Zwarte Duitse literatuur
De juiste vragen stellen

Sharon Dodua Otoo bij de uitreiking van de Ingeborg Bachmann-prijs 2016.
Sharon Dodua Otoo bij de uitreiking van de Ingeborg Bachmann-prijs 2016. | Foto (fragment): © picture alliance/dpa/ Susanne Hassler

In het hedendaagse multiculturele Duitsland zouden zwarte mensen eigenlijk heel vanzelfsprekend moeten zijn. Toch krijgen velen nog elke dag te maken met discriminatie en soms zelfs met openlijk racisme. Hun verhalen vinden steeds meer hun weg naar de Duitse literatuur.

De Dagen van de Duitstalige literatuur, tijdens dewelke elk jaar de Ingeborg Bachmann-prijs voor proza wordt uitgereikt, openden in 2020 in Klagenfurt met een antiracistische speech over zwarte kunst. Die toespraak werd gehouden door de winnares van 2016, schrijfster Sharon Dodua Otoo, en zodoende voor het eerst door een zwarte vrouwelijke auteur.
 
Sinds Otoo in 2016 de prijs won, heeft de Duitse literaire wereld nog veel meer successen van zwarte mensen gekend. Hun romans verschijnen vandaag bij grote uitgeverijen en bereiken een breed publiek. Ook 1000 serpentinen angst, het debuut van Olivia Wenzel, in 2020 genomineerd voor de Duitse Boekenprijs, en de roman Brüder van Jackie Thomae kregen veel aandacht. De bestsellerlijsten van Der Spiegel werden en worden aangevoerd door werk van zwarte Duitse schrijfsters: de autobiografie Mist, die versteht mich ja! Aus dem Leben einer Schwarzen Deutschen van Florence Brokowski-Shekete, Exit Racism – Rassismuskritisch denken lernen van Tupoka Ogette, Was weiße Menschen nicht über Rassismus hören wollen, aber wissen sollten van Alice Haster, en tot slot de roman Adas Raum van Sharon Dodua Otoo.
Schrijfster Tupoka Ogette won in 2021 bij de uitreiking van de ‘About You’-awards de award in de categorie ‘Idol of the Year’. Schrijfster Tupoka Ogette won in 2021 bij de uitreiking van de ‘About You’-awards de award in de categorie ‘Idol of the Year’. | Foto (fragment): picture alliance/dpa/Henning Kaiser Die werken laten goed zien waar de literatuur van zwarte Duitse auteurs over gaat. Racisme en daarmee gepaard gaande vormen van discriminatie blijven het belangrijkste onderwerp: de bedreiging van lijf en leden door neonazi’s, racisme in het gezin, ontoereikende psychosociale zorg door een gebrekkige kennis over de leefsituatie van zwarte mensen, discriminatie op de woningmarkt, stereotypen die zonder nadenken zijn overgenomen uit het Duitse koloniale tijdperk, het dagelijks overschrijden van persoonlijke grenzen ... Maar dat deze boeken die individueel en structureel racisme aan de kaak stellen, ook worden opgemerkt, en dat de antwoorden deels van zwarte mensen zelf komen - ook al blijven de vragen maatschappelijk bepaald - is iets nieuws van de laatste jaren.

Waar komt u eigenlijk vandaan?

Zo legt Adas Raum, via de hergeboorte van hoofdpersonage Ada, de link tussen de begindagen van het kolonialisme aan het eind van de 15e eeuw en het Berlijn van de 21e eeuw. Schrijfster Sharon Dodua Otoo voert voorwerpen op als gelijkwaardige vertellers, zoals ze ook al deed in het kortverhaal waarmee ze de Bachmann-prijs won. Olivia Wenzel giet het leven van haar ik-verteller, die opgroeit in Oost-Duitsland en zich integreert in het verenigde Duitsland van de jaren negentig, in dialogen: soms wordt de loop van het verhaal bepaald (of verstoord) door vragen van iemand buiten beeld aan de ik-verteller, dan weer worden de gebeurtenissen beïnvloed door vragen van de ik-verteller aan de persoon buiten beeld. Dit zijn dialogen over het ik en de samenleving. Ze werpen een verhelderend licht op bepaalde aspecten van het leven als zwarte persoon in Duitsland. Ze gaan over het feit dat mensen voortdurend in twijfel trekken of zwarte mensen wel tot de Duitse samenleving behoren, over het alomtegenwoordige racisme en over een diep gevoel van onzekerheid.

