Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

100 JAAR BAUHAUS
LEVENSPROCESSEN VORMGEVEN

Vrouw in stalen buisstoel van Marcel Breuer, 1926.
Vrouw in stalen buisstoel van Marcel Breuer, 1926. | Foto (Fragment): © Bauhaus-Archief Berlijn/Dr. Stephan Consemüller

De kunsthogeschool Bauhaus streefde door artistieke avant-garde naar een sociaal en betaalbaar wonen. Hun hoogste doel was om door revolutionair design een nieuwe levensvorm te creëren voor een samenleving in grote verandering.

Von Nadine Berghausen

Wie voor zijn woonkamer droomt van een Bauhausklassieker – een stalen buisstoel van Marcel Breuer bijvoorbeeld – of een decoratief accent wil met een Wagenfeld-lamp, zal vermoedelijk schrikken van de prijs van deze begeerde designobjecten. In het licht van de bedoelingen van de Bauhausontwerpers lijkt de huidige prijssetting paradoxaal, omdat zij hun objecten toch net voor de sociaal zwakkeren ontwierpen. Maar niet enkel de financiële waarde, ook de algemene waardering van de Bauhaus-realisaties is veranderd. De sobere elegantie van hun objecten is vandaag eerder trendy dan revolutionair beladen. Toch was net dat laatste het streefdoel van het Bauhaus bij de oprichting van de beweging in 1919: een radicale modernisering van het alledaagse leven door het scheppen van een creatieve leefomgeving.
Het Bauhaus werd opgericht in een samenleving die gebukt ging onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en de geïndustrialiseerde economie. Inflatie, honger, werkloosheid, dakloosheid en sociale onlusten voedden de wens naar een maatschappelijke heroriëntering. In deze politieke en sociale context kwam een groep kunstenaars bijeen rond de architect Walter Gropius, de latere oprichter van het Bauhaus in Weimar. Volgens Gropius vroeg de desastreuze sociale situatie om de regie van een creatieve geest. Over de architectuur zei hij: “Bouwen is het vormgeven van levensprocessen”. Menig criticus verweet hem een romantische utopie na te jagen.

RADICALE MODERNISERING VAN HET LEVEN

In tegenstelling tot de eerdere Britse arts-and-craftsbeweging die de Middeleeuwen idealiseerde en teruggreep naar gotische vormen, streefde het Bauhaus naar een nieuwe vormgeving. Interdisciplinaire groepen van kunstenaars maakten eerst met ambachtslui, later in Dessau ook met behulp van industriële machines, objecten die vorm moesten geven aan de cultuur van de toekomst. In het Bauhaus-manifest schreef Gropius: “Het einddoel van elke vormgevende activiteit is het bouwwerk! (…) Architecten, beeldhouwers, schilders, we moeten allemaal terug naar het handwerk! (…) De kunstenaar is een uitbreiding van de ambachtsman.”
Aangezien de Bauhaus-kunstenaars het wonen en leven vooral voor de zwakkere inkomensgroepen wilden verbeteren, moest hun werk voor iedereen betaalbaar zijn. Daarom was het voor hen zo belangrijk dat de objecten geschikt waren voor goedkope massaproductie. Zodoende ging het Bauhaus zijn stempel drukken op een vormgeving waarvoor zich niemand tot dan had geïnteresseerd. De focus op de geometrische basisvormen van vierkant, cirkel en driehoek was op zijn minst ongewoon. Ook hun kleurenspectrum beperkten ze tot de basiskleuren rood, geel, blauw, zwart en wit. Na zijn bezoek aan een door Gropius georganiseerde architectuurtentoonstelling zei de kunstcriticus Paul Westheim vol afkeuring: “Drie dagen in Weimar en je kan je verdere leven geen vierkant meer zien.”

KUNST? NIET IN HET BAUHAUS!

De Bauhaus-principes werden rigoureus toegepast. Artistieke motivatie voor design werd helemaal afgewezen, want dat was niet conform met de ideologie. Niet stijl of esthetiek, maar nut en functie moesten het design bepalen. Deze ingesteldheid gaf zeker conflictpotentieel voor die Bauhaus-docenten – in het jargon van het Bauhaus werden ze “meester” genoemd – die als beeldend kunstenaar naar Weimar of Dessau waren gekomen.
De strenge en nieuwe designtaal werd vooral bij gebruiksvoorwerpen duidelijk. Aan de koffie- en theeserviezen bijvoorbeeld die in de metaalwerkplaats werden gemaakt, merk je dat hier niet alles per se bij elkaar moest passen om artistiek relevant te zijn. Roomkannetje, suikerpotje en koffie- of theepot zijn qua stijl werkelijk verschillend, lijken deels zelfs niet bij elkaar te horen – hun vormgeving werd immers bepaald door hun respectievelijke functie, niet door de globale indruk van het servies. De theepot van Marianne Brandt is maar een voorbeeld onder vele voor deze afkeer van toegepaste kunst. Het motto “form follows function” dateert weliswaar van vóór het Bauhaus, maar is vandaag onafscheidelijk met de Bauhaus-visie verbonden.


