Snelle toegang:
Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

"Over de systeemrelevantie van literatuur"

Zur Systemrelevanz von Literatur
© Pixabay

Isabelle Holz, docent aan de Universiteit van Tübingen, Florian Rogge en Julian Schlicht, onderzoeksmedewerkers van het Cassandra-project, onderzoeken in hun bijdrage " Over de systeemrelevantie van literatuur " hoe pandemieën en hun effecten in de literatuur worden ontvangen, welke invloed ze hebben op onze huidige waarneming van Covid-19, en gebruiken geselecteerde internationale bronnen om te laten zien hoe deze pandemie in het collectieve geheugen van de literatuur doordringt.

Von Isabelle Holz, Florian Rogge, Julian Schlicht

And the word that Cassie came up with, the second great factor that could send us all back to the stone age, that word, […] is ‘flu’. Kan literatuur de toekomst voorspellen? Heel wat boeken en auteurs zijn later ‘profetisch’ gebleken – een waardering die doorgaans uitstekende reclame is. Een van de recentere voorbeelden daarvan is de roman Not Forgetting The Whale van de Britse schrijver John Ironmonger [2015], het boek waaruit het citaat hierboven afkomstig is  (in september verschijnt het in het Nederlands als De dag dat de walvis kwam). Daarin ontwikkelt een investeringsbankier een computerprogramma voor risicoprognose. In het begin kan dat enkel inschatten hoe de aandeelkoersen er morgen zullen uitzien, maar korte tijd later kan het programma voorspellingen doen over veel existentiëlere zaken. Het programma draagt de naam ‘Cassandra’, naar de vrouw uit de Griekse mythologie over wie een vloek was uitgesproken: ze kon in de toekomst kijken, maar niemand geloofde wat zij voorspelde. 
Literatuur is geen computerprogramma en ook geen ‘zieneres’, maar toch gebeurt het keer op keer, ‘klassiekers’ die opeens actueel aanvoelen. Wie in de literatuurgeschiedenis op zoek gaat naar bekende verhalen over pandemieën, zal die heel snel op het spoor komen en tijdens die zoektocht stoot je ook op de oorsprong van de huidige gevoelens over wat we in deze tijd meemaken. Of het nu gaat om boeken over de ‘pest’, een onderwerp dat vanaf de oudheid tot in moderne dystopische romans en zombie-apocalypsen een spoor trekt doorheen de wereldliteratuur en zijn impact heeft op moderne media zoals film en tv-series, of over politieke thrillers waarin biologische wapens aan bod komen – al die scenario’s, ongeacht door welk medium ze ook worden opgepikt, zijn diep in onze individuele en collectieve fantasie verankerd. Het narratieve patroon van die verhalen is altijd weer heel gelijklopend – en daarom doet het er niet toe of je de roman De pest hebt gelezen, de film Contagion hebt gezien of een sprookje hebt gehoord over Sopona, de Pokkengod van de Yoruba (Nigeria). Literaire fictie is niet alleen een expressie van onze fantasie (en de grenzen van onze verbeeldingskracht), ze is ook essentieel om die crisis te signaleren. 
 
Toen de meeste landen een lockdown hadden ingesteld en culturele instellingen zoals theater- en bioscoopzalen de deuren sloten, duurde het maar enkele dagen voordat de eerste leeslijsten voor de (zelf)quarantaine opdoken. Op veel van die lijsten, ongeacht of ze in Europa, Azië, West-Afrika of Amerika waren opgesteld, staat de roman De pest van Albert Camus [1947] helemaal bovenaan – op korte afstand gevolgd door Decamerone van Boccaccio [1348–1353], The Last Man van Mary Shelley [1826] en A Journal of the Plague Year van Daniel Defoe [1722]. De media zijn er ongetwijfeld in grote mate verantwoordelijk voor dat die lijstjes er wereldwijd zo homogeen uitzien. Maar het is een feit dat de verkoop van ‘De pest’ in Groot-Brittannië sinds februari 2020 met meer dan 1000 procent is gestegen, in Japan werden in maart meer exemplaren verkocht dan in de voorbije 31 jaar samen, en ook in Frankrijk, Italië en de VS was er een spectaculaire stijging van de vraag naar die roman.[1] De Oostenrijkse radiozender FM4 organiseerde zelfs een tien uur durende leesmarathon waarbij de volledige roman werd voorgelezen en waaraan tal van prominente schrijvers en schrijfsters hun medewerking verleenden.[2]
Waarom lezen mensen overal ter wereld, terwijl er volop een pandemie woedt, graag verhalen over catastrofale ziektes of het einde van de wereld – finaal of toch de wereld zoals we die kennen? En waarom is literatuur tijdens een existentiële crisis zoals de Covid19-pandemie niet alleen belangrijk voor de mensen maar ook voor de politiek?
 

