Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Chantal-Fleur Sandjon
Heldinnen gezocht: children of colour in prentenboeken

Illustratie: Een klein meisje met opgestapeld afrohaar ligt op de grond met haar kat en schildert.
Beeld: Johanna Lestelä

Nukkige eenhoorns, avontuurlijke slakken, onhandige spoken – het is voor ons heel normaal dat zij helden zijn in prentenboeken. Maar hoe zit het met kinderen van kleur*? staan zij net zo vanzelfsprekend in het middelpunt van de belangstelling? Op uitnodiging van het Goethe-Institut mag ik me twee weken lang in deze vraag verdiepen.
 

Von Chantal-Fleur Sandjon

Johanna Lestelä Johanna Lestelä | Foto: Otava Op mijn eerste dag in Helsinki ontmoet ik Tuikku. Tuikku houdt van de kleur oranje en macaroni. Tuikku’s kat heet Ysti. Ik lees dit allemaal op de allereerste bladzijde van Tuikun tärkeä tehtävä (Tuikku’s belangrijke taak). De kat is grijs, Tuikku is Zwart**. Een constatering die op geen enkele pagina in dit debuut van de Finse schrijfster Johanna Lestelä expliciet aan de orde komt. In plaats daarvan staan vriendschap, ruzie en verzoening centraal – en Tuikku natuurlijk, met haar eigen letterlijk moeilijk te verteren gevoelens, oranje outfit en opgestoken afrokapsel.

Tuikku maakt mij enthousiast – en Finland in menig opzicht ook. De ongeveer 5,5 miljoen inwoners overtreffen ons niet alleen qua levensverwachting of PISA-resultaten. Finland was ook het eerste Europese land dat in 1906 het vrouwenkiesrecht invoerde en wordt sinds december 2019 geregeerd door Sanna Marin, de jongste zittende vrouwelijke premier. En het is nu ook de thuisbasis van Tuikku, een Zwart kind dat centraal staat in een verhaal dat niet gaat over ervaringen met racisme of over een vermeend vreemd- of anders-zijn. Het is een eenvoudig boek, een rustig verhaal, vol alledaagsheid. Je zou het gewoontjes kunnen noemen, maar juist de alledaagsheid en vanzelfsprekendheid waarmee Tuikku in dit boek wordt geportretteerd, maakt het zo bijzonder.

‚De ontbrekende of vaak stereotiepe voorstelling van kinderen van kleur was voor ons doorslaggevend om een langer lopend project over diversiteit in de kinderliteratuur te initiëren”, verduidelijkt Isabel Hölzl, directeur van het Goethe-Institut Finland. “De migratie naar Finland is de laatste jaren snel toegenomen. Hoe de Finse maatschappij vandaag de dag in elkaar zit, komt in kinderboeken nog altijd veel te weinig aan bod.‘

Slechts één op de honderd boeken

Eind 2019 breng ik samen met illustratrice EL BOUM ruim twee weken in Helsinki door om vanuit onze praktijk als schrijfster en illustratrice van kleur de projectplanning van het Goethe-Institut mede vorm te geven. We weten dat deze scheve representatie van de sociale diversiteit zich niet beperkt tot Finland. Het Britse Centre for Literacy in Primary Education (CLPE) constateerde in 2017 dat slechts 1% van de gepubliceerde kinderboeken een kind van kleur als hoofdpersoon had, terwijl in 4% van de kinderboeken minder belangrijke personages van kleur voorkwamen. Soortgelijke studies ontbreken in Duitsland en Finland, maar ook daar zoekt men held(inn)en van kleur – in tegenstelling tot eenhoorns – vaak tevergeefs. Een feit waarop ook de schrijfster van Tuikku Johanna Lestelä kritiek levert: ‚Ik ben lerares op een zeer heterogene school in Espoo. Toen ik op zoek ging naar geschikte boeken voor de kinderen hier, viel me op dat personages met een donkere huidskleur meestal alleen in het middelpunt staan als het om diversiteit gaat en verder op zijn best bijfiguren zijn‘

Deze misstand is vooral problematisch omdat prentenboeken al aan zeer jonge kinderen de schijnbaar vaststaande gang van zaken overbrengen, van sociale rangen en standen tot schoonheidsidealen. Boeken begeleiden de lezer op zijn pad. Ze helpen kinderen de wereld om hen heen en hun eigen plaats daarin te begrijpen. Als kinderen van kleur in deze werelden tussen twee boekomslagen helemaal niet of hoogstens zijdelings als onbelangrijke figuren voorkomen, dan ervaren zij opnieuw vooral uitsluiting of othering (anders-zijn). Tegelijkertijd ontzeggen deze boeken witte kinderen de mogelijkheid om als vanzelfsprekend in aanraking te komen met de realiteit van een pluriforme samenleving. Zulke boeken zijn dus in twee opzichten een gemiste kans: voor de mogelijkheden tot zowel identificatie als democratisering.

