Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)


Er valt dus veel te helen

Dursel2
© Caroline Lessire

Het project “Alles vergaat, behalve het verleden” is tijdens een kick-off workshop in Brussel voortvarend van start gegaan.

Von Cristina Nord

​Een museum helen: is dat mogelijk? En zo ja, hoe zou dat in zijn werk kunnen gaan? Grace Ndiritu, een kunstenares uit Londen, is zo overtuigd van dit idee dat ze een van haar participatieve performances “Healing the Museum” noemt. Begin mei treedt ze op in het AfricaMuseum in Tervuren bij Brussel. Om haar heen ongeveer 30 mensen, enkelen van hen museumbezoekers, de meesten deelnemers aan een workshop met de titel “Alles vergaat, behalve het verleden” over de omgang met koloniale overblijfselen in Europese musea en collecties.

Op initiatief van koning Leopold II werd begin twintigste eeuw het AfricaMuseum gebouwd in een uitgestrekt park onder de rook van Brussel. Het doel was de Belgen ervan te overtuigen dat de kolonisatie van Congo een goed idee was. Ook vandaag de dag nog zijn hier wandnissen met beelden die getuigen van de wijze waarop de destijds nog jonge bufferstaat tussen Frankrijk en Nederland de beschaving naar Centraal-Afrika bracht: allegorieën van Europese arrogantie, die pas op de onlangs aangebrachte tekstbordjes aan de nodige kritiek worden onderworpen. In een zaal in de kelder zijn stukken bijeengebracht die op bijzonder drastische wijze een barbaarse aard van de Congoleze onderdanen suggereren, zoals een beeld van de beruchte Luipaardman, die zich in een luipaardvacht hulde en met scherpe messen aan zijn vingers onschuldigen te lijf ging. Deze bronzen overblijfselen van het koloniale superioriteitsdiscours naar het depot verbannen zou onoprecht zijn geweest, zegt Christine Bluard van het AfricaMuseum als ze ons door de zalen leidt. In de mineralenzaal fonkelen de ertsen en de turquoise en roze kristallen verleidelijk. Tegelijkertijd vertellen ze een verhaal van verrijking en uitbuiting en wie iets weet over coltan en de winning ervan, kan bedenken dat dit verhaal nog niet ten einde is. Er valt dus veel te helen. Maar hoe?

Grace Ndiritu baseert zich op sjamanistische technieken, op meditatie en yogaoefeningen. Ze vraagt of we onze schoenen uittrekken, op de grond gaan zitten, onze ogen sluiten en ons concentreren op de aanwezigheid van de objecten in de vitrines. Spreken ze tot ons? Voelen we ze? De sterk met het kolonialisme verstrikte geschiedenis van het gebouw heft de kunstenares daarmee niet op en evenmin de onzalige verweving van Europees superioriteitsgevoel en economische roofbouw. Wel maakt ze een nieuwe beleving van de ruimte mogelijk. Guido Gryseels, directeur van het AfricaMuseum, neemt deel aan de meditatieoefening en vertelt na afloop dat hij het museum nog nooit zonder schoenen heeft betreden en er ook nog nooit op de grond heeft gezeten. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien niet zo belangrijk, maar het maakt echt verschil of je staat en de zaal in kijkt of met gesloten ogen door de zaal loopt of op de grond zit. Want dat betekent dat je macht inlevert – en wat zou een stap in de richting van daadwerkelijke aandacht voor de geschiedenis van het koloniale onrecht zijn zonder de bereidheid om macht en privileges op te geven?

“Healing the Museum” maakte deel uit de kick-off workshop van “Alles vergaat, behalve het verleden”, een project dat diverse Goethe-Instituten in België, Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje samen met partnerorganisaties op touw zetten. Ongeveer de helft van de tijd werd besteed aan interne gespreksronden en werkgroepen. De deelnemers – onder wie Mnyaka Sururu Mboro en Yann Le Gall, twee activisten van Berlin Postkolonial, kunsthistoricus Didier Houénoudé uit Benin, kunstenares Géraldine Tobé uit Kinshasa en Katia Kukawka, curator bij het Musée d’Aquitaine in Bordeaux – brachten verschillende, soms tegenstrijdige gezichtspunten in. Dit leidde steeds tot een productieve controverse, bijvoorbeeld toen Placide Mumbembele, een wetenschapper uit Kinshasa, afwijzend reageerde op de Europese neiging om de zogenaamde “source community” als aanspreekpunt in restitutiekwesties te gebruiken, omdat in zijn ogen niet afzonderlijke groepen of personen, maar de Afrikaanse landen moeten beslissen over de toekomst van de geroofde en te restitueren objecten.

