Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Romila Thapar, historica

Von Romila Thapar

Portraitbild von Romila Thapar vor weißem Hintergrund; sie hat weiße Haare und trägt eine weinroten Rollkragenpullover © Romila Thapar Nooit had ik gedacht dat datgene wat ik als mijn normale leven beschouwde, ooit zo acuut op de proef zou worden gesteld – zelfs in die mate dat ik mezelf zou moeten afvragen wat ik eigenlijk onder een ‘normaal leven’ verstond. Ik behoor tot een generatie die er altijd vanuit ging dat grote kenteringen in ons dagelijkse leven geanalyseerd, begrepen en indien nodig zelfs gestopt konden worden. Kennis en denkprocessen beschouwden we daarom als zinvol, want ze waren gericht op de bescherming van het menselijk leven. Het zou natuurlijk heel anders zijn als machtige personen of instanties die kenteringen bewust in het leven van mensen zouden binnensmokkelen. Maar als een meerderheid in de samenleving dat soort mensen afkeurde, dan konden we hen toch tegenhouden? Vandaag vraag ik me af waarom we zo naïef konden zijn. Wie zou zo een grote kentering kunnen herkennen en wereldkundig maken? De Chinese arts die de wereld voor het virus wilde waarschuwen, werd het zwijgen opgelegd. En toch spreken maar weinig mensen over datgene wat hij ontdekte. Dat uitgerekend een zogenaamd supermoderne stad als Wuhan als eerste getroffen werd, is al even verrassend. De foto’s uit Wuhan deden me denken aan sciencefictionachtige voorstellingen van de toekomstige stad. Maar zelfs in een sciencefictionwereld zou men een dergelijk virus met dodelijke afloop niet onder controle kunnen krijgen. Op zeker ogenblik vroeg ik me af of dit misschien een soort biologische oorlogsvoering was. Een in een klein deel van de wereld heimelijk uitgezet virus, dat makkelijk en betrouwbaar over de hele wereld een ziekte verspreidt. Virussen kennen zoals bekend geen grenzen.  
 
Heel veel epidemieën zijn er de voorbije eeuwen niet geweest. De Aziatische literatuur bevat minder verwijzingen naar verwoestende epidemieën dan de Europese. In Europa zorgde de pest of ‘zwarte dood’ in de 14e eeuw voor een ongeziene catastrofe. Volgens sommigen had die epidemie haar oorsprong in Centraal-Azië of China, en reisde de ziekte langs de Zijderoute mee – mogelijk met de Mongoolse legers op hun veroveringstochten naar Europa en op de schepen van de kooplui uit Genua, die handeldreven met het oosten. Merkwaardig genoeg verspreidde de pest zich niet in Centraal-Azië, maar wel razendsnel in Europa én vervolgens ook in de islamitische wereld. De zijderoutes die zo veel economische welvaart brachten, trakteerden ironisch genoeg de rijkere economische spelers tegelijk op een verwoestende catastrofe. Reizen en communicatie waren destijds tijdverslindende bezigheden en slechts voor weinig mensen toegankelijk, maar toch kon de ziekte zich over grote gebieden verspreiden.

De gevolgen waren enorm. Van alle inwoners van Europa zou de helft het niet overleven. De ziekte trof vooral wie in onmenselijke omstandigheden in de dichtbevolkte steden leefde. Nog meer ziektes grepen om zich heen. De dood van naaste verwanten had een zware impact op het gezinsleven. In veel landen kwam het tot economische omwentelingen en pas na meerdere decennia was er opnieuw economische stabiliteit. Religieus fanatisme, astrologie en de meest uiteenlopende vormen van bijgeloof wonnen aan populariteit. Bepaalde bevolkingsgroepen werden aangevallen – zoals de Joden, die als de schuldigen gebrandmerkt werden. Ondertussen ontstonden ook enkele fijnzinnige verhalen, zoals bijvoorbeeld in Boccaccio’s befaamde bundeling Decamerone. Die waren bedacht door mensen die het door pest geteisterde Firenze ontvlucht waren in een zelfgekozen isolement. Op een bepaalde manier klinkt dat alles erg vertrouwd, als een déjà vu.  

In onze geglobaliseerde wereld waarin de mensheid steeds dichter op elkaar leeft, mogen we ervan uitgaan dat een ziekte zich snel en over de grenzen heen verspreidt. Door de globalisering zijn samenlevingen vandaag vanuit een wederzijds economisch belang nauwer met elkaar verbonden – zó nauw, dat een van de ergste ziektes de wereld probleemloos kon overspoelen en onze economieën kon doen instorten. Was de globalisering niet juist bedoeld om de levensstandaard te verbeteren, armoede weg te werken, medische zorg en onderwijs voor iedereen te garanderen, en mensenrechten en sociale rechtvaardigheid veilig te stellen? Wat is er gebeurd? Kunnen we in de toekomst aan die globalisering blijven vasthouden? We zien onze hoop alsmaar verder afbrokkelen en we bereiden ons voor op het einde van de wereld. 
 
