De economische en financiële crisis
“De monetaire unie drijft de landen van Europa uiteen”

Wolfgang Streeck
Wolfgang Streeck | © juergen-bauer.com

De Europese eenheidsmunt, de euro, zit in een crisis die de Europese Unie zelf kapot dreigt te maken – zeggen sommigen. Volgens anderen zal deze crisis, net als eerdere moeilijkheden, de band tussen de Europese landen nog hechter maken. In welke mate zulke hoop al dan niet terecht is, daarover spraken we met Professor Wolfgang Streeck van het Max Planck-instituut voor maatschappelijk onderzoek.

Professor Streeck, sprookjes zijn mooi, soms ook eng, maar hebben allemaal één ding gemeen: ze zijn verzonnen. Was het verhaal dat men ons vóór de invoering van de euro verteld heeft, namelijk dat de gemeenschappelijke munt de Europese eenheid zou versterken, in dat opzicht ook gewoon een sprookje?

Het was een hoop die echter verschilde van land tot land. Een aantal landen waaronder Frankrijk verwachtten dat de monetaire unie een einde zou maken aan de dominante positie van Duitsland in het monetaire beleid, terwijl Duitsland hoopte op een Europeïsering van zijn traditionele harde muntbeleid. Vandaag, na 10 jaar gemeenschappelijke munt, is het voor eens en altijd duidelijk dat dit conflict niet langer kan worden weggestopt achter de formulaire compromissen van de jaren 1990. Waar de Duitse economie, die sterk op de verwerkende industrie gericht is, baat heeft bij een restrictief monetair beleid, zijn andere landen van de eurozone onder zulke omstandigheden niet “competitief” en dreigen ze steeds verder weg te zinken. Met de goede raad die hen vanuit Berlijn en Brussel wordt opgedrongen – zichzelf herkneden via “structurele hervormingen” naar Duits model – kunnen ze om diverse redenen niets aanvangen. Zo drijft de monetaire unie de landen van Europa uiteen, in plaats van ze samen te brengen.

De volgende jaren worden onaangenaam

Optimisten beweren dat de Europese Unie sterker uit deze crisis zal komen, zoals dat de voorbije decennia keer op keer het geval is geweest. Denkt u dat ook?

Integendeel. Als men aan de euro vasthoudt, zullen de volgende jaren in Europa zeer onaangenaam zijn. De kloof in de EU tussen landen met en zonder de euro zal nog dieper worden: Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden zullen uiteindelijk niet toetreden, en minstens Groot-Brittannië zal aandringen op een versoepeling van de bij verdrag bepaalde banden in de EU. Binnen de monetaire unie zullen we te maken krijgen met een blijvend conflict tussen centrum en periferie. De economisch zwakkere landen zullen van Brussel strikt in de pas moeten lopen, met het oog op “consolidering” en “structurele hervormingen”. Als tegenprestatie en aanpassingshulp zullen ze financiële steun vragen, die ze echter alleen zullen krijgen als ze afstand doen van hun soevereiniteit op het vlak van economisch en maatschappelijk beleid. Maar hun burgers zullen zich daartegen verzetten, wat dan weer van invloed zal zijn op de bereidheid van de centrumlanden om geld te geven. Zo zal het geld dat van het noorden naar het zuiden en later ook naar het zuidoosten zal vloeien, voor zij die het krijgen altijd te weinig zijn en voor zij die betalen altijd te veel, terwijl de ingrepen in het binnenlands beleid van de periferielanden voor die laatste te ver en voor het centrum niet ver genoeg zullen gaan.

De Duitse en Franse ministers van sociale zaken en financiën hebben onlangs in een gemeenschappelijke verklaring gezegd dat “de gemeenschappelijke inspanningen die sinds het uitbreken van de crisis in de eurozone zijn geleverd om de crisis te bestrijden, zichtbaar resultaat opleveren”. Ook zou “het groeiende vertrouwen van de markten” aantonen “dat het Europese antwoord op de crisis, namelijk de sanering van de staatsfinanciën en de modernisering van onze nationale economieën, het juiste is”. De consolidering van de begrotingen zou niet alleen onze sociale stelsels veiligstellen, “maar ook onze soevereiniteit en het vermogen van onze landen, om hun taken zonder beperking uit te voeren”. Kan men dit tegenspreken?

