Herkomstonderzoek Koloniaal erfgoed

Vanaf 2019 zullen de buiten-Europese collecties in het Berliner Stadtschloss te zien zijn.
Vanaf 2019 zullen de buiten-Europese collecties in het Berliner Stadtschloss te zien zijn. | Foto (fragment): picture alliance/dpa/Stefan Jaitner

Het Humboldt Forum, waarvan de opening voorzien is in 2019, moet met zijn buiten-Europese collecties een plaats worden waar verschillende culturen elkaar ontmoeten. Maar hoe gaan Duitse en Europese culturele instellingen om met kritische vragen over de restitutie van koloniaal erfgoed? Mogen zij cultuurgoederen uit andere werelddelen überhaupt in hun bezit hebben en tentoonstellen?

Het Humboldt-Forum in Berlijn opent binnenkort de deuren. Tot nog toe waren de buiten-Europese collecties van de Berlijnse staatsmusea ondergebracht in de wijk Dahlem, een beetje buiten de stad en ver weg van de toeristische hotspots. Vanaf 2019 zijn ze te zien in het heropgebouwde Berliner Stadtschloss. Het Berlijnse Museumeiland met zijn rijke collecties wordt zo een plek waar culturen van over de hele wereld aan bod komen. Het project is echter zeer omstreden, en dat heeft vooral te maken met een nieuwe gevoeligheid in de omgang met restanten uit de koloniale tijd: op welke manier moeten deze objecten tentoongesteld worden? En hoe zijn ze überhaupt in het bezit gekomen van een Europese instelling?
 
Er is de jongste jaren al veel en heftig gediscussieerd over de vraag hoe Europese musea moeten omgaan met stukken uit andere culturen die ten tijde van de kolonies in Europese handen zijn gekomen. In Duitsland staat het Humboldt-Forum centraal in dat debat. Kunsthistorica Bénédicte Savoy nam in 2017 ontslag uit de deskundigenraad van het Forum en spaarde haar kritiek niet. Ze vergeleek het geplande museum met de kernreactor van Tsjernobyl: bloederig onrecht begraven onder een loden koepel. Savoy is een van de adviseurs van de Franse president. Die laatste wil de komende jaren heel wat cultuurgoederen teruggeven aan hun land van herkomst. “Restitutie” heet zoiets.

Herkomstonderzoek: eEN hulpmiddel MET BEPERKINGEN

Herkomstonderzoek kan deels een antwoord geven op de hogergenoemde vragen. Deze relatief nieuwe tak van de kunstgeschiedenis reconstrueert de herkomstgeschiedenis van objecten. Men hoopt dat die informatie kan helpen bepalen of deze objecten op rechtmatige dan wel illegale wijze in het bezit van de culturele instellingen zijn gekomen. In 2018 publiceerde het Verbond van Duitse Musea een leidraad voor de omgang met objecten uit de koloniale tijd. De auteurs wijzen er echter meteen op dat er in de meeste gevallen geen wettelijke basis bestaat om de betwiste objecten terug te geven.

 
Britse soldaten bij een verzameling kunst die in 1897 werd buitgemaakt in Benin. Britse soldaten bij een verzameling kunst die in 1897 werd buitgemaakt in Benin. | Foto: picture alliance/CPA Media Juridisch gezien is de situatie inderdaad complex: anders dan voor goederen die ten tijde van het nationaalsocialisme geroofd werden, bestaat er voor kunst uit de koloniale tijd momenteel geen pakket internationale regels zoals de Verklaring van Washington, waaraan veel landen – waaronder Duitsland – zich vrijwillig hebben gebonden. Maar als begrippen als “roof” en “onteigening” meer dan louter metaforen zouden zijn, kunnen we niet om de noodzaak heen om de verhoudingen met betrekking tot het bezit juridisch opnieuw te bekijken, ook als het gaat over objecten uit de tijd van de kolonies. Noch het Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, dat in 1954 in Den Haag werd gesloten, noch de Unesco-conventie inzake illegale handel in culturele goederen, daterend uit 1970, kunnen hier helpen, want geen van beide werkt met terugwerkende kracht – en in de 19e eeuw golden er andere normen en maatstaven dan vandaag.
 
Als wetenschappelijke discipline kan het herkomstonderzoek hoe dan ook niet aan alle verwachtingen voldoen. Het bronnenonderzoek kost tijd en levert lang niet altijd duidelijke resultaten op. Bovendien hebben lang niet alle museumstukken een rechtstreeks koloniale achtergrond. Zo hebben enkele van de meest opvallende geschillen te maken met juridische transacties in vredestijd. Dat alles maakt dat we waarschijnlijk maar weinig zullen zien bewegen in de zaak rond Nefertiti, een Egyptische buste die op het Berlijnse Museumeiland van Berlijn wordt tentoongesteld, noch rond het geval van de Elgin Marbles, marmeren beelden die afkomstig zijn van de Acropolis in Athene en die zich vandaag in het British Museum in Londen bevinden.

Deel van een gemeenschappelijk verleden

Het herdefiniëren van onze relatie tot de voormalige kolonies is een probleem dat niet zomaar in of door de musea zelf kan worden opgelost. Op enkele minder duidelijke gevallen na, vergt het debat over de restitutie een politieke beslissing tussen tegenstrijdige meningen en belangen. Tussen de betrokken partijen is het water zeer diep. Horst Bredekamp, een van de oprichters van het Humboldt-Forum, doet zijn beklag: “De focus ligt vandaag niet op de waardeschatting van de museumstukken die uit de vreemde culturen afkomstig zijn, maar op de gehypostaseerde schuld voor het feit dat men die stukken in zijn bezit heeft.” Bénédicte Savoy roept op tot een herverdeling: “Het gaat er niet om of voorwerpen tijdens de koloniale periode op legale dan wel illegale wijze naar Europa zijn gebracht; het gaat om een eerlijkere en rechtvaardigere verdeling van het cultureel erfgoed naar de regio's waaruit de objecten afkomstig zijn.”

 
Dit skelet van een brachiosaurus uit het voormalige Duits-Oost-Afrika in het Museum voor Natuurkunde in Oost-Berlijn is met zijn hoogte van 13 meter het grootste tentoongestelde dinosaurusskelet ter wereld en trekt enorm veel bezoekers. Dit skelet van een brachiosaurus uit het voormalige Duits-Oost-Afrika in het Museum voor Natuurkunde in Oost-Berlijn is met zijn hoogte van 13 meter het grootste tentoongestelde dinosaurusskelet ter wereld en trekt enorm veel bezoekers. | Foto: picture alliance / Eventpress HHH Na meer dan honderd jaar maken de objecten in kwestie al lang deel uit van een gemeenschappelijk verleden, en veel van de besproken gevallen kunnen op meer dan één manier geïnterpreteerd worden. Ook het gegeven “restitutie” als een instrument, als een vermeend universele vorm van schadeloosstelling, zou men kritisch moeten bekijken. Zo was er de onverwachte wending in het debat rond het dinosaurusskelet dat in de periode 1909 - 1913 vanuit het toenmalige Duits-Oost-Afrika naar Berlijn verhuisde. Tijdens een persconferentie met zijn Duitse collega Heiko Maas in mei 2018 riep de minister van Buitenlandse Zaken van het huidige Tanzania niet op tot restitutie, maar wel tot toekomstgerichte vormen van samenwerking.