Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Den Haag
Aukje van Roessel, Beleidsredacteur

Tijdens mijn vele wandelingen viel me op hoeveel dat social distancing lijkt op dansen. Ik noem het inmiddels dan ook social dancing. We zwieren op straat langs elkaar heen. En net als bij dansen in het précorona-tijdperk moet je daarvoor goed op de passen van je danspartners letten. Welke beweging gaat die ander maken?

Von Aukje van Roessel

Aukje van Roessel © Martijn Beekman Een intelligente lockdown noemde de Nederlandse minister-president Mark Rutte het begin maart. We kregen veel eigen verantwoordelijkheid, met het advies vooral thuis te blijven, ook thuis te werken, maar we mochten er wel uit voor een wandelingetje of om boodschappen te doen. Dan gold wel de regel afstand van elkaar te houden, social distancing was het devies.

Tijdens mijn vele wandelingen viel me op hoeveel dat social distancing lijkt op dansen. Ik noem het inmiddels dan ook social dancing. We zwieren op straat langs elkaar heen. En net als bij dansen in het précorona-tijdperk moet je daarvoor goed op de passen van je danspartners letten. Welke beweging gaat die ander maken? Daarvoor is oogcontact maken belangrijk. Net als op de dansvloer is niet iedereen even goed in deze corona-straatdans. Ook nu dreigen danspartners op je tenen te gaan staan of duiken ze ineens te dichtbij van achteren op. Soms is dat social dancing dan ook een stressvolle bezigheid. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ook geniet als ik zie hoe leuk sommigen deze nieuwe dans uitvoeren.
 
In het begin van de lockdown was het stil op straat en in de lucht. Heerlijk stil. Inmiddels mag er weer meer. Na twee maanden en een forse afname van het aantal coronapatiënten op de intensive-care zijn we ook ongeduldiger geworden. We willen eruit. Naar het strand, de bouwmarkt, het tuincentrum of toch een weekendje lekker weg in eigen land. Gevolg is dat het verkeer weer toeneemt. Vooral het autoverkeer. Fietsen deden Nederlanders altijd al. Maar het openbaar vervoer is nu eng, misschien loop je in trein, tram of bus het virus wel op. De auto is ons anti-coronacoconnetje geworden. Het terugdringen van het autogebruik zal daardoor voorlopig geen prioriteit krijgen. Niet alleen de herrie op straat neemt daardoor extra toe, ook de luchtvervuiling boven de stad.
 
Wat de coronacrisis heeft laten zien, is dat het leven ook anders geleefd kan worden. Onder meer dat veel en ver reizen je niet per se gelukkiger hoeft te maken. ‘Looking for love in all the wrong places’, noemde een Amerikaanse vriendin van mij dat lang geleden al. Zelf kon ze dat reizen overigens maar moeilijk laten. Maar daarom wist ze ook zo goed dat ze op de verkeerde plekken zocht waar ze naar op zoek was: zichzelf. Inmiddels woont ze letterlijk op haar geboortegrond, op het stuk land van haar overleden ouders. Daar ontdekt ze wat ook veel anderen in deze tijdens van corona ontdekken. Niet alleen zichzelf, ook hoe mooi de eigen omgeving is.

Top