenleving, tot norm heeft verheven. “De schitterende boodschap die dit team geeft,” aldus bondspresident Joachim Gauck, “is de manier waarop het als vanzelfsprekend een afspiegeling geeft van onze migratiesamenleving”.

De vreemdeling wordt een van ons

Die mooie gedachte heeft in de topsport ook een heel andere, pragmatische kant – ze helpt om te winnen. Multiculturalisme is een middel tot succes; een middel om het team te verbeteren en de spelcultuur te verrijken. Het profvoetbal is, als een wereldwijde arena vol mobiele migranten, een wegbereider voor de aanvaarding van migranten in de samenleving: ze worden niet meer beschouwd als mensen die iets van ons afnemen, maar als mensen die ons iets geven. De vreemdeling die mijn team helpt, is geen vreemdeling meer, maar wordt een van ons.