Het Goethe-Institut Finland wil hier verandering in brengen. Daarom zal het in 2020 netwerken ter bevordering van diversiteit in kinderliteratuur initiëren en versterken, en uitgevers ondersteunen bij het opzetten van een programma dat meer rekening houdt met diversiteit. Hölzl voegt daar nog aan toe: ‚Ook vinden we het belangrijk om goede praktijkvoorbeelden uit verschillende landen te verzamelen en goede boeken die een afspiegeling zijn van de diversiteit in onze samenlevingen, toegankelijk te maken voor een breed publiek.‘ Maar hoe moet goed in deze context worden gedefinieerd? Hoe kunnen we een onderscheid maken tussen goedbedoelde en daadwerkelijk goede boeken?

Wat zijn goede boeken?

Een uitgebreide ‚Checklist voor de beoordeling van kinderboeken met het oog op vooroordelen‘ werd in 2018 gepubliceerd door de Fachstelle Kinderwelten – Institut für den Situationsansatz. Daaruit blijkt: Het gaat niet alleen om meer diversiteit in kinderboeken, maar ook om de manier waarop dat gebeurt. Worden mensen bijvoorbeeld in al hun verscheidenheid getoond en stereotypen vermeden, ook als het gaat om kleding en lichamelijke kenmerken? Komen alle kinderen met hun eigen individualiteit, met al hun uiteenlopende interesses, kenmerken en talenten aan bod? Wie speelt in het verhaal een actieve rol, draagt bij aan het oplossen van problemen en neemt daarbij soms ook de leiding?


Goed betekent dus veel verschillende dingen. Goede boeken zijn diversiteitsvriendelijk: ze vormen een afspiegeling van de diversiteit in de samenleving, ook wat betreft de personages die erin voorkomen en die in het verhaal centraal staan. Goede boeken staan kritisch tegenover normen: ze bieden alternatieven voor maatschappelijke normen, zoals voor traditionele genderrollen of stereotiepe eigenschappen die worden toegeschreven aan mensen met een migratieachtergrond of vluchtelingen. Goede boeken gaan bewust om met vooroordelen: al bij de totstandkoming ervan wordt verondersteld dat men zich heeft verdiept in de eigen stellingname, vooroordelen en patronen van uitsluiting. 

Mooie concepten met een paar overlappingen. Uiteindelijk willen zij vooral één ding: dat kinderboeken boeken voor alle kinderen worden. Dat ze kinderen helpen een positief zelfbeeld te ontwikkelen en te dromen – niet alleen van pratende eenhoorns, slakken en spoken, maar ook over hun eigen plaats in de wereld en de vele vormen die deze kan aannemen. 


Illustratie van een speeltuin in Berlijn met kinderen van verschillende huidskleuren. Illustratie uit het boek ‚Nelly und die Berlinchen - Rettung auf dem Spielplatz‘ van Karin Beese | Afbeelding: HaWandel-Verlag

Goede boeken van iedereen voor iedereen!

Het tweetalige prentenboek Traum-Berufe (Droomberoepen, Viel & Mehr, 2014, leeftijd 4+) nodigt kinderen uit om te dromen over beroepen, ongeacht afkomst, geslacht, beperking en sociale status. Dromen en zelfbeschikking staan ook centraal in het onlangs verschenen Julian ist eine Meerjungfrau (Knesebeck, 2019, Nederlandse uitgave: Julian is een zeemeermin, leeftijd 4+) over een Zwarte jongen die ernaar verlangt een zeemeermin te zijn. De reeks Nelly und die Berlinchen (Nelly en de Berlijnse meisjes, Hawandel, 2016 en 2019, leeftijd 4+) rond een Afro-Duitse hoofpersoon gaat over kinderen van kleur die plannen smeden, raadsels oplossen, plezier maken en balen. Even grote belevingswerelden voor zowel kinderen van kleur als witte kinderen bieden: Meine wilde Wut (Mijn wilde woede, Beltz & Gelberg, 2018, leeftijd 4+) en in Ich bin jetzt … glücklich, wütend, stark (Ik ben nu … gelukkig, boos, sterk, Carlsen, 2017, leeftijd 3+).

Goede boeken voor iedereen betekent ook dat ze door iedereen worden geschreven en geïllustreerd, want je eigen perspectief bepaalt niet alleen hoe je de wereld waarneemt, maar ook hoe je die beschrijft. Op den duur leidt meer diversiteit bij de totstandkoming van een kinderboek ook tot meer diversiteit in het kinderboek zelf, simpelweg omdat het eigen dagelijks leven en de eigen realiteit van de schrijvers en illustratoren impliciet of expliciet doorwerkt in het boek – ja, zelfs in eenhoorns, slakken en spoken.


*Mensen van kleur: eigen aanduiding van en voor mensen die ervaring hebben met racisme in plaats van discriminerende aanduidingen van anderen.

**Zwart: eigen aanduiding van mensen van Afrikaanse afkomst, die als teken van empowerment en verzet met een hoofdletter wordt geschreven.


Deze tekst is voor het eerst verschenen in het februarinummer 2020 van Eselsohr - Fachzeitschrift für Kinder- und Jugendmedien.

Top