Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1) Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Günter Peter Straschek
Met standvastige blik

Günter Peter Straschek, Carlos Bustamante en Johannes Beringer (rechts, acteur) op de set van “Zum Begriff des ‘kritischen Kommunismus’ bei Antonio Labriola (1843–1904)” [Over het begrip ‘kritisch communisme’ bij Antonio Labriola (1843–1904)], 1970.
Günter Peter Straschek, Carlos Bustamante en Johannes Beringer (rechts, acteur) op de set van “Zum Begriff des ‘kritischen Kommunismus’ bei Antonio Labriola (1843–1904)” [Over het begrip ‘kritisch communisme’ bij Antonio Labriola (1843–1904)], 1970. | Foto (fragment): © Michael Biron

Door de politieke onrust van de jaren '60 kwam er aan zijn werk als filmmaker snel een einde. Maar Günter Peter Straschek had toen al een van de sleutelwerken van de studentenopstand gemaakt en zou zijn levenswerk uiteindelijk voltooien als filmhistoricus.

Von Romy König

De legende begint met een inbeslagname. Maandenlang had hij aan de film gewerkt, het script geschreven, geregisseerd, het materiaal gemonteerd. Ein Western für den SDS was een 23 minuten durende zwart-witfilm geworden, een ‘socialistische leerfilm’ – of zo wordt hij vandaag toch omschreven. De film toont de mobilisatie van een jonge vrouw voor de Sozialistischer Deutscher Studentenbund (Socialistische Duitse Studentenbond, SDS) en zoomt daarbij in op de rol en de rechten van vrouwen. Maar in eerste instantie kreeg bijna niemand de film te zien: de filmacademie nam de band in beslag en bewaarde de prent achter slot en grendel. Filmstudenten deden er vervolgens alles aan opdat de film zou worden vrijgegeven. Op persconferenties vertelden ze over de inbeslagname. De sfeer was gespannen en heel politiek geladen. In het midden van dat alles stond de filmmaker zelf: Günter Peter Straschek.

Straschek, in 1942 geboren in Graz, was al op 19-jarige leeftijd door Europa en Azië gereisd en had in Israël op een kibboets gewerkt. Naast zijn uitgesproken voorliefde voor literatuur ontdekte hij in die tijd zijn belangstelling voor film. Hij volgde twee filmcolleges aan de technische universiteit van Berlijn en zette in 1966 de stap naar de regie-opleiding aan de toen pas opgerichte Duitse film- en televisieacademie, eveneens in Berlijn. Hier ontstond zijn korte film Hurra für Frau E., een portret van een moeder die afhankelijk is van overheidssteun en bijverdient in de prostitutie. En hier maakte hij ook Ein Western für den SDS, waarvan de inbeslagname niet alleen rellen uitlokte, maar er ook toe leidde dat diverse studenten uit de filmopleiding werden gezet. En dat lot was uiteindelijk ook Straschek zelf beschoren. Filmbeeld uit “Ein Western für den SDS”, 1967-1968. Filmbeeld uit “Ein Western für den SDS”, 1967-1968. | Foto (fragment): © Museum Ludwig, Köln

‘EEN MISLUKKING IN DEZE INDUSTRIE’

Nadat hij in 1968 van de filmacademie was gegooid, keerde Straschek het actieve filmmaken - dat hij zelf in een radioreportage ‘een mislukking in deze industrie’ noemde - de rug toe en ging hij zich concentreren op filmonderzoek. Daarbij richtte hij zich vooral op de emigratie van cineasten en cineastes uit nazi-Duitsland. Hoe beleefden zij het regime van het nationaalsocialisme? Welke invloed had dit op hun werk? Wanneer en in welke omstandigheden moesten ze Duitsland verlaten? Hij deed onderzoek in bibliotheken en archieven in Europa en Amerika en interviewde samen met zijn echtgenote Karin Rausch meer dan 2000 emigranten, onder wie regisseur Fritz Lang. Het leidde in 1975 tot de vijfdelige televisiedocumentaire Filmemigration aus Nazideutschland, het levenswerk van deze in 2009 overleden filmhistoricus.

“De blik van Straschek is nauwkeurig en opmerkzaam, een standvastige blik die het geloochende verleden op de agenda zet”, zo heet het in een verklaring van het Keulse Museum Ludwig, dat in 2018 voor het eerst een tentoonstelling aan het werk van Straschek wijdde. Bij het doorzoeken van de nalatenschap van Straschek was curator Julia Friedrich dan ook op Ein Western für den SDS gestoten, een film die decennialang verborgen was gebleven. “In het laatste blik”, zo vertelde ze aan het radiostation Deutschlandfunk. Ze liet de korte film, die in 1968 een symbool en sleutelwerk van de studentenopstand was geworden, ook zien op de tentoonstelling.

Top