Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1) Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Julia Mann
De verzwegen erfenis

Julia Mann-da Silva Bruhns links in beeld
Foto (Detail): © ETH-Bibliothek Zürich, Thomas-Mann-Archiv / Fotograf: Unbekannt / TMA_1290

De wetenschapster Veronika Fuechtner onderzoekt de enorme invloed die Julia Mann had op de esthetiek in het werk van haar zoon Thomas Mann, en legt in een interview uit waarom de literatuurwetenschap dit aspect nauwelijks tot helemaal niet in aanmerking neemt.

Door Juliana Vaz , Veronika Fuechtner

Enkele dagen nadat hij de Nobelprijs voor Literatuur had ontvangen, gaf Thomas Mann in 1929 een interview aan de journalist en latere historicus Sergio Buarque de Holanda, waarin hij zijn van moeder Julia Mann geërfde ‚Baziliaanse bloed’ als de meest bepalende invloed in zijn werk beschreef. Hij was toen al ouder dan vijftig. Waarom duurde het zo lang voordat de schrijver daar voor het eerst over sprak?

Thomas Mann verwees eigenlijk al vóór de Eerste Wereldoorlog naar de Braziliaanse afkomst van zijn moeder Julia, in een reactie op een antisemitische aanval van Adolf Bartels, die later in de nazitijd als intellectueel een rol zou spelen. Destijds sprak Mann nog over de ‚Latijnse‘ aard van zijn afkomst. Brazilië was toen nog beladen met een zekere schaamte, een stigma. Later, in de jaren van de Weimarrepubliek, stond hij iets opener tegenover zijn afkomst, maar probeerde deze nog steeds eerder met Zuid-Europa te verbinden, en beschreef Julia als ‚Spaanse‘ of ‚Portugese‘. De familie was zich bewust van de indigen wortels van de moeder, maar deed moeite om deze afkomst te ver-Europeesen of als ‚blank‘ en Europees voor te stellen. Pas in ballingschap in de Verenigde Staten toonde Mann meer interesse in Brazilië. En daarmee veranderde ook voor de familie Mann de betekenis van hun Braziliaans-zijn.

In hoeverre?

In ballingschap wordt Thomas Manns Braziliaanse afkomst iets potentieel interessants. De zekere exotiek die met Brazilië wordt geassocieerd, plaatst hem op gelijke hoogte met andere schrijvers in ballingschap. Zo vergelijkt hij zijn afkomst met die van andere, Joodse, ballingen en verklaart zichzelf vanwege zijn wortels tot ‚kosmopoliet‘. Met andere woorden: Braziliaans zijn wordt voor hem in deze nieuwe context iets positiefs en boeiends. En hoe meer hij zich, vanwege zijn vrouw Katia Mann en de kinderen die in het Derde Rijk als Joods werden beschouwd, met het Joodse leven identificeert en ermee bezighoudt, des te meer voelt hij zich genoodzaakt om racisme en antisemitisme tegemoet te treden door een verbinding met zijn eigen afkomst te leggen.

De levensverhalen van de leden van de familie Mann zijn bij lezers in Duitsland bijzonder populair, maar het leven van Julia Mann leek lange tijd nauwelijks belangstelling te wekken. Pas in 2018 werd daar het boek ‘‚ulia Mann, de moeder van Heinrich en Thomas Mann: Een biografie’‘van Dagmar von Gersdorff gepubliceerd, dat als de eerste biografie van de matriarch wordt beschouwd. Hoe valt dit stilzwijgen te verklaren?

Het is nauwelijks te geloven dat er tot dan toe geen biografie over haar bestond, vooral gezien de anderszins zeer uitgebreide bibliografie over de vrouwen in het leven van Thomas Mann — met uitzondering van zijn moeder. Julia Mann werd terzijde geschoven omdat zij het beeld van de ‚super-Duitse‘ schrijver Thomas Mann verstoort. Maar hij was niet alleen Duits, hij was veel meer: Braziliaans, Amerikaans, Zwitsers. En er bestaat een bepaald vooroordeel tegenover de intellectuele rol van vrouwen. Julia Mann was een centrale figuur in de intellectuele en esthetische ontwikkeling van haar zonen Thomas en Heinrich Mann, en financierde hun eerste artistieke stappen.

Ze schreef zelf ook fictie, die echter pas in de jaren 1980 werd gepubliceerd, en had daarmee een enorme invloed, vooral op de esthetiek van Thomas Mann: zijn manier van gedetailleerde beschrijvingen — bijvoorbeeld van meubels, ruimtes, hele scènes — is iets wat ook zijn moeder in haar literatuur toepaste. Ze schreef bovendien hele passages voor de boeken van haar zonen, net als andere vrouwen uit de familie Mann. Dat Julia Mann in het onderzoek nauwelijks voorkomt, heeft enerzijds te maken met het vooroordeel over wat het betekent om Duits te zijn, maar ook met het vooroordeel over de rol van de vrouw in het intellectuele leven van een man. Beide aspecten zijn hier van groot belang.

