Operawereld
Gerard Mortier: “Ik ben een Europeaan, maar mijn favoriete land is Duitsland”

De voormalige intendant van De Munt en leider van verschillende Europese opera's vertelt in het Goethe-Institut Brüssel over zijn passie voor Duitsland. Door zijn ervaringen in zowel Duitsland als België heeft hij een klare kijk op de rol van beide landen in Europa en kan hij cultuurhistorische verbanden leggen. Hij spreekt over foute verwachtingen ten aanzien van de opera en legt uit waarom hij in 2013 zeker geen Wagner zal ensceneren.

Uw bezoek aan het Goethe-Institut Brüssel kadert in de reeks “Mijn Duitsland” (Deutsche Favoriten). In 2011 vroeg het Goethe-Institut in het kader van de “Duitslandlijst” Europese medeburgers naar hun mening over Duitsland. Uzelf, meneer Mortier, bracht enige tijd in Duitsland door en spreekt ook vloeiend Duits. Wat bevalt u zo aan Duitsland?

Ik heb mijn metier in de jaren zeventig in Duitsland geleerd en waardeer dat nog steeds. Voor mij heeft Duitsland van alle Europese landen het beste begrepen wat democratie echt betekent. Een mooi voorbeeld daarvan is het feit dat Joachim Gauck nu bondspresident kan worden. Een tweede groot voordeel van Duitsland vind ik de onderverdeling in deelstaten met sterke bevoegdheden. In dat opzicht zie ik Duitsland als een model voor het Europa van de toekomst. Ten derde fascineert me de manier waarop in Duitsland kunst en cultuur georganiseerd zijn. Dat wordt nu wel bedreigd door de besparingsmaatregelen, maar er is nog altijd geen enkel ander land in Europa waar het theater zo een belangrijke plaats inneemt. De rol van het theater is er vergelijkbaar met die in het oude Griekenland. Dat betekent natuurlijk ook dat er in tijden dat er veel geld was, overdreven veel geïnvesteerd werd, zoals men nu nog kan zien in Berlijn.

Ik moet zeggen dat ik altijd zeer graag in Duitsland gewoond heb. Ik ben een Europeaan, maar mijn favoriete land is Duitsland, en ik denk ook Duits.

Wat vindt u minder goed aan Duitsland?

Gerard Mortier Gerard Mortier | © by Artistresearch [CC BY 2.5], via Wikimedia Commons Duitsland had na de Tweede Wereldoorlog af te rekenen met grote verliezen, ook onder de intellectuelen. In de nasleep van oorlogen steken kleinburgerlijke idealen vaak hardnekkig de kop op. Een voorbeeld daarvan is natuurlijk het Duitse massatoerisme naar Mallorca, dat na de oorlog begon. De Duitsers zien dat niet zo graag, maar het maakt deel uit van de manier waarop hun maatschappij zich ontwikkelt.

Wat zijn voor u de grote verschillen tussen het Duitse en het Belgische cultuurlandschap?

Een echt Belgisch cultuurlandschap bestaat eigenlijk niet, maar de belangrijke invloeden uit Luik en het sterke Vlaamse cultuurlandschap ken ik goed. Vlamingen zijn niet zozeer cultureel als wel taalkundig met de Duitsers verbonden. Dat heeft te maken met de Schelde, die Vlaanderen vroeger verdeelde in enerzijds een Franse kant met Gent en anderzijds een Duitse kant met Antwerpen.

België heeft enorm veel voor- en nadelen. Als klein land is het voorbestemd om Europees te denken. Maar Vlaanderen, en in zekere mate ook Wallonië, werd zeer lang gedomineerd door de kerk. Pas in de jaren zeventig kwam er een zekere culturele onafhankelijkheid. Vandaag zijn Vlaamse kunstenaars overal in Europa graag gezien. Voor mij heeft België nu een belangrijke opdracht: een ideale gastheer en opvangland voor Europa zijn. Het is daarvoor goed geschikt, omdat wij Belgen minder de neiging hebben onze eigenheid te willen laten gelden dan andere landen, die sterker gekenmerkt worden een beweging van nationale eenheid.

