Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Complotmythes
“Dan vergaat het lachen je wel”

De angst om de controle te verliezen maakt mensen vatbaarder voor complotverhalen. Dat blijkt ook tijdens de corona-epidemie. Betogers in Berlijn demonstreren tegen de maatregelen die de overheid oplegt om de pandemie in te dijken.
De angst om de controle te verliezen maakt mensen vatbaarder voor complotverhalen. Dat blijkt ook tijdens de corona-epidemie. Betogers in Berlijn demonstreren tegen de maatregelen die de overheid oplegt om de pandemie in te dijken. | Photo (fragment): © picture alliance/Marc Vorwerk/SULUPRESS.DE

De angst om de controle te verliezen maakt mensen vatbaarder voor complotverhalen – en de coronapandemie is een vruchtbare voedingsbodem voor dat soort verzinsels. Hoe moet je reageren op mensen die in complotverhalen geloven? Dat vertelt politiek wetenschapper en internetactiviste Katharina Nocun in dit interview.

Von Eleonore von Bothmer

Mevrouw Nocun, in april 2020 hebt u samen met Pia Lamberty een boek uitgegeven, “Fake Facts. Wie Verschwörungstheorien unser Denken bestimmen” (Fake Facts. Hoe complottheorieën ons denken beïnvloeden). Daarin hebt u het echter niet over complottheorieën, u gebruikt de begrippen “complotmythes” en “complotideologieën”. Waarom?
 
Theorieën zijn een wetenschappelijk concept. Daarbij is het uitgangspunt dat als er bewijzen zijn dat een theorie niet klopt, de auteur die intrekt of aanpast. Maar dat laatste doen complotideologen niet. Complotmythes zijn dus verhalen waarin beweerd wordt dat er een geheime afspraak bestaat tussen personen of groepen die als machtig worden ervaren en waarbij mensen die verhalen voor waar aannemen. De zogezegde samenzweerders wordt een zekere competentie en macht toegeschreven. Maar ook sociaal benadeelden en uitgesloten groepen kunnen centraal staan in zo’n verhaal, zoals bijvoorbeeld in de middeleeuwen tijdens de antisemitische vervolgingen ten tijde van de pest. Wat ook belangrijk is, is de overtuiging dat de samenzweerders anderen doelbewust schade willen berokkenen.
 
Katharina Maria Nocun is internetactiviste en auteur. Ze blogt als kattascha.de en beheert de podcast “Denkangebot”. In 2018 verscheen haar eerste boek “Die Daten, die ich rief” (De data die ik weggaf). Haar boek “Fake Facts. Wie Verschwörungstheorien unser Denken bestimmen” (Fake Facts. Hoe complottheorieën ons denken beïnvloeden) verscheen in 2020 bij uitgeverij Quadriga. Katharina Maria Nocun is internetactiviste en auteur. Ze blogt als kattascha.de en beheert de podcast “Denkangebot”. In 2018 verscheen haar eerste boek “Die Daten, die ich rief” (De data die ik weggaf). Haar boek “Fake Facts. Wie Verschwörungstheorien unser Denken bestimmen” (Fake Facts. Hoe complottheorieën ons denken beïnvloeden) verscheen in 2020 bij uitgeverij Quadriga. | Foto: © Miriam Juschkat Hoe kun je weten of iets echt geen complot is?
 
Er bestaan wel degelijk complotten. In een democratie moet je er goed op toezien wat geheime diensten en regeringen doen, wat er in de politiek en de wetenschap gebeurt. Wat de doorslag geeft, is of wat ik beweer een grond van waarheid bevat en ik mijn mening met feiten kan onderbouwen, of dat het enkel een ideologie is, een gesloten wereldbeeld. Het verschil is of ik over hypotheses discussieer of dat ik me aan een geloofsmodel overgeef.
 
Waarom zijn mensen zo vatbaar voor complotten? Waarom geloven ze er zo gemakkelijk in?
 
Als mensen het gevoel hebben dat de controle hen ontglipt – bijvoorbeeld wanneer ze hun baan verliezen, bij politieke aardverschuivingen of wanneer er een wereldwijde pandemie uitbreekt – zijn ze sneller geneigd om complotmythes te geloven. Er zijn studies die dat aantonen. De complotmythe kan dan een soort hulpconstructie zijn. Dat betekent niet dat iemands kijk op de wereld daardoor automatisch rooskleuriger wordt, maar door in een mythe te geloven heeft die persoon het gevoel dat er een structuur in zit, een plan. Het is duidelijk wie de schuldigen zijn en die kun je met de vinger wijzen.

Welke onderwerpen keren heel vaak terug?
 
Vooral op medisch vlak zijn er veel complotmythes. Als iemand beweert dat vaccineren gevaarlijk is, wordt als reden vaak aangegeven dat er een complot achter steekt. Bij een paar van die verhalen wordt beweerd dat het een wereldwijde samenzwering is van miljoenen artsen die onder elkaar hebben afgesproken de wereld schade te berokkenen. Het gaat in dat geval niet om feiten, het heeft helemaal niets met de realiteit te maken. Maar het zorgt er wel voor dat mensen artsen principieel wantrouwen en bij ernstige klachten liever een wondergenezer raadplegen. Dat soort antiwetenschappelijke houding kan dodelijk zijn.

Versterkt het internet dat soort trends?
 
Een veel gehoord vooroordeel is dat complotverhalen enkel en alleen dankzij het internet onder de aandacht komen. Maar ten tijde van de nazi’s geloofde de meerderheid van de bevolking in de mythe van de wereldwijde Joodse samenzwering, dus in een duidelijk antisemitisch complotverhaal. Zo dacht de regering erover en dat werd ook in de scholen onderwezen. In die tijd was er nog helemaal geen internet. Het klopt wel dat dit fenomeen dankzij de nieuwe media zichtbaarder is geworden en natuurlijk ontstaat en verspreidt dat soort verhalen zich digitaal veel sneller.
 