Florence Brokowski-Sheketes autobiografie, Mist, die versteht mich ja!, sinds de herfst van 2020 in de handel verkrijgbaar, vertelt het succesverhaal van een vrouw die erin slaagt de eerste zwarte schooldirectrice in Duitsland te worden. Het boek begint met een vraag die alle zwarte mensen in Duitsland maar al te goed kennen - “Waar komt u eigenlijk vandaan?” - en het impliciete antwoord dat zwarte mensen geen echte Duitsers kunnen zijn. Net zoals dat in eerdere autobiografieën van zwarte Duitsers gebeurde, plaatst het boek die vraag tegenover het eigen perspectief. Het toont de veerkracht en de kracht die nodig zijn om de hindernissen te overwinnen die als gevolg van die houding kunnen ontstaan.
 

De eeuwige vraag van het ‘Duits zijn’

In de bloemlezing ‘Kinder der Befreiung’, uitgegeven door Marion Kraft, vertellen betrokkenen over hun leven en ervaringen in het naoorlogse Duitsland In de bloemlezing ‘Kinder der Befreiung’, uitgegeven door Marion Kraft, vertellen betrokkenen over hun leven en ervaringen in het naoorlogse Duitsland | Foto: © Unrast Verlag De zwarte literatuur in Duitsland probeert al lang duidelijk te maken dat tegelijk Duits en zwart zijn niet alleen mogelijk, maar ook normaal is - vooral omdat het lange tijd als ‘niet normaal’ werd beschouwd. Het documentaire boek Farbe bekennen (kleur bekennen) van dichteres May Ayim uit 1986 beschrijft een debat uit het begin van de jaren vijftig, over de kinderen die in de nadagen van de oorlog door Afro-Amerikanen bij witte Duitse vrouwen waren verwekt. Toen die kinderen op het punt stonden naar school te gaan, werd er tot in de Duitse Bondsdag gedebatteerd over de vraag hoe men met hen moest omgaan. Er werd zelfs ernstig overwogen ze “naar het thuisland van hun vaders” te brengen. Betrokkenen van toen komen aan het woord in de bloemlezing Kinder der Befreiung (kinderen van de bevrijding) uit 2015. Het bleef tot in de jaren negentig een actueel thema: in haar autobiografie Kind Nr. 95 (2009) schetst Lucia Engombes hoe ze in de jaren 1970 als kind van SWAPO-strijders naar de DDR gebracht werd, er opgroeide, en na de val van de Muur naar het haar quasi totaal onbekende Namibië moest verkassen.
 
Wat het voor zwarte mensen in Duitsland betekent om keer op keer geconfronteerd te worden met de vraag of zij wel echte Duitsers zijn, komt vooral tot uiting in de biografische werken. Duits en tegelijk zwart zijn, net als in de titel van de autobiografie van de onlangs overleden holocaustoverlevende Theodor Wonja Michael (Deutsch Sein und Schwarz dazu, 2013), en zoals het ook beschreven wordt in de autobiografie van Ika Hügel-Marshall (Daheim unterwegs – Ein deutsches Leben) uit 1998, leek lange tijd alleen mogelijk als men hevige tegenstand het hoofd wist te bieden.

Misschien is het daarom dat zwarte literatuur in Duitsland momenteel met zoveel aandrang vraagt dat de samenleving eigentijdse antwoorden vindt én cultiveert op de vraag naar de eigen identiteit; op de vraag wie wij zijn, wie wij willen zijn en wat ‘Duits zijn’ betekent in een samenleving die sinds de Tweede Wereldoorlog ingrijpend is veranderd op demografisch, politiek, cultureel en literair vlak.