Moet een instelling zoals de Brusselse opera De Munt/La Monnaie, die u tien jaar lang geleid hebt, behalve een Belgische rol dan ook een Europese rol spelen?

Ik denk dat alle culturele instellingen in Europa een Europese opdracht hebben. Maar De Munt is niet meer Europees dan de opera van Parijs of Madrid.

“Duitsland is Beethoven”

Laten we even bij de muziek blijven. Het lievelingsstuk van de Belgische en de meeste andere deelnemers aan de “Deutschlandliste” was de 9de symfonie van Beethoven, gevolgd door “99 Luftballons” van popzangeres Nena. Bent u daardoor verrast?

Wie aan Duitsland denkt, denkt aan Beethoven, wie aan Engeland denkt, denkt aan de Beatles. Voor Belgen is klassieke muziek in de eerste plaats Duits, of die muziek nu uit Duitsland of Oostenrijk komt. Ludwig van Beethoven had natuurlijk Vlaamse roots, maar dat weten de meesten niet.

U zei ooit: “Men moet het publiek vernieuwen: men moet de opera van de traditionele operaliefhebbers bevrijden!” Waarom vindt u dat belangrijk?

Het gaat erom dat de mensen jong van geest blijven. Van alle kunsttakken heeft de opera het meest traditionele publiek. De opera is een symbool voor het behoud van bepaalde waarden geworden. Dat vind ik op zich niet negatief, maar zodra dat alles overslaat naar het reactionaire, vind ik het een mogelijk gevaar. De mensen denken in de opera datgene te vinden wat ze in het dagelijks leven verliezen. Maar dat was niet de bedoeling van de operacomponisten; zij hebben altijd een politiek standpunt ingenomen en behoorden meestal tot de avant-garde. Mozart was een aanhanger van de Franse Revolutie, Verdi kwam op voor nationale eenheid en Wagner moest wegens de revolutie van 1848 asiel zoeken in Zwitserland. Pas vanaf de 20ste eeuw waren de componisten, zoals Richard Strauss, eerder conservatief ingesteld.

“Jubileumvieringen zijn complete onzin”

In 2013 wordt de 200ste geboortedag van Richard Wagner gevierd. Plant u speciale uitvoeringen?

Neen, operahuizen zijn geen kerkhoven waar men elk jaar op een ander graf een pot bloemen moet zetten. Ik vind die jubileumvieringen complete onzin en een typisch fenomeen van de consumptiemaatschappij. Vaak zijn voor die gelegenheden niet alle goede zangers beschikbaar, wat leidt tot middelmatige producties, die wel zeer duur zijn. Ik maak een stuk met de koorliederen van Verdi en Wagner om iets te vertellen over de revolutionaire kracht van die muziek. Maar we zullen dat stuk pas uitvoeren nà het Verdi- en Wagnerjaar!

Als leider van De Munt liet u een frisse wind door de Belgische opera waaien. Volgt de huidige leider Peter de Caluwe in uw voetsporen of gaat hij een andere weg?

Ik vind dat hij het goed doet, maar ik wil liever niet vergelijken.
 

Biografie

Gerard Mortier (geb. 1943, Gent) leidde van 1981 tot 1991 de Brusselse opera De Munt, waar hij onder meer Karl-Ernst Herrmann, Peter Stein, Luc Bondy, Peter Sellars, Patrice Chéreau, Ruth Berghaus en Peter Mussbach liet ensceneren. In 1991 was Mortier intendant en artistiek leider van de Salzburger Festspiele, van 2002 tot 2004 was hij intendant van de Ruhrtriennale en van 2004 tot 2009 leider van de opera van Parijs. Samen met Nike Wagner was hij in 2008 kandidaat voor de leiding van de Bayreuther Festspiele. Sinds 2010 is leidt hij het Teatro Real in Madrid.