Zullen er, als alles voorbij is, nog genoeg voorzichtige mensen zijn voor een nieuwe start? En waarmee zullen ze dan beginnen? Waarop zullen ze zich focussen? Zullen ze weer kunnen opbouwen waar we naar streefden: ethische, menswaardige samenlevingen? Of zullen zij die deze normen aan hun laars lappen en die de jongste jaren zo actief waren omdat we hen daartoe de ruimte gaven, ons blijven uitpersen en ons beletten om de maatschappelijke ordening volgens onze denkbeelden te herdenken? Zal onze angst voor het onzichtbare en onze onzekerheid over wat er morgen kan gebeuren ooit helemaal verdwijnen? 

De huidige crisis wordt alleen in verband gebracht met de epidemie. De vraag die iedereen bezighoudt, is hoe we ons tegen het virus kunnen beschermen. Terecht. Maar deze crisis gaat niet enkel over een epidemie. Het gaat ook over de manier waarop wij mensen met extreme situaties omgaan. Elke nieuwe dag die geen uitsluitsel brengt over het einde van het uitgaansverbod, zal dat duidelijker maken. Het uitgaansverbod brengt veel problemen waarvoor geen oplossingen bestaan. Voor mensen met een loon of regelmatig inkomen zal de sluiting van hun werkplek enkel leiden tot een aanzienlijk verlies. Maar wie afhankelijk is van een dagdagelijks inkomen, zal geen geld meer hebben voor eten. Hoeveel honderden mensen zullen het zonder voeding moeten stellen? En moeten er hongerrevoltes komen, alvorens daar iets aan wordt gedaan? Waar zal het tot revoltes komen? In de stedelijke sloppenwijken, in de overvolle stadscentra, op de straten waar arbeidsmigranten wanhopig proberen te voet terug te keren naar hun dorpen om niet te sterven van honger?
Voedselschaarste kan leiden tot hongersnood en tot een zwarte markt voor levensmiddelen. Ook dat zullen de mensen met een inkomen overleven. Alle anderen zullen bezwijken. 

Miljoenen mensen over de hele wereld zullen geen werk meer hebben en alle economieën die niet op eigen kracht uit de depressie raken, zullen instorten. Alle mensen met een inkomen zullen verlangen naar een normaal leven, maar zonder betaald werk zal een normaal leven niet meer mogelijk zijn. Politici zullen het uitgangsverbod als politieke oplossing gebruiken om hun macht veilig te stellen, ook als die macht dat niet verdient. Verschillende uitwassen van het totalitarisme zullen opbloeien. In liederen over de samenleving zal enkel nog leed weerklinken. 

Hoe kan het normale leven eruitzien? Daartoe moeten de overlevenden opnieuw leren wat een waardige dood is – onder welke verschrikkelijke omstandigheden ook. Laat ons niet hopen dat er zo veel mensen sterven dat we hen geen individueel graf meer kunnen geven. Als we belang hechten aan een waardig leven, moeten we ook aandacht hebben voor een waardige dood. De crisis plaatst ons voor een tweesprong: het is tijd om vraagtekens te zetten bij ons rotsvaste geloof in een almaar beter leven. In werkelijkheid waren we ons leven hopeloos naar de afgrond aan het voeren. Normaliteit zal pas kunnen als we bewust voor een ander leven kiezen. De globalisering zal tot het verleden behoren. Onafhankelijke landen en zelfs gemeenschappen, die voor zichzelf kunnen zorgen: dat wordt het belangrijkste doel. Dat impliceert een verregaande decentralisering van kennis, diensten, communicatie en levenswijzen. We zullen ons moeten afvragen of de zogenaamde zekerheid van digitale communicatie en contacten in werkelijkheid geen illusie is. We zullen opnieuw moeten nadenken over het belang van persoonlijke contacten. Misschien moet eerst de wereldwijde solidariteit worden opgeheven om de weg vrij te maken voor lokale solidariteit. 
 
De roep om meer ‘social distancing’ klinkt steeds luider. Paradoxaal genoeg bestaat er in bepaalde samenlevingen, zoals in India, al een ingebouwde sociale afstand als gevolg van het kastensysteem. Zal die situatie nog verscherpen? Technologische toepassingen en anonieme systemen zullen meer ingezet worden bij menselijke activiteit en we zullen sterker afhankelijk worden van kunstmatige intelligentie. Over de mens zelf zal het zo goed als niet meer gaan. 

 Het Covid-19-virus zal natuurlijk niet verdwijnen, maar in de loop van de komende decennia geleidelijk ingedijkt worden en een van de vele ziektes op deze wereld zijn. Nu en dan zal het zijn lelijke gezicht laten zien. Zullen we inzien dat deze pandemie een historische breuk is – een breuk die ons dwingt om onze denkbeelden over menselijke beschaving te heroverwegen, zowel wat betreft ons menszijn als onze relatie met onze planeet? En wordt het dan niet tijd om sterker in te zetten op de ambitie om de menselijke natuur menselijker te maken?

Top