Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Duitse Boekenprijs 2021
In een reeks van vrouwen

Duitse Boekenprijs 2021 Antje Rávik Strubel
© picture alliance/dpa/dpa POOL | Sebastian Gollnow

“Blaue Frau” van Antje Rávik Strubel is uitgeroepen tot beste roman van het jaar. De Duitse Boekenprijs 2021 gaat daarmee naar een verfijnd en geëngageerd schrijfster.

Von Marie Schmidt

Schrijfster en vertaalster Antje Rávik Strubel won maandagavond de Deutscher Buchpreis (Duitse Boekenprijs), een onderscheiding voor de beste roman van het jaar. Ze kreeg de prijs voor “Blaue Frau”, het verhaal van een vrouw die na een verkrachting opnieuw haar weg moet vinden naar het denken en de taal. Adina, over wie het verhaal gaat, heeft zich hiervoor teruggetrokken in een prefabflat in Helsinki, aan de noordelijke rand van Europa. Van daaruit baant het verhaal zich tastend een weg terug naar de ervaringen die Adina, die afkomstig is uit de Tsjechische Republiek, opdeed als studente en stagiaire in Berlijn en in een vakantieoord in Uckermarck. Bij veel van de mensen die ze ontmoet, wekt haar Oost-Europese afkomst eerder beelden op dan oprechte menselijke belangstelling.

PRATEN OVER GEWELD

Rávik Strubel gebruikt in dit boek een niet-lineaire tijdstructuur, waarin ze nu eens vooruit, dan weer achteruit beweegt; ze plaatst de juridische taal waarin seksuele aanrandingen worden behandeld, tegenover de beleving van haar personage, dat moeite heeft om haar ervaringen in woorden te vatten. De “blauwe vrouw” waaraan het boek zijn titel dankt, is in de tussenhoofdstukken van de roman een sprookjesachtige tegenhanger van de vertelster, met wie ze kan praten over het schrijven over geweld.

“Blaue Frau” is een vormelijk en esthetisch verfijnd verhaal, dat waarschijnlijk beter begrepen zal worden door een publiek dat door de MeToo-beweging gesensibiliseerd is, ook al vindt het omwille van de zelfbespiegelende schrijftrant geen weerklank in recentere debatten.
 
Toch liet Rávik Strubel de kans niet liggen om in haar dankwoord de politieke toer op te gaan. Ze hekelde het feit dat een verlangen dat in wezen vanzelfsprekend is, te weten het verlangen naar gevoeligheid voor structureel geweld en zelfgekozen identiteit, wordt afgedaan als politieke correctheid.

VROUWELIJK SCHRIJVEN

“Misschien moet het vanzelfsprekende eerst weer onbegrijpelijk worden om vanzelfsprekend te blijven”, zo citeerde ze Ilse Aichinger. Ze beriep zich ook op Virginia Woolf en bedankte haar mentor Silvia Bovenschen, die in 2017 overleed en aan wie het boek is opgedragen. Die laatste schreef de nog steeds gezaghebbende studie “Die imaginierte Weiblichkeit” (De ingebeelde vrouwelijkheid, 1979) over de vraag wat de stemmen van vrouwen in de literatuurgeschiedenis tot zwijgen zou kunnen hebben gebracht. Rávik Strubel, die Joan Didion en Lucia Berlin naar het Duits vertaalde, verwijst hiermee naar een vrouwelijk schrijven dat hierop niet louter met zelfhandhaving reageert, maar oprecht geïnteresseerd is in onzekerheden en in de veranderlijkheid van taal en sociale verhoudingen.

Bij de Duitse Boekenprijs moeten de boekhandel, organisatoren van literaire events én critici het samen eens worden over een boek. Ze worden daarbij vertegenwoordigd door juryleden uit hun respectieve vakgebieden. Dit jaar zat Knut Cordsen, recensent bij de regionale omroep Bayerischer Rundfunk, de jury voor. De prijsuitreiking in het stadhuis van Frankfurt is het eerste grote evenement van de beursweek en kon dit jaar weer plaatsvinden in aanwezigheid van een beperkt publiek. Ook de genomineerde auteurs Norbert Gstrein, Monika Helfer, Christian Kracht, Thomas Kunst en Mithu Sanyal waren in de zaal aanwezig.

Top