Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Spreekuur - de taalcolumn
Zelfstandige naamwoorden

Illustration: open mouth under a disc with a cross above it; to the right an arm with a hand pointing upwards
© Goethe-Institut e. V./Illustration: Tobias Schrank

Wat maakt zelfstandige naamwoorden zo onbetrouwbaar? Ze kunnen ons misleiden door ons een potentieel zeer bedrieglijk beeld van de werkelijkheid te geven. En op die manier kunnen ze zelfs veel schade aanrichten.

Von Sharon Dodua Otoo

Er bestaan heel veel zelfstandige naamwoorden voor ‘kijken’ – een blik, een glimp, een oogopslag – maar geen enkel zelfstandig naamwoord voor ‘luisteren’. Doorgaans denken we niet in de eerste plaats aan wat we horen. Ik heb dus een andere kijk op de wereld; ik kan soundscapes creëren die een bepaald effect hebben op mensen, zonder dat ze weten waarom. Het is een soort van trucje.  
(Walter Murch)


Mijn afkeer van zelfstandige naamwoorden is bijna even sterk als mijn voorliefde voor werkwoorden. Dat hoeft niet te verbazen. Met werkwoorden kun je uitdrukking geven aan bewegingen, processen en veranderingen. Maar zelfstandige naamwoorden veinzen een toestand van de werkelijkheid die niet echt bestaat, of die vaak op zijn minst betwistbaar is. Als ik bijvoorbeeld spreek over ‘een kopje’, dan kan ik denken aan een middelgrote keramische beker met een eenvoudig handvat, terwijl jij misschien denkt een glazen beker zonder handvat, en nog iemand anders aan een plastic beker met twee handvatten.

Hoewel hij het toen niet specifiek over werkwoorden had, verwoordde Friedrich Nietzsche in 1873 exact hetzelfde idee in zijn essay Über Wahrheit und Lüge im aussermoralischen Sinne (‘Over waarheid en leugen in buitenmorele zin’). Nietzsche schrijft: “We spreken van een ‘slang’: die benaming betreft niets dan het slingeren, en had ook net zo goed aan de worm kunnen toekomen. Wat een willekeurige afbakeningen, wat een eenzijdige bevoorrechting van nu eens deze, dan weer die eigenschap van een ding!” Volgens mij heeft hij een punt.

In hetzelfde essay beweert Nietzsche “dat het bij de woorden nooit op waarheid aankomt”. Ik weet niet of ik het zo sterk zou durven te stellen. Het is zoals zeggen: “Deze zin is een leugen.” Als het waar was, zou het niet waar zijn. Woorden moeten een zekere mate van waarheid hebben, om ons in staat te stellen met elkaar te communiceren. Waar ik het wel mee eens ben, is dat taal in veel gevallen dubbelzinniger is dan we vaak denken. En daarin spelen zelfstandige naamwoorden een grote rol. Nietzsche schrijft: “Wij geloven dat we iets van de dingen zelf weten, als we over bomen, kleuren, sneeuw en bloemen spreken, maar bezitten toch niets dan metaforen der dingen, die volstrekt niet overeenstemmen met de oorspronkelijke entiteiten.”

Zelfstandige naamwoorden kunnen ons begrip vervormen

Niet alleen stemmen zelfstandige naamwoorden niet overeen met de oorspronkelijke entiteiten, ze kunnen ons begrip ook echt vervormen. Het openingscitaat van deze tekst illustreert hoe de afwezigheid van zelfstandige naamwoorden ertoe kan leiden dat onze waarneming en ons begrip gemanipuleerd worden. Ik probeerde me voor te stellen hoe specifieke zelfstandige naamwoorden voor specifieke vormen van luisteren van invloed zouden kunnen zijn op de manier waarop ik luister naar roddels, of de manier waarop ik probeer de buren niet te horen wanneer ze de liefde bedrijven of meezingen met hun favoriete liedjes. En toch, als men wél zelfstandige naamwoorden gebruikt, kan dat zelfs nog schadelijker zijn. Neem bijvoorbeeld het Duitse woord ‘Häuptling’ (stamhoofd). Volgens prof. dr. Susan Arndt was ‘Häuptling’ een van de vele woorden die in de koloniale context werden bedacht met een expliciete bedoeling: de depreciatie van Afrikaanse politieke leiders. Bovendien heeft het woord een mannelijke connotatie, wat meteen hielp om het bestaan van vrouwelijke leiders te negeren. Nooit wordt het zelfstandig naamwoord ‘Häuptling’ gebruikt om naar westerse staatshoofden te verwijzen. ‘Häuptling’ wekt de indruk dat er een inherent verschil bestaat tussen Afrikaanse en Europese leiders. Dat is opzettelijk. Zou het even gemakkelijk geweest zijn om de onderwerping van Afrikaanse leiders te rechtvaardigen als ook zij bekendstonden als koningen en koninginnen, hertogen en hertoginnen, eerste ministers en presidenten? Natuurlijk niet.

Ontmenselijking

Neen, het geringschatten van de Afrikaanse samenlevingen volstond nog niet. Het ultieme doel was ontmenselijking. In zijn boek Les Damnés de la Terre (‘De verworpenen der aarde’) uit 1961 schrijft Frantz Fanon: “Wanneer de kolonist probeert om de inboorling volledig te beschrijven, in exacte termen, verwijst hij voortdurend naar het bestiarium.” Woorden als ‘bastaard’ en ‘mulat’, die verwijzen naar kinderen van zwarte en blanke mensen, zijn specifiek afgeleid van termen die normaal gebruikt worden om het dierenrijk te beschrijven.

Zelfs wanneer we het over een persoon en diens prestaties hebben, kunnen zelfstandige naamwoorden – zelfs wanneer ze positief gebruikt worden – misleidend zijn. Ik ben bijvoorbeeld een zeer grote fan van Bertolt Brecht. Maar als ik over zijn oeuvre spreek, ben ik me ervan bewust dat een loutere focus op hem alleen in wezen onrecht doet aan de mensen met wie hij heeft samengewerkt (of van wie hij veel heeft “geleend”), vooral de niet bij naam genoemde vrouwen.

Ik pleit er dan ook voor om zelfstandige naamwoorden te beschouwen als niet meer dan benaderingen of samenvattingen. Tijdelijke invullingen, misschien, die eerder wijzen op het bestaan van dingen zoals ze verondersteld worden te zijn, of misschien zoals ze zouden kunnen zijn, of zelfs zoals ze zouden moeten zijn, dan zoals ze werkelijk zijn.

Top