Dat moet men zelfs tegenspreken. Het nieuwe “vertrouwen van de markten” berust enkel op het feit dat de Europese Centrale Bank hen heeft beloofd dat ze onbeperkt geld zal drukken om de landen in staat te stellen hun schulden af te lossen en de banken boven water te houden. Terwijl dat verse geld vooral speculatief wordt gebruikt – de bedrijven die produceren, krijgen maar een klein deel te zien – stijgen de aandelenkoersen, alsof er in het verleden nooit zeepbellen zijn geweest. Iedereen hoopt, nog maar eens, dat hij er uit zal kunnen stappen voor ook deze zeepbel uiteenspat, zoals altijd vroeg of laat gebeurt. Tegelijk groeit de totale schuld van onze nationale economieën maar door, niet alleen in Europa, maar ook in Japan en de VS, zoals dat al sinds de jaren 70 onophoudelijk het geval is geweest. Veruit het grootste deel van die schuldenlast is echter niet toe te schrijven aan de staat, maar aan de private financiële sector, die almaar met nieuwe “producten” voor de dag blijft komen. Vroeg of laat zullen hun verliezen dan wel weer door de landen genationaliseerd moeten worden, met als gevolg een verdere aangroei van de staatsschuld gevolgd door nog maar eens een, nog brutalere, “consolidering” van openbare begrotingen.

Antidemocraten in opmars

In noodgevallen moet de redder snel ter plekke zijn. In de financiële crisis werd de hulp ingeroepen van een orgaan dat anders zo vaak beschermd wordt wegens zijn logheid: “de staat”. In zijn boek “Weltbeziehungen im Zeitalter der Beschleunigung” (Wereldrelaties in het tijdperk van de versnelling), waarin de besluitvorming rond de verschillende Europese reddingsoperaties wordt onderzocht, komt Hartmut Rosa tot het besluit dat wat wij hier gezien hebben, aantoont dat de politiek nog altijd sneller kan – als ze de democratie achterwege laat. Staat ons als gevolg van de bankencrisis en van de financiële en economische crisis een “ontdemocratisering” te wachten?

Ja, Rosa heeft helemaal gelijk. De antidemocraten zijn in opmars. Als econoom of als politiek wetenschapper kun je vandaag een vermogen verdienen, door wereldwijd van het ene naar het andere economische congres te trekken, om er aan de samengetroepte winstverslaafden het goede nieuws te brengen dat het met de democratie in deze globale economische crisis gedaan is en dat het “Chinese model” of ook het Singapore-model zoveel beter is voor de economische groei. Dat doet haast tot in detail denken aan de jaren 1930, toen Mussolini, Hitler en zelfs Stalin onder westerse economen heel wat bewonderaars hadden.

Vandaag zien we inderdaad al heel wat voorbeelden van een oprukkende ontdemocratisering; denk maar aan het begrotingspact of de feitelijke overname van het Europese economische beleid door de parlementair en politiek oncontroleerbare Europese Centrale Bank, of ook aan de Europese reddingsacties waaraan maar geen einde wil komen, blind goedgekeurd door de nationale parlementen en gepusht door de regeringen. Vroeg of laat zullen we een antwoord moeten geven op de vraag of de voordelen van de “globalisering” werkelijk zo groot zijn, dat we bereid zijn ons te laten leiden door een globale technocratie van het kapitaal, die geen enkele democratische verantwoording meer aflegt.
 

Wolfgang Streeck is professor sociologie aan de Universiteit van Keulen en directeur van het Max Planck-instituut voor maatschappelijk onderzoek (MPIfG). Als auteur publiceerde hij recent het boek Gekaufte Zeit. Die vertagte Krise des demokratischen Kapitalismus (Gekochte tijd. De uitgestelde crisis van het democratische kapitalisme) (Suhrkamp Verlag, 2013).

Europe an Economic Tale

Onder de titel “Europe an Economic Tale. The Current Financial Crisis – Perspectives from Europe and Beyond” gaat het Goethe-Institut op 17 juni 2013 tijdens het Global Media Forum van Deutsche Welle in Bonn dieper in op de actuele discussie rond de Europese economische en schuldencrisis.Op basis van de jongste polemieken rond een inter-Europese noord-zuidkloof zal over verschillende culturen en economische besluiten worden gediscuteerd en zal de vergelijking worden gemaakt met andere economische ruimtes. Er is aandacht voor de systemische dimensie, de rol van de instellingen, met name van de Europese centrale Bank, alsook voor de effecten van de crisis op het Europese buitenland- en ontwikkelingsbeleid. Bestaan er alternatieven voor het “verrassingsveld” (Joseph Vogl), waarin onze samenlevingen zich met hun financieringen in gemanoeuvreerd hebben?Peter Craven (Deutsche Welle) leidt het gesprek met Louis N. Christofides (Professor economische wetenschappen aan de University of Cyprus, Nikosia), Theocharis Grigoriadis (Gastprofessor voor economische wetenschappen en Oost-Europese studies aan de Freie Universität Berlin; Athene), Frank Sieren (bestsellerauteur, documentairemaker, correspondent en columnist voor het Handelsblatt, Peking) en Dr. Ursula Weidenfeld (economische journaliste, Berlijn).