Digitale Identiteiten
Er zijn geen Belgen online

Streaming Egos
© Goethe-Institut

Hoe presenteren de mensen in België zich online met digitale communicatie?
En hoe gaan ze om met thema’s als identiteit en identiteitsconstructie?

Het is – op z’n zachtst gezegd – een hele uitdaging om te vatten wat dé Belgische identiteit precies is. België heeft bijvoorbeeld geen groot, collectief historisch verhaal te vertellen, zoals Frankrijk of Duitsland. “Sire, il n’y a pas de Belges”, een uitspraak van Belgisch politicus en auteur Jules Destrée, werd door de Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers zelfs gebruikt als titel van zijn essay over de Belgische cultuur, die op een onbestaande nationale identiteit is gestoeld.
 
Een vrij problematisch vertrekpunt wanneer we de vraag stellen hoe Belgen omgaan met identiteit en de creatie ervan door middel van de hedendaagse digitale communicatiemiddelen, zowel individueel als in groep. Het feit dat het zo moeilijk – of zelfs onmogelijk – te vatten is, kan evenwel een zeer relevant en belangrijk uitgangspunt bieden voor een al even flexibel (of volatiel) begrip, met name “identiteit in deze tijd van draadloosheid”. Als er niet zoiets bestaat als een Belgische nationale identiteit, dan zou het gebrek eraan de enige relevante invalshoek zijn wat betreft online-identiteit in het algemeen. Of: een problematisch vertrekpunt voor een problematische vraag. Zo hebben we ze graag.

Belgische fluïditeit

Identiteit zou beschouwd moeten worden als een bijzonder dynamische constructie, die vaak moeilijk aan te duiden is in de continuïteit van “de echte wereld”. Als we echter op het internet kijken naar het formele gebruik van verschillende profielen, avatars, sociale netwerkplatformen en gebruikersnamen, wordt die performatieve veelheid veel duidelijker. Een veelheid die ook gestimuleerd wordt, door een nieuwe soort geletterdheid van de media – de passieve en de private media hebben consumptie getransformeerd tot actief, sociaal gedrag met spel, prestaties, toe-eigening en collectiviteit als belangrijkste kenmerken – en meer nog, door het feit dat we geen genoegen meer nemen met het loutere struinen in een virtuele wereld 2.0, maar we ook sporen willen achterlaten door pronkgedrag (liken, profielstatus updaten, selfies posten, een sociaal netwerk kiezen …). Kortom, online willen we zien en gezien worden.
 
Maar wat kunnen we nu eigenlijk zeggen over dat gebrek aan een Belgische, unieke, nationale identiteit? En hoe komt ze tot uiting in individuele, culturele of artistieke uitdrukkingen? Kunnen we ze vinden in of koppelen aan onlinepraktijken?
 
Er zijn veel interessante Belgische kunstenaars die zich met online-identiteit bezighouden. Het zou nogal kort door de bocht zijn om te zeggen dat zij een typisch voorbeeld zijn van de Belgische identiteit. Maar de poëtische snedigheid waarmee ze de volatiliteit van ons draadloze zelf benaderen, zou wel gevormd of ten minste geïnspireerd kunnen zijn door de Belgische fluïditeit.Voorlopig wil ik er echter op aandringen dat we de populaire cultuur en een aantal fenomenen in verband met online-identiteit en België niet vergeten.

Streekgebondenheid als uitdrukking van de identiteit  

België is een 19e-eeuwse kunstmatige, politieke constructie en een meertalige ruimte met verschillende gemeenschappen, die dan weer elk hun eigen geschiedenis hebben. Ons land is geen ‘niet-plaats’, maar een transitplaats: een (tijdelijke) verzameling van (tijdelijke) gemeenschappen op de geografische kruising van grote Europese naties en steden (zoals Londen, Parijs en Amsterdam) die cultureel verrijkt wordt door een toestroom van nieuwkomers en voorbijgangers uit een koloniaal verleden, de migratie van eind 20e eeuw, Brussel als hoofdstad van Europa, de vluchtelingen vandaag enz... In dat opzicht wordt België vaak beschouwd als een kristallisatie van het multiculturele Europa.
 