Literatuur als handleiding en als maatstaf voor vergelijking 

Complexe situaties begrijpen en vernemen hoe vergelijkbare crisissen overwonnen zijn, is een van de emotionele en cognitieve basisbehoeften van de mens. De meeste van dat soort boeken werd geschreven door terug te blikken op epidemieën en pandemieën uit het verre of nabije verleden, maar leverden er ook een actuele interpretatie bij. Blijkbaar hebben we de behoefte om de reële crisissen van vandaag te spiegelen aan verhalen over het verleden. En vaak zorgen boeken die op het eerste gezicht verontrustend lijken toch voornamelijk voor een kalmerend effect: in tegenstelling tot de ‘dynamische’ situatie van het heden hebben afgesloten verhalen wel een duidelijke dramaturgie: het begin, het hoogte- of keerpunt, het einde. Op die manier voldoen romans en verhalen aan de behoefte van voorspelbaarheid. Verdubbelingstijd, R-waarde en mortaliteit bieden geen houvast en vermogen niets tegen de onzekerheid en de ambiguïteit van de huidige situatie. Onze beproefde strategieën om problemen op te lossen schieten tekort omdat de crisis zo complex is. Maar tijdens een crisis is literaire fictie een kwalitatief basisgegeven waarnaar we kunnen teruggrijpen om ons (emotioneel) te oriënteren en waar we ons naar kunnen richten. Literaire fictie schept een kader voor ons heden en beïnvloedt de perceptie, de verklaring van de oorzaken, de interpretatie en het bedenken van keuzemogelijkheden. Door literatuur worden ideeën en emoties geactiveerd of opnieuw geactiveerd en literatuur biedt ons – en zo overstijgt ze de cultuur – een gemeenschappelijk referentiekader. 
Boeken worden bestsellers wanneer er in de samenleving een bepaalde sfeer heerst – bijvoorbeeld onzekerheid of het gevoel dat niets nog zin heeft. Het zou verkeerd zijn om uit leesgewoonten meningen af te leiden, maar je kunt bestsellerlijstjes wel zien als collectieve ‘koortscurves’, die aangeven welke thema’s (en gevoelens) de samenleving domineren. Anders dan koortsthermometers, die enkel een meetfunctie hebben, kunnen boeken de sfeer in de samenleving wel degelijk beïnvloeden. Bestsellers – in de betekenis van boeken die door veel mensen gelezen worden – creëren een gemeenschappelijke basis voor ideeën en gesprekken. Lezen wordt vaak omschreven als een individueel-escapistische bezigheid, maar vanuit dit standpunt is het ook een maatschappelijk relevante actie. Of, om het met de actuele terminologie te zeggen: een systeemrelevante maatregel.
 

Fictie en frictie

Naast het narratieve patroon hebben de meeste ‘epidemieverhalen’ die wereldwijd in heel verschillende regio’s zijn bedacht nog iets gemeen: De echte catastrofe is niet de dood, maar het feit dat de samenleving ten onder gaat aan fake news en racisme. In een crisis zijn ook emoties besmettelijk en ze vermeerderen zich exponentieel. In zijn roman Een mis voor de stad Atrecht [1971] beschrijft de Poolse auteur Andrzej Szczypiorski hoe ten tijde van een middeleeuwse pestepidemie het algemene onveiligheidsgevoel (religieus) fanatisme aanwakkert. De roman De stad der blinden van José Saramago [1995] schetst het scenario van een door militairen opgelegde quarantaine en de maatschappelijke verruwing tijdens een epidemie. In de roman Nemesis van de Amerikaanse schrijver Philip Roth [2010], die zich afspeelt in New Jersey, tijdens de polio-epidemie die daar in de zomer van 1944 woedt, wordt duidelijk hoe een slecht informatiebeleid angst zaait bij de bevolking en een gevoel van onmacht verspreidt. De roman Corpus Delicti van de Duitse schrijfster Juli Zeh [2009] beschrijft een gezondheidsdictatuur waarin de mens zijn vrijheid heeft opgegeven in ruil voor veiligheid, met de belofte dat er voor zijn gezondheid gezorgd zal worden en dat hij beschermd zal worden.
Het politieke potentieel van literatuur schuilt niet in het profetische – er bestaan geen profetische teksten en literatuur is geen glazen bol – maar in het vooruitkijken. Literaire teksten leggen de vinger op wrijvingen en zoeken voor ons uit wat er zou kunnen gebeuren. Kathleen McInnis is in het Amerikaanse Congres actief als analiste voor internationale veiligheids- en defensievragen en in 2014 legde ze in het artikel Strategists Have Forgotten the Power of Stories uit waarom ‘de noodzaak om creatief te denken nog nooit zo groot was’ als het erom gaat nationale veiligheidsuitdagingen en reële situaties aan te pakken.[3] Niet alleen als instrument van de scenariotechniek, maar ook als communicatiestrategie en als eventueel tegenverhaal moet literatuur au sérieux worden genomen. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat we op een meer fijngevoelige manier omgaan met emoties en daarmee gepaard gaande potentiële gevaren, en dat er een nieuw communicatiekader ontstaat waarin ook plaats is voor emotionele realiteiten. 
Dystopieën stellen ons bovendien in staat te reflecteren over maatregelen die in het belang van de veiligheid genomen worden en kunnen een kritische blik werpen op verbanden tussen en gevolgen van ingrepen in het maatschappelijk bestel. Het valt op dat naast de ‘epidemieliteratuur’ ook maatschappelijke dystopieën zoals Brave New World van Aldous Huxley [1932] en 1984van George Orwell [1949] momenteel op verhoogde belangstelling mogen rekenen. Romans zoals 1984 en Corpus Delicti zorgen ervoor dat je op een heel andere manier naar de corona-app en het immuniteitspaspoort kijkt. Ook al is dat niet de bedoeling, zulke dingen kunnen rampzalige gevolgen hebben en dystopieën maken dat tastbaar. Zij beschrijven wat er allemaal verkeerd moet gaan om zulke dingen te doen ontaarden.
 

