Kunstenaars te gast
Hartmut Rosa over de macht van de versnelling

Hartmut Rosa
Hartmut Rosa | Foto: © juergen-bauer.com

Socioloog Hartmut Rosa is expert in de tijdssociologie. In dit gesprek legt hij uit waar het gevoel vandaan komt steeds minder tijd te hebben en welke rol het kapitalisme en ons moderne idee van geluk daarbij spelen.

Meneer Rosa, steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze niet genoeg tijd hebben. In hoeverre klopt die subjectieve gewaarwording?

Die klopt in elk geval tot op zekere hoogte. Natuurlijk telt een dag nog altijd 24 uur, daaraan verandert er niets, maar in onze perceptie vergelijken we die tijd steeds met de vele dingen die we moeten doen. En het is net dan, in het licht van al die dingen die we moeten doen – of denken te moeten doen – dat tijd steeds schaarser wordt, want er komen voortdurend meer taken en mogelijkheden bij.

De talloze mogelijkheden waarover we beschikken, vormen dus in feite een beperking?

Niet noodzakelijk, maar ze zetten ons wel onder druk. Ze zorgen voor een blijvend gevoel nooit klaar te zijn. Het gaat echter niet alleen over mogelijkheden, maar ook om de dwang ons voortdurend aan te passen aan een omgeving die buitengewoon dynamisch is, een wereld die voortdurend in verandering is. Zelfs wanneer ik de nieuwste computer koop en denk dat ik helemaal mee ben, krijg ik na twee dagen al de melding dat een of ander programma aan een update toe is.

Geluk, vrijheid en vervreemding

Is versnelling per definitie negatief?

Neen, helemaal niet. Versnelling betekent voor mij het steeds sneller in-beweging-zetten van de materiële maar ook de sociale verhoudingen. De dynamisering van de wereld hangt nauw samen met ons moderne idee van geluk en vrijheid. Het beweeglijk worden van de sociale verhoudingen betekende het begin van de mogelijkheid tot individualisering. Ons idee vrij te zijn, niet te moeten doen wat onze ouders en grootouders deden, maar onszelf te kunnen heruitvinden, is iets positiefs. We hebben er heel wat mogelijkheden bijgekregen om ons leven vorm te geven. Versnelling is niet per definitie een probleem, maar kan het wel worden. Als ze geen maat meer kent en een doel op zich wordt, kunnen de gevolgen negatief zijn. Het ergste en meest belastende is wat ik “vervreemding” noem: we zijn niet meer in staat onze wereld positief te benaderen. Problemen duiken vooral op in de grensgebieden tussen snelle en langzame systemen; het maatschappelijke leven kunnen we wel versnellen, maar de tijdspatronen van de ecosystemen niet. Economie en maatschappijleven zijn gewoon te snel geworden voor de beschikbare hulpbronnen, voor de menselijke psyche en voor democratisch zelfbestuur, want democratie is tijdrovend.

Zijn we ons wel bewust van de oorzaken en gevolgen van het fenomeen versnelling?

Neen, absoluut niet. Het probleem begint nu pas duidelijk te worden. Tijdsnormen en –verhoudingen vinden we vanzelfsprekend. Als we problemen met onze tijd ervaren, geven we onszelf daarvan de schuld. Je moet heel goed kijken om in te zien dat zoiets sociale oorzaken heeft. De ritmes en snelheden die we volgen, zijn niet onze eigen individuele keuzes, maar hebben structurele en institutionele oorzaken. Die oorzaken zijn echter niet zo gemakkelijk te bepalen, laat staan dat we er ons met zijn allen bewust van zouden zijn. Een van mijn stellingen is dan ook dat die dwang tot versnelling zich achter onze rug heeft ontwikkeld en er een haast totalitaire macht heeft ontplooid.

Veranderingen zijn nodig

Waarom kunnen we zo moeilijk ontkomen aan die druk om steeds sneller te leven?

Doorgaans geloven we dat we maatschappelijk alles kunnen laten zoals het is, en de dingen alleen maar een klein beetje langzamer moeten doen. Maar dat gaat niet. Tijd is geen dimensie die los van het leven staat, maar is juist heel intrinsiek verbonden met de kern van onze hedendaagse maatschappij. Moderne samenlevingen, vooral kapitalistische samenlevingen, kunnen maar stabiel zijn als ze dynamisch zijn. Wanneer een land als Duitsland of België niet meer doelgericht naar versnelling streeft, dan gaan er arbeidsplaatsen verloren, worden er bedrijven gesloten, dalen de staatsinkomsten, stijgen de uitgaven, en verliest het politieke systeem zijn legitieme basis. Zonder versnelling kunnen we de status-quo dus niet handhaven, noch als individu, noch als maatschappij. Het is alsof we voortdurend op een roltrap staan, die ons meeneemt naar beneden, terwijl we naar boven moeten rennen om onze status ten opzicht van de omgeving te bewaren.

Bestaan er alternatieven voor die door versnelling gekenmerkte maatschappij?

Er is nood aan een structurele en culturele verandering van de manier waarop we tegenover de wereld staan. Dat betekent dat er nood is aan een verandering van ons economisch systeem. Ik zeg niet dat we de markten of de concurrentie helemaal moeten afschaffen, maar ze moeten opnieuw worden ingebed in politieke, liefst democratische, structuren. Daarom hebben we zowel economische hervormingen nodig als een hervorming van de verzorggingsstaat. Een basisinkomen zou de existentiële angst als drijfveer kunnen uitschakelen. Bovendien moeten we ons ook cultureel heroriënteren, zodat we levenskwaliteit niet langer afmeten aan een toename van de keuzemogelijkheden. Echte verandering is pas mogelijk als we erin slagen economische, politieke en culturele veranderingen door te voeren. Dat betekent echter niet dat we als individu helemaal niets kunnen doen. De verandering moet tegelijk maatschappelijk en individueel beginnen. Een dergelijk structureel probleem kan niet worden opgelost door individueel handelen, maar men kan wel een eigen strategie ontwikkelen om ermee om te gaan.
 

Hartmut Rosa (*1965) is een Duits socioloog en politicoloog, die in Freiburg, Berlijn en Mannheim studeerde. Zijn onderzoeksfocus ligt behalve bij een sociologie van de tijd, ook bij het debat rond communautarisme, de ontwikkeling van mobilisering en de metatheorie van de sociale wetenschappen. Sinds 2005 is Hartmut Rosa hoogleraar aan de Universiteit van Jena, sinds 2013 is hij Directeur van het Max-Weber College voor cultuur-en sociaalwetenschappelijke studie aan de Universiteit van Erfurt.