U heeft zojuist de monografie ‚The Magician’s Mother: Julia Mann’s Germany and Thomas Mann’s Brazil‘ voltooid, die eind 2025 zal verschijnen. Welke nieuwe perspectieven biedt dit boek?

In het eerste deel van het boek probeer ik de kindertijd van Julia Mann in Paraty te contextualiseren. Gewoonlijk worden hiervoor uitsluitend haar herinneringen uit de autobiografie Aus Dodos Kindheit als bron gebruikt. Deze autobiografie is echter problematisch, omdat ze Brazilië romantiseert. Ze beschrijft het als een verloren paradijs. Ik probeer deze autobiografie in haar tijd te plaatsen en schrijf bijvoorbeeld ook over het leven van tot slaaf gemaakte mensen op de Fazenda Boa Vista, over de indigen bevolking en over de ondernemingen van Julia Manns vader, Johann Ludwig Hermann Bruhns. De familie Bruhns was nauw verbonden met de Braziliaanse monarchie en had directe relaties met keizer Dom Pedro II.

En ik bespreek ook de literatuur van Julia Mann zelf. Ze was als schrijfster geïnteresseerd in familierelaties: de positie van de vrouw en vrouwelijke solidariteit zijn bijvoorbeeld thema’s die voor haar belangrijk waren. Ik schrijf ook over de postume werking van haar literatuur in het werk van haar zonen. Er zijn talrijke sporen van Julia Manns esthetiek te vinden in Zwischen den Rassen van Heinrich Mann, maar ook in de romans van Thomas Mann, zoals De Toverberg en Buddenbrooks.

En tot slot ga ik in op de vraag in hoeverre Julia Mann zelf investeerde in het beeld van haar zonen als ‚super-Duits‘. Ze hield van Goethe, hield zich bezig met Wagner, Nietzsche en de literatuur van de romantiek. Dat was voor haar Duitse cultuur. ‚Duits zijn‘ als een culturele overtuiging en niet per se in een nationale of racistische zin — dat was, denk ik, iets fundamenteels binnen de hele familie.

Julia Mann werd opgevoed door Ana, een tot slaaf gemaakte vrouw. Heeft dit Afro-Braziliaanse erfgoed invloed gehad op haar opvoeding?

Absoluut. De relatie met Ana, die afkomstig was uit Mozambique, was van centraal belang voor Julia Mann. Ze zag haar als een tweede moeder. In haar herinneringen schrijft Julia Mann over de pijn van hun afscheid in Lübeck, toen Ana terugkeerde naar Brazilië. De liederen die ze hoorde van tot slaaf gemaakte mensen in Paraty vormden voor Julia Mann een onderdeel van een ‚primitieve‘ muzikale opvoeding en de basis voor haar eigen zang en pianospel. Ana was van groot belang voor haar vorming. En het feit dat ze werd opgevoed door iemand die niet als haar gelijke binnen de sociale hiërarchie werd beschouwd, wordt een belangrijk thema in de literatuur van de gebroeders Mann. In Doktor Faustus bijvoorbeeld beschrijft de protagonist Adrian Leverkühn de muzikaliteit van het huispersoneel dat met de kinderen zingt, en hun — zoals hij het noemt — ‚primitieve‘ relatie tot muziek als de grondslag van muzikale opvoeding.

U definieert Thomas Mann als een auteur met een ‚migratiegeschiedenis‘. Welke reacties roept dat op?

Ik gebruik die term natuurlijk ironisch, want het begrip is problematisch. Het is een terminologie die na 1945 is ontstaan en in de hedendaagse literatuur wordt gebruikt. Maar de term is racistisch. Niemand spreekt bijvoorbeeld van een ‚migratiegeschiedenis‘ bij een auteur uit Zweden. Het is absurd dat auteurs die in Duitsland zijn opgegroeid en altijd al in het Duits schrijven een ‚migratiegeschiedenis‘ toegeschreven krijgen, terwijl dat bij schrijvers uit de literaire canon niet gebeurt.

Tegenwoordig wordt in Duitsland het idee van migratieliteratuur kritischer bekeken, maar de categorie wordt nog steeds gebruikt. Wanneer ik de term ‚migratiegeschiedenis‘ nu toepas op Thomas Mann, wekt dat eerst verwarring, maar het klopt wel. Zijn moeder kwam uit Brazilië, zong in het Portugees, er was die andere familietaal, die hele achtergrond. Als de term belangrijk is voor de hedendaagse literatuur, waarom dan niet ook voor de literatuur van de moderniteit?
 

Top