Literatuur, een ‘essentieel goed’

De lockdown riep ook de culturele wereld een halt toe. Maar het duurde niet lang vooraleer de eerste nieuwe, online formats hun opwachting maakten. Wereldwijd worden er sinds maart online lezingen en boekevenementen georganiseerd: Tijdens Afrolit Sans Frontieres, een virtueel festival dat de Zuid-Afrikaanse schrijfster Zukiswa Wanner opzette als reactie op de lockdown, discussiëren schrijvers en schrijfster uit heel Afrika met elkaar. Troy Onyango, een Keniaanse auteur en de enige moderator van de Afrolit-sessies, ziet deze grensoverschrijdende uitwisseling op basis van samen lezen als een mogelijkheid om transnationaal over hedendaagse ontwikkelingen en conflicten te praten.[4] Natuurlijk zou het opzetten van virtuele communicatieruimtes en de digitalisering van boeken – en dat zeker niet alleen in Afrika! – tot heel nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en interacties kunnen leiden.

In Decamerone, een verzameling korte verhalen, wordt Firenze geteisterd door een pestepidemie. Tien mannen en vrouwen ontvluchten de stad en gaan op het platteland in zelfquarantaine. Om de angst het hoofd te bieden vertellen ze elkaar verhalen. Elk van hen vertelt elke dag één verhaal. In de VS heeft een universiteitsprofessor tijdens de lockdown besloten hetzelfde te doen als in Decamerone: Elke week mochten studenten een fictieve identiteit aannemen en een verhaal vertellen, daarna werd daar dan over gediscussieerd.[5]
In Zuid-Afrika hoopt men nu op hervormingen in de boeksector – bijvoorbeeld dat boeken erkend worden als een ‘essentieel goed’ zodat ze net zoals levensmiddelen en noodzakelijke kledingstukken vrijgesteld worden van omzetbelasting en btw.[6]Tijdens de eerste weken van de lockdown las Michelle Obama op YouTube elke maandag een kinderboek voor – om ouders te ontlasten maar ook omdat fantasiewerelden een veilige haven bieden en een klein beetje tegen de werkelijkheid kunnen beschermen. En in Boccaccio zijn Decamerone was de pest uiteindelijk toch vooral de logische aanloop naar het boek: de collectieve quarantaine als omgeving om elkaar verhalen te vertellen.
 

Bronnen

[1] Earle, Samuel: How Albert Camus’s The Plague became the defining book of the coronavirus crisis. In: NewStatesman, 27.Mai 2020. URL: https://www.newstatesman.com/the-plague-albert-camus-coronavirus-resurgence. Stand: 10.06.2020. 

[2] Lesemarathon mit Albert Camus' „Die Pest“. In: Der Tagesspiegel, 10.04.2020. URL: https://www.tagesspiegel.de/kultur/beruehmter-seuchenroman-lesemarathon-mit-albert-camus-die-pest/25732556.html. Stand: 04.06.2020.

[3] McInnis, Kathleen J: Strategists Have Forgotten the Power of Stories. The arts are invaluable to national security policymakers facing an everchanging future, May 19, 2020. URL: https://foreignpolicy.com/2020/05/19/national-security-policymaking-mythos-logos-strategy/. Stand: 11.06.2020.

[4] Abdi Latif Dahir: An African Literary Festival for the Age of Coronavirus. In: New York Times, 14. Mai 2020.URL: https://www.nytimes.com/2020/05/14/books/afrolit-sans-frontieres-africa-literature.html. Stand: 10.06.2020. 

[5] Benedetti, Laura: Hoyasaxon, a modern-day Decameron: an experiment in narrative healing. In: The Irish Times, 02. Juni 2020. URL: https://www.irishtimes.com/culture/books/hoyasaxon-a-modern-day-decameron-an-experiment-in-narrative-healing-1.4265790. Stand: 09.06.2020. 

[6] Powell, Anita: South African Booksellers Open Up Sales in Defiance of Lockdown. In: VOA News, 07. Mai 2020. URL:https://www.voanews.com/arts-culture/south-african-booksellers-open-sales-defiance-lockdown. Stand: 09.06.2020. 
 

Het Goethe-Institut publiceert deze artikelen als bijdrage aan de openbare discussie. De standpunten, die erin worden vertegenwoordigd, weerspiegelen alleen maar de opvatting van de auteurs.​

Top