Hoe komt het dan dat sommige mensen echt in zo’n wereldbeeld gaan geloven?
 
Aanhangers van complotten zien de wereld heel anders. De meesten van ons baseren zich op het oordeel van experten. Mensen die wij als experten beschouwen, vertrouwen we meer. Studies tonen aan dat mensen die in complotten geloven minder geloof hechten aan het oordeel van experten en in extreme gevallen evenveel geloof hechten aan de buurman als aan een internationaal erkende expert.
 
Hoe moeten we op het internet reageren op complotverhalen?
 
Op sociale netwerken en in chatgroepen moet je die verhalen meteen tegenspreken. In het geval van racistische en antisemitische uitlatingen moet je duidelijk zeggen: “Tot hier en niet verder!” Dat is heel belangrijk, want via complotmythes wordt ook de haat tegen bepaalde mensen aangewakkerd en dat kan ernstige gevolgen hebben. Als je zwijgt, wordt dat vaak geïnterpreteerd als dat je ermee instemt.
 
Wat bedoelt u concreet met “ernstige gevolgen”?

Veel extreemrechtse aanslagplegers van de voorbije jaren – in het Duitse Hanau en ook in Christchurch (Nieuw-Zeeland) – geloofden in complotverhalen en beriepen zich daarop om hun moorden te rechtvaardigden. Men heeft vastgesteld dat complotmythes belangrijk zijn voor de mobilisering door radicaalrechts. We moeten ook beseffen dat het een systematisch probleem is, we moeten het ernstig nemen. Complotideologen maken mensen bewust tot een doelwit. Dat zien we nu ook in de context van corona. Wanneer wetenschappers doodsbedreigingen ontvangen, zorgt dat ervoor dat ze minder bereid zijn zich publiek te uiten. Dat is niet gunstig voor een evenwichtig, vakkundig debat.
 
Wat kunnen we doen als vrienden plots met zulke ideeën op de proppen komen?
 
Factchecks kunnen helpen – in verband met corona zijn er heel goede. Ook een gesprek onder vier ogen is zinvol en misschien kun je vragen: “Hoe gaat het eigenlijk met jou?” Er zijn per slot van rekening heel wat bewijzen dat het gevoel de controle te verliezen ertoe leidt dat sommige mensen plots dingen geloven die ze anders waarschijnlijk niet zouden geloven.
 
Kan ik zo doordringen tot iemand die er absoluut van overtuigd is dat het om een complot gaat?
 
Tot mensen die diep in die parallelle informatiewereld verstrikt zitten en geloven dat iets een wereldwijd complot is van wetenschappers en de pers, kun je moeilijk doordringen. De factchecks komen dan precies van degenen van wie men gelooft dat zij deel uitmaken van het complot. Adviescentra raden aan om in dat geval met vragen te werken: “Heb je dat gecontroleerd? Waarom geloof je dat die bron betrouwbaarder is dan een andere?” Zo kun je de andere partij ertoe aanzetten uit te leggen waarom ze iets gelooft. In het ideale geval kan het zo lukken om radicalisering te stoppen of te vertragen. Wie in een complot gelooft, gaat vaak ook in andere complotten geloven en op een bepaald punt resulteert dat in een gesloten wereldbeeld waarin alleen nog zwart en wit bestaan.
 
Dan beland je bij de categorie mensen die hoofddeksels van aluminiumfolie dragen, een categorie die voor sommigen ook wel amusementswaarde heeft.
 
Met de mythe van chemtrails, de bewering dat vliegtuigen geen condenssporen trekken, maar stoffen uitstoten om ons te vergiftigen, wordt vaak gelachen. Maar is dat nog grappig voor een kind dat niet meer naar buiten mag zodra er in de lucht condensstrepen te zien zijn omdat de ouders daarin geloven? Dan leef je voortdurend in angst. In het begin willen mensen maar wat graag naar de gekste complotverhalen luisteren – maar na een gesprek over de achtergrond en de gevolgen ervan is het uit met de pret. Want als je je er meer in verdiept, vergaat het lachen je wel.
 
Waar kunnen mensen die hulp zoeken – zowel zij die erin geloven als familieleden – terecht?
 
Momenteel richten veel mensen zich tot de Sektenberatungsstellen, adviescentra inzake sekten, want heel veel sekten verspreiden complotmythes om de leden aan zich te binden. Ook de Mobile Beratung gegen Rechtsextremismus, een adviesorganisatie tegen rechtsextremisme, reikt advies aan over deze dingen. Maar er zijn veel te weinig van die adviespunten en ze zouden beter toegerust moeten zijn. Er zijn ook meer financiële middelen nodig voor verenigingen die rond dit thema werken.
 
Wat zouden de overheidsinstellingen moeten doen?

Scholen zouden het thema systematisch in het leerplan moeten opnemen. Jongeren komen er vroeg of laat mee in contact en moeten leren hoe ze complotverhalen kunnen herkennen en hoe ze ermee moeten omgaan. Het zou ook zinvol zijn om jongeren psychologisch weerbaar te maken: als ik weet dat ik voor een bepaald soort situatie vatbaarder ben, kan ik er alerter op reageren, er eerst een nachtje over slapen voordat ik mijn ideeën in een chat deel. Persoonlijk zou ik graag zien dat de staat een algemeen geldend masterplan en een strategie uitwerkt en meer geld vrijmaakt voor onderzoek.

Top