Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Artistieke utopieën
Aantrekkelijk Europa

Wolfgang Ischinger vorige week op de 55e veiligheidsconferentie in München in een blauwe hoodie, waarop de sterren van de Europese vlag worden getoond
Wolfgang Ischinger vorige week op de 55e veiligheidsconferentie in München in een blauwe hoodie, waarop de sterren van de Europese vlag worden getoond | Foto (fragment): © dpa

De Europese Unie gold lange tijd als grauw en bureaucratisch. Vandaag draagt ze een kleurige hoody. Wat is er gebeurd?

Von Philipp Hindahl

In de popcultuur kennen logo‘s een lange traditie: als teken dat men bij een bepaalde subcultuur hoort, of deel uitmaakt van een exclusieve kring. Alleen wie alle platen van een band door en door kende, mocht op school en T-shirt met hun logo dragen. Naar buiten doe betekende dit echter: jij hoort er niet bij. 

Op het kruispunt van kunst, pop en mode kent tegenwoordig een ander soort merchandising een groeiende populariteit, namelijk merchandising voor de Europese Unie. De ontwerpers van SOUVENIR Official hebben truien ontworpen met daarop elf sterren; de twaalfde ster, op de rug, staat symbool voor het ontbrekende Groot-Brittannië. Aanvankelijk was dit statement piece te koop in de Berlijnse König Galerie. Vorige week sprong plots de voorzitter van de veiligheidsconferentie in München in een blauwe hoody het podium op. "Heb ik met kerst cadeau gekregen van mijn kleinzoon”, verduidelijkte Wolfgang Ischinger. Kaptruien of hoody’s waren wel vaker op veiligheidsconferenties te zien, maar dan veeleer bij activisten die voor de deur protesteerden. En zo maakt de hoody carrière als belangrijk kledingstuk: van de straat via  de catwalk naar de König Galerie en tot slot naar het hogere politieke niveau. Deze nieuwe vorm van merchandising wil niet focussen op het verschil, maar juist de eenheid benadrukken. In Silicon Valley weten ze al langer dan vandaag dat kappen wonderen kunnen doen.
 



Lange tijd had de Europese Unie een beroerde reputatie: ze was niet meer dan een grauw administratief apparaat, ergens in Brussel. Niet iets waar je graag mee te maken had. In 1989, kort voor het einde van de DDR, maakte de SPD reclame voor de Europese verkiezingen met de song “Wir sind Europa” (misschien wel gebaseerd op “We Are The World”). Zelfs voor wie er vandaag met de nodige ironie naar luistert, is het lied nauwelijks te verdragen aan de oren. Hoe doeltreffend deze muzikale reclamespot was, weten we niet, maar destijds bedroeg de kiezersopkomst ruim 58 procent. Sindsdien is dat cijfer gedaald. In 2014 trok maar iets meer dan 43 procent van de kiezers naar de stembus. De Europese idee leek lange tijd geen belangrijk politiek thema te zijn.
 

Maar dat veranderde drie à vier jaar geleden, toen bepaalde bewegingen in de nationale parlementen zich aan de statengemeenschap begonnen te storen. We weten hoe dat verhaal verder ging. Groot-Brittannië stemde ervoor de EU te verlaten. Ook in Frankrijk, Duitsland, Hongarije en andere landen zien we partijen groeien met een gelijkaardige wens: weg met de gemeenschap, terug naar de natiestaat. 
 


Pogingen om het imago van de EU op te poetsen (of er überhaupt een te creëren) zijn niet nieuw. In 2001 nodigde Romano Prodi, toenmalig voorzitter van de Europese commissie, intellectuelen en kunstenaars uit om na te denken hoe een nieuwe hoofdstad voor Europa er kon uitzien. AMO, de denktank van Rem Koolhaas' architectenbureau OMA, ging nog een stap verder en kwam meteen met een plan voor een universele beeldtaal van de statengemeenschap. Die moest onder meer een soort barcode bevatten, met voor elke lidstaat een balkje, of eerder een streepje. De verzamelde ontwerpen werden in 2004 voorgesteld op de tentoonstelling “The Image of Europe”. Voortaan zou de EU dapper, expliciet en populair zijn, zo luidde de visie.

In de oproep tot creatieve projecten door Wolfgang Tillmans en OMA in het kader van “Eurolab” klonk het in 2018 als volgt: “In een steeds sterker verstrengelde wereld hebben stemmen die een wig willen drijven tussen mensen en volkeren almaar meer gewicht gekregen.”

Blijkbaar moest de statenbond eerst in gevaar komen, om aantrekkelijk te kunnen worden. Zodra Europa niet meer vanzelfsprekend was, werd het een utopie. Tillmans startte in de aanloop naar het brexitreferendum een affichecampagne om de Britten ervan te overtuigen voor “remain” te stemmen. Uit zijn foto’s spreekt een groots verlangen: onscherpe horizonten, de krijtrotsen van Dover. “What is lost is lost forever”, zeggen de witte Helveticaletters.

De Oostenrijkse popgroep Bilderbuch promoot momenteel zijn nieuwe song “Europa 22” – een volstrekt niet-ironisch loflied op Europa – en het bijbehorende album met een website waarop mensen zelf hun Europees paspoort kunnen maken. Onder “nationaliteit” straat dan “Europees”, en rechtsboven staat een klein hologram van een hennepblad. Het paspoort is onbeperkt geldig: een mooie vrijheid, zonder binnengrenzen.
 


SPD-politicus Martin Schulz postte zijn paspoort meteen op Twitter, “in de hoop dat het ooit werkelijkheid zou worden”, aldus de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. In een interview met de krant "Der Standard" gaf zanger Maurice Ernst toe dat hun idee van een paspoort “ongelooflijk simplistisch” is, maar het ging er volgens hem ook helemaal niet om de complexiteit van de Europese gedachte te beschrijven. “Vrijheid en hoop, daar gaat het om”, zei hij. Hoe dan ook, de vage utopie is kleurrijk, verscheiden, even moeilijk te bevatten als de Europese gedachte, en zeker allesbehalve een exclusieve kring.

Of het werkt, zal duidelijk worden na de Europese verkiezingen van 26 mei. 
 

Top