Nieuwe muziek 2017 Een kritische stem die ons doet nadenken

„Codec Error“ von Alexander Schubert
Codec Error by Alexander Schubert | Foto (Ausschnitt): © Ralf Brunner

Wereldwijd moeten democratische systemen steeds vaker het onderspit delven voor autoritaire despoten. Goed nieuws en gematigde stemmen worden vandaag al snel overspoeld door ‘fake news’, samenzweringstheorieën en sensationele krantenkoppen. Roepen en choqueren lijkt de norm. En de hedendaagse muziek? Die kan en moet tegengewicht bieden. Waar ze daarin slaagt, en waar ze gevangen zit in ‘meer van hetzelfde’, leest u in deze terugblik op het jaar 2017.

2017 was een jaar van grote politieke veranderingen. De rechts-populistische AfD veroverde met 12,6 procent haar plaats in het 19e parlement van de Bondsrepubliek Duitsland en het jaar eindigde zonder dat men erin geslaagd was een nieuwe Duitse regering te vormen. Maar die onzekere tijden lijken voor de kunsten een groot potentieel te bieden. Meer dan ooit lieten kunstenaars in 2017 op een overtuigde manier hun mening horen. Zo pleitte schrijfster Sasha Marianna Salzmann, die in 2017 genomineerd werd voor de Duitse Boekenprijs, in oktober op de nationale omroep voor meer dialoog en stelde ze: “We kunnen niet blijven doen zoals we tot nu hebben gedaan. (...) We moeten het nationalisme duidelijker afwijzen.” Het is maar één van vele voorbeelden die aantonen dat kunstenaars zich net in deze tijden – ook verbaal – meer permitteren. Denk maar aan Juli Zeh, Daniel Knorr, Iris Berben of Igor Levit. Maar hoe zit het in de hedendaagse muziek?

meer van hetzelfde of iets helemaal anders

In 2017 was op de podia van concertzalen, operahuizen en off-locaties vaak ‘meer van hetzelfde’ te horen. Abstracte concepten zijn nog steeds in trek, het discours over esthetische modellen is nog steeds zeer levendig. Dat is allemaal weliswaar boeiend en legitiem, maar ook ontzettend naar binnen gericht. De Münchense componist Moritz Eggert spreekt van een ‘academische afzondering’, een zelf gecreëerde veilige cocon waartoe niets mag binnendringen dat storend zou kunnen zijn – met inbegrip van politieke kwesties.

Natuurlijk leven we niet langer in een tijd waarin componisten een mars moesten inluiden of de klank van huilende sirenes moesten nabootsen. Maar het vermijden van dergelijke voorbijgestreefde muzikale taal is geen excuus voor de enge ‘meer van hetzelfde’-houding bij veel kunstenaars of de bijna allergische reactie bij diegenen die neerkijken op politieke muziek (van bijvoorbeeld Beethoven of later Hanns Eisler, Mauricio Kagel of Stefan Wolpe), namelijk dat een sterke politieke boodschap vanzelf zou betekenen dat het werk in kwestie geen kunst meer kan zijn.

Wie zijn boodschap te openlijk uitdraagt, hetzij verbaal hetzij muzikaal, lijkt ook in het jaar 2017 verdacht, en loopt volgens het gezond verstand het risico af te glijden in banaliteiten. Toch beweegt er een en ander, vooral bij de generatie onder de 40. Neem bijvoorbeeld Brigitta Muntendorf (geboren in 1982), van wie het multidisciplinaire en multimediale werk op een zeer natuurlijke manier uiting geeft aan haar houding tegenover de wereld. Of Johannes Kreidler (geboren in 1980), die niet alleen via zijn werk maar ook via humoristische berichten op sociale media politieke standpunten inneemt. Zo schrijft hij in een Facebookbericht van augustus 2017: “Misschien moeten we op de stembiljetten niet alleen een kruisje, maar ook een herstellingsteken zetten”. En Sarah Nemtsov (geboren in 1980) onderzoekt in haar opera Sacrifice hoe twee meisjes lid worden van terreurgroep IS. (Sacrifice ging in maart 2017 in première in de Opera van Halle, volgens het weekblad Die Zeit op dit moment “een van de opwindendste muziekhuizen van Duitsland”.) Allemaal hebben zij zich (ook) dit jaar intensief beziggehouden met gebeurtenissen buiten de wereld van de muziek. 

De aversie tegen duidelijk politieke muziek lijkt af te brokkelen en het advies van Adorno, om reacties op maatschappelijke kwesties niet via rechtstreekse boodschappen of direct engagement, maar indirect via een soort ‘flessenpost’ te geven, lijkt stilaan achterhaald.

Op naar meer verscheidenheid? Gendergelijkheid in de hedendaagse muziek 

‘Achterhaald’ is ook een term waaraan je kan denken wanneer je het aantal vrouwen in de hedendaagse muziek onder de loep neemt. En daarvoor heb je inderdaad een loep nodig: van alle werken die tussen 1921 en 2017 op het festival Donaueschinger Musiktagen werden opgevoerd, was 92,44 procent door mannen gecomponeerd. Dit en andere cijfers met betrekking tot het aantal vrouwen op festivals werd berekend door het bedrijvige collectief  Gender Research in New Music uit Darmstadt, dat de resultaten bekendmaakte via flyers en andere initiatieven ter plaatse.

