Rome Open House Roma, stad vóór de muren

Open House Roma is een jaarlijks evenement waarbij honderden gebouwen in Rome, die door hun architecturale en/of artistieke kenmerken opmerkelijk zijn, een weekend lang de deuren openen voor het publiek.
Naast het historische aspect gaat vooral veel aandacht naar het moderne en eigentijdse erfgoed. Zo kunnen deelnemers zelfs bouwwerven bezoeken die illustreren hoe de stad evolueert.

Tot zover de omschrijving die ik van de website van Open House Roma haal en waarover ik te midden van de verkeersdrukte nadenk; een mooie definitie, vind ik heel knap, ondanks de versmalde rijstroken, ondanks de eindeloze wegenwerken op de Via Tiburtina waardoor ik tot enkele kilometers voorbij de ring moet omrijden. De Grande Raccordo Anulare als grens tussen stad en voorstad bestaat eigenlijk alleen in ons hoofd, staat op geen enkele kaart aangeduid en brengt mij uiteindelijk tot aan de Tecnopolo, een oase van onderzoek en innovatie. Daar maak ik in een aangenaam koele ruimte kennis met Davide Paterna en Laura Calderoni van Open House Roma. En terwijl Open House zich als een reis doorheen de architectuur presenteert, heb ik mijn reis voor vandaag alvast gehad.  
 
Open House Roma zag het licht in 2012 en maakt deel uit van het wereldwijde netwerk Open House Worldwide. Samen met Paterna, hoofd van Open House Roma, blader ik meteen door de uiterst goed gestoffeerde catalogus van de editie 2016: op één weekend zijn er 170 gebouwen te bezichtigen en kan je deelnemen aan 45 evenementen en 26 wandelingen. “Open House is een evenement dat je kennis laat maken met de stad vóór de muren,” zegt Paterna. Hij toont me de foto's. “Open deuren naar architectuur en de private kant ervan, op plaatsen die doorgaans niet toegankelijk zijn voor het grote publiek, ook in de buitenwijken. Jawel, ook in de buitenwijken: in 2013 hebben wij voor het eerst een programma voor de voorsteden samengesteld. Open House gaat ook naar plaatsen als San Basile, Primavalle, Vigne Nuove – want de stad leeft overal, op haar hele grondgebied. Het format zorgt ervoor dat alle locaties op hetzelfde niveau staan, ongeacht de vraag of ze zich in het centrum of in de stadsrand bevinden, of het een modern gebouw dan wel een 17de-eeuws palazzetto is. Dit geeft ze zichtbaarheid, zowel in de ogen van het kennerspubliek als voor diegenen die er wonen en die deze plekken openstellen, maar ook voor de vele bezoekers die niet vertrouwd zijn met de materie. Het onderscheid tussen stadscentrum en stadsrand is, kortom, achterhaald. Tegenwoordig spreken we van een polycentrische stad, ook al bestaat die in Rome nog niet – wat te maken heeft met de enorme aantrekkingskracht van de historische stadskern, die een echt zwaartekrachtsveld vormt. Sommige buitenwijken kunnen hoogstens op een stad lijken, terwijl andere, wegens het gebrek aan dienstverlening, gewoonweg “antisteden” zijn.       
   