Als er één bepalend cultureel relaas is voor de historische Belgische gemeenschappen, is het dat ze voor het grootste deel van hun verleden geregeerd werden door buitenlandse bezetters: de Nederlanders, de Fransen, de Duitsers, de Oostenrijkers en de Spanjaarden. Het is een vaak gehoord argument (en een cliché) dat dit geleid heeft tot een eigenaardige houding ten overstaan van de bureaucratie, in de vorm van pseudoconformiteit en zin voor rebellie – zij het op pragmatische wijze en zonder al te veel aandacht te trekken. Dat heeft echter wel geleid tot een bloeiende en bijzonder creatieve streekgebonden cultuur, die wel degelijk van cruciaal belang kan zijn als het over de totstandkoming van een online-identiteit gaat.
 
Veruit het beste voorbeeld van de streekgebondenheid als uitdrukking van de identiteit op het internet heeft veel te maken met identiteit, of het schijnbare gebrek eraan: Anonymous en zijn oorspronkelijke geboorteplaats, het 4chan-forum waar niemand moet inloggen met een gebruikersnaam of pseudoniem, bleek de ideale broedplaats voor een streekgebonden taal met
meme-cultuur
Een meme is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt (tot nu toe voornamelijk menselijke hersenen en sociale netwerken), en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. In meer specifieke termen: een meme is een zichzelf vermeerderende eenheid van de culturele evolutie. Het woord hangt samen met onder meer de Griekse woorden mimema en mimesis, “nabootsing”. Deze betekenis is verschoven naar die van “culturele overdracht”. (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Meme_%28memetica%29)
die het internet overspoelt.
 
Een ietwat ironische Belgische fierheid, die in verband kan worden gebracht met een gebrek aan zin voor gemeenschap, is de (streekgebonden) architectuur en het beruchte gebrek aan organisatie van de openbare ruimte. Het historische wantrouwen ten overstaan van de autoriteiten kan geleid hebben tot een niet echt uitgesproken maar pragmatische uitdrukking van individualiteit en een consequente verspreiding van banaliteit in de openbare ruimte. Dat beeld wordt vaak geromantiseerd en gaf onlangs aanleiding tot de oprichting van een bijzonder populaire Facebookgemeenschap: ‘Belgian solutions’, overigens een impliciete verwijzing naar het bekende Belgische surrealisme. Het lopende project van kunstenaar Karel Verhoeven ‘Anything can B_a car’ houdt bijvoorbeeld enigszins verband met de poëzie van de eerder onuitgesproken identiteitsuitdrukking door middel van streekgebonden oplossingen.

Radicalisering

Hoewel de Belgische identiteit moeilijk te vatten is, construeren verschillende nationalistische bewegingen bijzonder ijverig hun eigen duidelijke manieren van identificatie. In dat opzicht kan het land beschouwd worden als een politiek verdeelde natie, wat dan weer doet denken aan ‘cyberbalkanisering’ of ‘
splinternet
Splinternet, ook wel cyberbalkanisering of balkanisering van het web genoemd, verwijst naar het uiteenvallen van de internetpopulatie in verschillende deelgroepen. De term verwijst naar het woord balkanisering. Dit is het uiteenvallen van verschillende staten in kleinere deelstaten. Cyberbalkanisering gaat dus over de balkanisering van het internet. De opdeling in kleinere deelgroepen kan tot stand komen door verschillende factoren zoals geografische grenzen en ideologische opvattingen. (bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Splinternet)
’.
 
De taalgrens (tussen het Nederlandstalige gedeelte in het noorden en het Franstalige gedeelte in het zuiden) is niet alleen een politieke en grondwettelijke realiteit, maar wordt ook weerspiegeld door de traditionele media. België beschikt immers niet over een nationale tv- of radiozender of krant. Gelijkaardig samengestelde sociale netwerkcontacten lijken die grens zelfs te respecteren (met uitzondering van de meertalige sociale netwerken in Brussel misschien).
 