Ook in 2017 was naar schatting maar 3 tot 5 procent van de openlijk aanwezige componisten vrouw – in tegenstelling tot de beeldende en uitvoerende kunsten, waar vrouwen 30% van alle kunstenaars uitmaken. Het gros van alle opgevoerde, opgenomen, verdeelde en gerecenseerde hedendaagse muziek was ook in 2017 afkomstig van mannen. En ook al gaan tegenwoordig meer werken van vrouwelijke componisten in première, toch zijn de grote en dus doorgaans beter betaalde compositie-opdrachten voor opera’s en orkestwerken doorgaans nog steeds weggelegd voor mannen. Uiteraard zijn er ook enkele positieve lichtende voorbeelden: zo zet Frau Musica (nova) e.V. zich in voor een grotere aanwezigheid van componerende vrouwen. Frau Musica staat sinds 2013 onder de artistieke leiding van Brigitta Muntendorf en viert dit jaar haar twintigjarig bestaan. Of denken we aan het festival Klangspuren Schwaz, dat in 2017 onder leiding van Matthias Osterwold naar eigen zeggen “iets vanzelfsprekends dat nog niet vanzelfsprekend is” deed en meer ruimte maakte voor werk van vrouwen (met Sofia Gubaidulina als ‘composer in residence’). Pijnlijk was dan weer wat er gebeurde bij het festival CLASSIX Kempten: zij gaven een goed idee – een programma met uitsluitend stukken van vrouwen – de titel ‘Starke Stücke vom schwachen Geschlecht’(Sterke Stukken van het Zwakke Geslacht’).

belangrijke festivals in 2017 – VAN DONAUESCHINGEN TOT ECLAT

Een blik op het festivallandschap van 2017 maakt snel duidelijk dat er wel degelijk verscheidenheid is, en dat nog meer verscheidenheid mogelijk is. Nemen we bijvoorbeeld de Donaueschinger Musiktagen 2017: 20 premières, 12 speellocaties, 13 ensembles. Stukken van mannelijke en vrouwelijke componisten uit 18 landen. Lezingen, performances en klankinstallaties. Donaueschingen staat al bekend om zijn exuberante programma, maar deze editie was ruimer en gevarieerder dan ooit. En voor het eerst werd het programma helemaal samengesteld door Björn Gottstein, die hier sinds 2016 artistiek leider is. Hij heeft de moed getoond om ook ruimte te maken voor radicalere standpunten en wrijving toe te laten. Iets dergelijks gebeurde ook bij andere toonaangevende festivals. ECLAT, PODIUM Esslingen, Darmstädter Ferienkurse, Ultraschall Berlin of Wittener Tage für neue Kammermusik: overal kon men merken dat het allang niet meer alleen om muziek gaat, maar dat men ook rekening houdt met de onderling verbonden, technologische, gedigitaliseerde en geglobaliseerde wereld. Dat alles werd niet alleen weerspiegeld in de opgevoerde stukken, maar ook in de keuze van de speellocaties en in verrassende concertvormen – helemaal in de geest van Jagoda Szmytka. Deze in 1982 in Polen geboren componiste wil met haar ‘sociaal componeren’ actief naar de mensen toe gaan, in plaats van te wachten tot de mensen naar haar toe komen. Haar eclectische manier van performen was voor het laatst te zien tijdens het festival Eclat 2017, in het vaudevillestuk DIY or DIE, dat een beeld geeft van de millennialsgeneratie.

Behalve die hang naar het performatieve en een nieuwe vorm van openheid konden we in 2017 nog enkele andere tendensen vaststellen met betrekking tot de hedendaagse muziek.
 
Ten eerste ging er op de grote festivals bijna geen stuk in première waar geen techniek aan te pas kwam. Van eenvoudige versterking, via loops en samples, tot heftige synthgeluiden: de muziek ging op zijn minst gedeeltelijk (ook visueel) schuil achter machines (bijvoorbeeld in het polariserende Codec Error für Schlagzeug, Kontrabass, Lichtregie und Elektronik van Alexander Schubert tijdens de Donaueschinger Musiktagen 2017). Sommigen vinden het ‘egomuziek’ of ‘machogedoe’, maar het is in elk geval zeer geavanceerd qua sound en concertbeleving. Soms vervagen de grenzen tussen lichaam, instrument en technologie tot echte cyborgs, zoals in Andi Otto’s creatie Fello – tussen software en cello.

Ten tweede worden groepsprocessen almaar belangrijker – ook als anker voor esthetische, conceptuele en vormelijke overwegingen. Dat zagen we bijvoorbeeld bij het jubileumconcert van de concertreeks Frau Musica (nova) in Keulen, waar de klassieke tweedeling tussen podium en publiek werd opgegeven en het publiek willens nillens deel uitmaakte van het totale gebeuren. Of bij de Donaueschinger Musiktagen, waar de toeschouwers zelf in actie kwamen: in de performance-actie L’école de la claque van componist Bill Dietz grepen ze als claqueurs zelf in het concertgebeuren in.