Architectuur, stadsplanning en de districten in de stadsrand zijn erg nauw met elkaar verbonden, en niet enkel voor Open House. “Los van het feit dat zij elkaar bepalen, dragen architectuur en stadsplanning een overweldigende verantwoordelijkheid tegenover de voorsteden,” benadrukt Paterna. “Met name sinds de tweede helft van de jaren 60 is de rol van architecten als utopische vormgevers onwillekeurig uitgespeeld, met als gevolg dat steden van 5000 inwoners – zoals in een industrieel productieproces – in een en dezelfde wijk worden ingepast”.
“In tegenstelling tot vroeger”, zegt Laura Calderoni, “worden de voorsteden vandaag gebouwd door privéondernemingen, het zijn eilanden die losstaan van elkaar; de openbare sector moet enkel nog de aansluitingen voorzien. De overheid heeft dan ook geen enkele invloed meer op de planning van een stad; er worden nieuwe woonwijken opgetrokken zonder dat het stadsbestuur echt hoge kwaliteitsnormen oplegt. De stad is geen opdrachtgever meer, maar een zakenpartner; zij beperkt zich tot het ter beschikking stellen van de gronden en krijgt in ruil daarvoor een welbepaald aantal woningen. Al het andere, gaande van de andere woningen tot het dienstenaanbod, blijft in handen van de private sector, die slecht en goedkoop werkt en vooral bespaart op groenvoorzieningen. De openbare sector heeft, kort gesteld, alles aan privébedrijven overgelaten. Dat hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn, maar wat schort is het gebrek aan controle.”    
“Desondanks kan de architectuur in de randgemeenten nog heel wat realiseren,” zegt Paterna met overtuiging. “De architectuur heeft een projectstructuur die probleemoplossend wil werken. Het gaat daarbij over de inschatting en aftoetsing van mogelijkheden en problemen. In de voorsteden staat of valt alles met deze probleemoplossende houding. Daar moet men immers gaan samenwerken met de buurtcomités die het aan zulke kwaliteiten ontbreekt, en kan men niet meer rekenen op het openbare bestuur, dat door gebrek aan middelen niets meer kan plannen of onderhouden. Dit zijn taken die burgers dus ook vanuit economisch oogpunt via microprojecten steeds meer naar zich toe moeten trekken. Maar daarin hebben zij nood aan advies wat de eigenlijke planning betreft, advies van een architect die deze projecten in goede banen kan leiden en ze productief kan maken. Zoals het project Abitare per, dat wij als Open City uitvoeren in de Romeinse buitenwijk Decima.”       
 
Abitare per heeft zich als doel gesteld, de kwaliteit van het oorspronkelijke architecturale project te benadrukken en op te waarderen. Daarvoor wordt samen met de inwoners een organisatieproces opgezet, dat rekening houdt met acties, planning, middelen, functies, verwachtingen en wensen. “In Decima hebben de lokale coöperatieven en buurtcomités voor het eerst samen met de bewoners de gedachtenis aan de wijk, aan elke afzonderlijke plek, weer tot leven gebracht. Nadat we alle plaatsen hadden bezocht, probeerden we aan de hand van fiches om er een nieuwe bestemming voor te vinden. Ten slotte hebben wij een terrein gezocht voor de heropbouw. Het Decima-model kan ook op alle andere grote steden worden toegepast. Zo zijn wij al actief in Venetië en Bari.
 
Open House is dus veel dingen. “Open House Roma is een vereniging van tien zelfstandigen jonger dan 40,” vertelt Laura Calderoni. “En dat zijn niet alleen architecten. De organisatie werd in 2010 opgericht, met het voornemen om een ervaring naar Rome te brengen die in het buitenland reeds bestaat. Wij houden ons bezig met het herstel van de stad en met de promotie van architectuur en stadscultuur. Wij hebben een app ontwikkeld over de musea op de Capitolijn en tijdens de “Romeinse zomer” hebben we initiatieven maar ook culturele evenementen over de voorsteden opgezet. Een van onze groepsleden is een actrice. Dankzij haar konden we ook geleide bezoeken met een lezing organiseren.        
  
“De sleutel van onze samenwerking ligt in het feit dat wij het communicatieve en constructieve aspect van de stad samenbrengen,” besluit Davide Paterna. “Daarbij is Open House ons belangrijkste communicatie-instrument; wij willen het gebruiken om op langere termijn acties voor verandering op te starten. En met onze manifestaties willen wij niet enkel het vergankelijke, maar vooral de best practices, dus de optimale werkwijzen, terug op het voorplan krijgen.”