Cyberbalkanisering is een ideale voedingsbodem voor radicalisering. En niet enkel nationalisme kan als radicaal beschouwd worden. België telt per capita immers veruit de meeste geradicaliseerde, extremistische, tot Syriëstrijders bekeerde moslimjongeren – een pijnlijke vaststelling. Het internet bleek een grote rol te spelen in die extremisering (vandaar ook de hashtags in de titel ‘#radicalisme #extremisme #terrorisme’ van het boek van Belgisch politicoloog Bilal Benyaich over de kwestie). Niet alleen omdat IS zelf actief aanwerft via zorgvuldig georganiseerde onlinepropaganda, maar ook omdat het radicaal salafisme een echte sub- of tegencultuur is geworden die in grote mate verstrengeld is geraakt met de stedelijke jeugdcultuur, peer pressure (groepsdruk) en gangsta rap, en ook ingang heeft gevonden op fora en in muziekvideo’s.

Engagement in een tijdperk van zelfpromotie  

Wanneer we aan België – of eigenlijk aan Europa – denken, mogen we niet vergeten dat heel veel mensen zich hier willen komen vestigen. Economische en politieke vluchtelingen uit alle hoeken van de wereld overspoelen ons land en ons continent. Hoe gaan zij om met hun digitale identiteit? Een vraag die mooi beantwoord werd dankzij een fantastisch initiatief van Recyclart (een jeugd- en muziekcentrum in Brussel), die het vermelden meer dan waard is. Vluchtelingen in het federale asielcentrum Klein Kasteeltje werden uitgenodigd voor een zogenaamde Phonecard Party, waar ze hun telefoon op de mengtafel mochten aansluiten om hun favoriete mp3 af te spelen, een digitaal mediabestand dat vaak één van de enige herinneringen is die ze op hun reis konden meenemen. Ik was erbij en schreef een blogpost over dit opmerkelijke evenement.
 
© Phonecard-Party © Phonecard-Party Maar wat met de toekomst? Wanneer we het over identiteit en digitale middelen hebben, steekt de futuristische notie van een ‘posthumanistische of transhumanistische samensmelting van mens en technologie’ de kop op. Filosoof Frank Theys maakte een uitgebreide en uitdagende, driedelige, internationaal befaamde documentairefilm over het onderwerp: TechnoCalyps. Bovendien kondigde hij onlangs aan dat hij samen met Michel Bauwens – de Belgische oprichter van P2P Foundation – aan een nieuwe film rond de peer-to-peer society (evenkniegemeenschap) werkt, in grote mate geïnspireerd door de communicatie via distributienetwerken. Hij hoopt dat de film een model zal zijn voor de toekomstige samenleving. In verband met dit soort burgerlijk engagement zou het interessant zijn te onderzoeken wat een evenkniegemeenschap kan betekenen voor het individu: engagement in een tijdperk van zelfpromotie. In de stad Kobane is een ander soort Syriëstrijder en (academische) sympathie ontstaan, in een ongeziene progressieve verdediging van pluralisme en samenwerking. Maar dat zou ons nu te ver brengen.


Er is veel meer om over na te denken wanneer het op de wezenlijke elementen van de Belgische identiteit aankomt. Meertaligheid zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot meer openheid en zou de Belgen minder kwetsbaar maken voor radicaliserende ‘splinternets’. We kunnen echter alleen maar speculeren. Op welke manier gaan Vlamingen anders om met selfies dan mensen uit Wallonië of Brussel? Op die vraag zou het project SelfieCity van Lev Manovich een antwoord kunnen bieden. Wat met de vergrijzing? Of de massa expats in Brussel en omstreken? Of het wantrouwen in de autoriteiten wat een gemonopoliseerd en beperkt internet betreft? Met welke hard- of softwaremerken kunnen we ons vereenzelvigen? Speculeren maar …