de vraatzucht van museumdepots

Het was ook Mumbembele die telkens op de noodzakelijke restitutie van objecten terugkwam toen Hartmut Dorgerloh en Lars-Christian Koch het standpunt van het Berlijnse Humboldt Forum uiteenzetten. De twee lichtten hun ideeën voor de inrichting van het gereconstrueerde Berliner Schloss toe, waarbij ze er veel belang aan hechtten het als een combinatie van onderzoekscentrum, ontmoetingsruimte en museum te presenteren. Ze benadrukten dat hun streven is residenties in te richten, in de zalen voor tijdelijke tentoonstellingen op actuele ontwikkelingen en debatten in te gaan en ruimte te bieden voor gezamenlijk onderzoek.
Daarentegen voerden andere workshopdeelnemers theoretische argumenten aan die erop duiden dat Europese musea als kennisproducenten op hun grenzen stuiten. Grace Ndiritu maakt zich sterk voor alternatieve praktijken, activiteiten aan de basis, aandacht voor kunst en kennis die zich uitstrekt tot in de woonwijken en jeugdcentra, voor de betrokkenheid van deskundigen die andere vormen van kennis vertegenwoordigen (bijvoorbeeld sjamanen) en de circulatie van objecten: “Haal de objecten uit de musea!” Clémentine Deliss, curator, publicist en wetenschapper, benadrukte dat de etnografie niet de enige discipline mag zijn die artefacten verklaart. Ze sprak over de vraatzucht van museumdepots, waar talloze objecten in optimale toestand zijn geconserveerd, maar door niemand meer worden gezien of zelfs aangeraakt. Een van haar wensen voor het museum van de toekomst was dat het zou veranderen in een plek van vakoverstijgende, laagdrempelige kennisproductie.

verlening van visa vol valkuilen

Wayne Modest van het Research Center for Material Culture in Amsterdam vulde deze standpunten aan met een radicale kritiek op Europese grensregimes. De weigering van toegang en de indeling in enerzijds mensen die zonder beperkingen en problemen mogen reizen en anderzijds mensen die zodra ze mobiel worden voor hun leven moeten vrezen, is voor hem een bewijs van de desastreuze gevolgen die het Europese superioriteitsgevoel nog steeds heeft. Lang niet zo dramatisch, maar wel gecompliceerd en zenuwslopend waren de ervaringen van de workshopdeelnemers uit Benin en Congo. Kunstenares Dada Kahindo uit Kinshasa, Placide Mumbembele en Didier Houénoudé kregen hun visum voor België pas op het laatste moment. Geen wonder dat het vooral voor Afrikaanse kunstenaars en wetenschappers lastig is om regelmatig aan debatten in Europa deel te nemen, omdat reizen duur is en de verlening van visa vol valkuilen zit. Als Didier Houénoudé en Placide Mumbembele één wens hebben, dan is het dat er meer gezamenlijk onderzoek en kennisproductie komt – zowel in Europa als in Afrika.

De deelnemers hebben deels zeer concrete, deels nog zeer abstracte ideeën bijeengebracht, die tijdens de komende workshops in Lissabon, Barcelona en Bordeaux opgepakt en verder uitgewerkt zullen worden. Hier een kort overzicht:
  • De crisis van het museum moet niet zozeer als een probleem worden gezien, maar meer als een kans voor een nieuwe koersbepaling.
  • Multidisciplinariteit is essentieel. De interpretatie van collecties mag geen privilege van etnologen zijn.
  • De betrokkenheid van kunstenaars – om het even of ze uit Afrika, de Afrikaanse diaspora in Europa of uit Europa zelf komen – mag geen doekje voor het bloeden zijn. Musea mogen de kritiek, waaraan ze zich zouden moeten onderwerpen, niet uitbesteden aan kunstenaars en vervolgens net zo doorgaan als voorheen.
  • Restitutie is belangrijk, maar geen wondermiddel. Duidelijkheid scheppen over aanspraken en onderzoek verrichten naar de herkomst van objecten is fundamenteel, maar kan er in het ergste geval toe leiden dat de artefacten door de vele onduidelijkheden nog heel lang in depots blijven liggen. Het is belangrijk om na te denken over wat er nu al kan worden gedaan.
  • Samenwerking tussen Afrikaanse en Europese wetenschappers moet vanzelfsprekender en frequenter worden.
  • Educatieve programma’s in Afrikaanse landen moeten erop gericht zijn de mensen daar weer bekend te maken met hun verloren erfgoed.
  • Wederzijdse goede wil moet de drijvende kracht zijn.

Top