De theepot MT 49 van Marianne Brandt. Foto uit 1924 van de Bauhaus-fotografe Lucia Moholy in Dessau. De theepot MT 49 van Marianne Brandt. Foto uit 1924 van de Bauhaus-fotografe Lucia Moholy in Dessau. | Foto (Fragment): © picture alliance/dpa Ook uit de textielontwerpen bleek deze nieuwe, moderne oriëntatie. In plaats van de bij het begin van de 20ste eeuw nog geliefde, eerder verhalende beeldtapijten ontwierp de Bauhaus-werkplaats tapijten met abstracte vormen. Verder werden vooral stukken geproduceerd voor het alledaagse leven: tafellakens, lopers, kinderkleding en proefstroken voor de industrie. Ze werden vooral door vrouwelijke Bauhaus-studenten gemaakt, onder leiding van de vroegere studente en latere “meesteres” Gunta Stölzl.


Een tapijt van de Bauhaus-artieste Agnes Roghé Een tapijt van de Bauhaus-artieste Agnes Roghé | Foto (fragment): © picture alliance/dpa/Hendrik Schmidt De revolutie van het Bauhaus reikte echter verder dan een revolutionaire vormgeving. In de werkplaatsen van het Bauhaus ontstonden op het kruispunt van techniek en vormgeving nieuwe, tot dan toe onbestaande beroepen. Om de producten te promoten werden fotografen opgeleid en nieuwe typografieën, hoofdzakelijk in rood en zwart, ontworpen. Het beroep van grafisch designer was geboren, zeker toen het Bauhaus in de reclamewerkplaats cursussen ging organiseren over de “Systematiek van de reclame” en over “Bewustzijnsbeïnvloeding”.


Afficheontwerp van Herbert Bayer, 1926 Afficheontwerp van Herbert Bayer, 1926 | Foto: © picture alliance/Heritage Images

DESIGN VOOR DE MASSA

Het revolutionaire design dat het Bauhaus onder leiding van Walter Gropius had ontwikkeld, kreeg vanaf 1927 onder de nieuwe directeur Hannes Meyer een sterkere sociale inslag. Het Bauhaus zou nu nog meer voor de behoeften van het volk – voor de “proletariërs” – gaan ontwerpen. Onder Meyers leiding gold het devies “volksbehoefte in plaats van luxebehoefte”. De alles bepalende vraag moest zijn: “wat hebben de mensen in hun dagelijks leven echt nodig?”. Nu werden er geen tapijten meer geproduceerd, maar stevige vloerbedekkingen. Telkens wanneer belastbare en uitrekbare stoffen voor buismeubels ontwikkeld werden, werkten de verschillende werkplaatsen ook samen.

Vrouw in stalen buisstoel van Marcel Breuer, 1926. Vrouw in stalen buisstoel van Marcel Breuer, 1926. | Foto (fragment): © Bauhaus-Archiv Berlin/Dr. Stephan Consemüller De daarnet vermelde Wagenfeld-lamp illustreert echter tegelijk ook hoe ver dit idee van design voor de grote massa afweek van de economische realiteit. Het idee van een goedkope lamp die zelfs voor arbeiders betaalbaar zou zijn, bleek een illusie: de lamp werd gemaakt uit zilver en glas en bovendien nog op ambachtelijke wijze. Zelfs de ontwerper van de beroemde schrijftafellamp, Wilhelm Wagenfeld, moest dat zelf ontgoocheld vaststellen bij zijn terugkeer van een beurs in 1924: “Handelaars en fabrikanten spreken spottend over onze realisaties. Ze zien er wel goedkoop uit als machinaal product, maar zijn eigenlijk te duur kunstambacht. En hun kritiek is juist.”


Vandaag een begeerd en niet bepaald goedkoop designobject: Wagenfeld-lamp in een winkel Vandaag een begeerd en niet bepaald goedkoop designobject: Wagenfeld-lamp in een winkel | Foto (Fragment): © Christos Vittoratos CC-BY-SA-3.0 Vandaag is de realiteit sowieso anders: design van het Bauhaus is hip geworden en de luxe-objecten worden eerder voor hun esthetiek gewaardeerd dan voor hun gebruiksfunctie. De fundamentele principes en ideeën van het Bauhaus zouden echter de geschiedenis ingaan. Tot vandaag bepalen ze design en architectuur en worden ze wereldwijd aan hogescholen van kunst en design onderwezen. De erfenis van de Bauhausgroep rond Walter Gropius en zijn opvolgers Hannes Meyer en Ludwig Mies van der Rohe is nog het best vast te stellen in onze huizen van vandaag: vooruitgang, moderne levenswijze en een waardering voor heldere vormen vonden dankzij hen hun weg naar onze woonkamers.

Top