Betaalbare woningen Visionary Housing - building the future

© CLTB
© CLTB

Community Land Trust BXL koopt terreinen en bouwt er betaalbare woningen op. De huizen worden verkocht, niet de grond. Zo blijft wonen in de stad haalbaar voor de laagste inkomens.

Hoe hou je koopwoningen in de stad betaalbaar? Een pertinente vraag, waarop Community Land Trust BXL een interessant antwoord vond. De Brusselse vzw koopt terreinen en bouwt of renoveert daarop woningen. Kansarme gezinnen kunnen zo’n woning goedkoop aanschaffen, omdat ze nooit eigenaar worden van het terrein zelf. Dat blijft in handen van Community Land Trust BXL. “Je koopt de muren, niet de grond. Zo houdt onze organisatie de prijzen laag,” zegt Geert De Pauw, medeoprichter van CLT BXL. “Wij blijven eigenaar van de gronden. Wie bij ons een woning heeft gekocht, kan die gerust doorverkopen. Maar de verkoopprijs is beperkt. Zo blijven de woningen betaalbaar voor de volgende eigenaars, zonder bijkomende subsidies.”

Sleuteljaar

Het systeem van Community Land Trusts waaide over uit de Angelsaksische landen. Daar zijn er al langer woonprojecten voor de lage en middeninkomens. In Brussel focust CLT BXL enkel op woningen voor kansarme gezinnen. Momenteel heeft de organisatie al vier terreinen in handen. Vier andere zitten in onderhandelingsfase. “Die stadsterreinen konden we kopen met de steun van het Brussels Gewest. Op die stukken grond komen binnenkort projecten met sociale koopwoningen,” vertelt Geert De Pauw.

2015 wordt trouwens een belangrijk jaar voor de organisatie. Tegen de zomer trekken de eerste mensen in een CLT-project aan de Mariemontkaai, aan de rand van het Brussels Kanaal. “Daar zullen dus onze allereerste CLT-ers van Brussel wonen. De gezinnen die in aanmerking komen, zijn al geselecteerd. In juni krijgen ze de sleutel. Die families betalen niet allemaal hetzelfde. De prijs van hun woning is afhankelijk van hun inkomen. Want ‘betaalbaar’ is een zeer relatief begrip. Één derde van hun totale inkomen: dat is het maximum dat ze mogen afbetalen. Onze huizen zijn tot 40 procent goedkoper dan op de traditionele vastgoedmarkt.” Na de Mariemontkaai volgen nog 3 andere projecten in Brussel. Daar kunnen respectievelijk 7, 15 en 32 gezinnen terecht. De bouw- of renovatiewerken startten wellicht binnen anderhalf jaar. “Bouwen is een traag proces. Maar in totaal mikken we tegen 2018 op 120 nieuwe woningen,” aldus De Pauw.

Anti-speculatie

Waarom zijn CLT’s dan een piste voor stedelijk wonen in de toekomst? “Omdat we een pasklaar antwoord bieden op stijgende vastgoedprijzen. Vooral in de stad is dat een probleem. Woningen zijn niet meer betaalbaar voor mensen met lage inkomens. In Brussel is er een enorm tekort aan sociale huisvesting. Soms schieten sociale koopwoningen hun doel voorbij, omdat ze met winst doorverkocht worden aan mensen met hogere inkomens. Zo missen die huizen hun doelpubliek totaal. In onze CLT-projecten is zo’n speculatie niet mogelijk. De winst bij doorverkoop keert terug naar de vzw,” zegt Geert De Pauw. “Dat eigendom van grond én huis gesplitst wordt, past in de tijdsgeest. Onze woonruimte wordt steeds schaarser, en dan zeker in steden. We moeten beter nadenken wat we ermee aanvangen. In klassieke koopwoonprojecten staat de projectontwikkelaar centraal, bij CLT’s krijgen de bewoners de hoofdrol. Iedereen die er woont, wordt lid van de CLT-vereniging. Zij worden van bij het begin zeer nauw betrokken bij het project. Samen met hun toekomstige buren beslissen ze mee over de plannen van hun woning.”

Politieke wil

Natuurlijk kosten CLT-projecten veel geld. Alleen al om de terreinen of leegstaande panden op te kopen, is een stevig budget nodig. “We krijgen gelukkig steun van het Brussels Gewest,” zegt De Pauw. “Zij subsidiëren mee de projecten. CLT is intussen ook officieel erkend als een vorm van sociale woningbouw. Dat zijn allemaal kleine juridische stapjes, die nodig zijn om onze projecten mogelijk te maken. Zonder politieke wil zouden we nergens staan. Nu kunnen kansarme gezinnen toch hun eigen betaalbare woning hebben. Midden in de stad dan nog.”