En ten derde werden overal en op alle festivals, of toch minstens in de marge, de voornoemde misstanden in verband met gendergelijkheid besproken – alweer een symptoom van de toenemende trend naar een wereldse houding. Het festival MaerzMusik hield zich in 2017 nog meer bezig met groepen uit de marge: onder het motto ‘dekolonisatie’ zorgde artistiek leider Berno Odo Polzer voor een programma rond vergeten figuren van de hedendaagse, eurocentrische muziekscene – mannelijke en vrouwelijke componisten als Julius Eastman of Catherine Christer Hennix, van wie de naam nauwelijks een belletje doet rinkelen in ons gemeenschappelijke culturele geheugen.

PRIJZEN en verjaardagen 

De belangrijkste prijs, de Muziekprijs Ernst von Siemens, goed voor 250.000 euro, ging dit jaar naar Pierre-Laurent Aimard. Hij is zonder enige twijfel een meester in zijn vak en volgens György Ligeti zelfs “de beste pianist”, of zoals de jury zijn beslissing motiveerde: “een lichtende verschijning en een internationale sleutelfiguur in het muziekleven van onze tijd”. Prijzen voor nieuw talent gingen naar Lisa Streich, Simon Steen-Andersen en Michael Pelzel. De Busoni-compositieprijs, die focust op de nieuwe generatie jonge componisten, was voor Benjamin Scheuer. De Claudio Abbado-compositieprijs ging naar Vito Žuraj, de Hindemith-prijs naar Samy Moussa, de prijs van de Stichting Christoph und Stephan Kaske naar Anna Korsun en de Happy New Ears-prijs naar Dieter Mersch en Mark Andre. Juist: bijna allemaal mannen.

Er vielen ook enkele verjaardagen te vieren: Rolf Riehm (80e verjaardag), Peter Michael Hamel (70e verjaardag), Isang Yun (100e verjaardag) en Wolfgang Rihm (65e verjaardag). Ook Wilhelm Killmayer, die een dag voor zijn 90e verjaardag overleed, werd herdacht.

OPENHEID, verdraagzaamheid, aanvaarding 

Het goede nieuws is dit: de wereld van de Duitse hedendaagse muziek wordt gekenmerkt door een enorme verscheidenheid, die ondanks alle kritiek nergens ter wereld geëvenaard wordt. In een tijd waarin sociaal-politieke realiteiten zienderogen radicaler worden, probeert de Duitse hedendaagse muziek, die het radicalisme in feite in de genen heeft zitten, meer dan ooit nieuwe wegen te bewandelen, verbindingen tot stand te brengen tussen datgene wat in de klassieke concertzalen gebeurt en datgene wat daarbuiten ervaren wordt. De verhoudingen zijn complexer geworden. Kunstenaars die zichzelf ooit beschouwden als tegen de schenen schoppende avant-garde, lanceren hun kunst vandaag in een wereld waarin het overschrijden en verstoren van grenzen deel uitmaakt van het populistische achtergrondgeruis. Dingen die de nieuwe muziek eigenlijk voor zichzelf had opgeëist.

In plaats van – verbaal of muzikaal – te klagen en te fulmineren, probeert de wereld van de hedendaagse muziek eindelijk zijn eigen problemen op te lossen (gebrek aan gendergelijkheid, gebrek aan zichtbaarheid enz.). Er wordt constructieve actie ondernomen, concertformats en klanktaal worden opengebroken en opnieuw bedacht. Het is daarbij minder belangrijk of componisten moeite doen om zich aan te passen aan de wereld, zoals Kreidler, Muntendorf, Steen-Andersen en co, dan wel gedreven worden door het idee van een welluidend alternatief voor het maatschappelijk achtergrondgeruis. Zo focussen bijvoorbeeld Michael Pelzel (geboren in 1978) of Lisa Streich (geboren in 1985) – net als Isabel Mundry, Wolfgang Rihm of Márton Illés – liever op het geluid; geluid dat in alle mogelijke kleuren, gelaagdheden en niet eerder gehoorde combinaties ritselt, pruttelt en borrelt. Microtonaal ingekleurd, complex verstrengeld, wegdrijvend in geluidseffecten, met als doel het publiek te beroeren voorbij maatschappelijk-politieke implicaties en onze zintuigen te verscherpen. Kortom: de scene is heterogeen als nooit tevoren en elke esthetische richting wordt aanvaard. En daarmee heeft de muziek in allerlei opzichten heel wat te bieden tegenover al het politieke gedoe: openheid, verdraagzaamheid, aanvaarding.

Het zijn goede tijden voor de hedendaagse muziek: ze kan een tegengewicht vormen voor wat er rondom ons aan de gang is, een kritische stem die ons doet nadenken. Een heuse uitdaging die al veel moedige protagonisten kent, zoals in 2017 al eens te meer werd aangetoond.