Snelle toegang:

Direct naar inhoud gaan (Alt 1)Direct naar secundaire navigatie gaan (Alt 3)Direct naar hoofdnavigatie gaan (Alt 2)

Joseph Beuys
Vet, vilt en mythen

Kunstenaar met hoed: Joseph Beuys op documenta 7 in Kassel, 1982.
Kunstenaar met hoed: Joseph Beuys op documenta 7 in Kassel, 1982. | Photo (detail): © picture-alliance / akg-images / Niklaus Stauss

In 2021 viert Duitsland een bijzonder kunstjubileum: de legendarische kunstenaar Joseph Beuys zou in mei van dit jaar honderd zijn geworden. Wat was er zo bijzonder aan deze provocerende dwarsdenker?
 

Von Romy König

Wie hem ooit heeft gezien, zal zijn verschijning niet snel vergeten: alleen al het uiterlijk van Joseph Beuys – zijn vissersvest, witte overhemd, spijkerbroek en onafscheidelijke vilthoed – staat in het collectieve geheugen van de kunstwereld gegrift. En dat geldt eens te meer voor zijn iconische werken, performances en de legenden rond zijn persoon – die vaak door hemzelf werden gevoed.
 
De in 1921 in Krefeld in het Rijnland geboren kunstenaar maakte halverwege de vorige eeuw vooral furore doordat hij de tot dan toe geldende genregrenzen overschreed. Beuys was tekenaar en beeldhouwer, conceptueel kunstenaar en politiek denker, kunstfilosoof en spiritueel persoon – en zowel zijn oeuvre als de van hem overgeleverde citaten en leuzen weerspiegelen zijn universalistische denken. “Ieder mens is een kunstenaar”, zo stelde Beuys , “of hij nu vuilnisophaler, verpleegkundige, arts, ingenieur of boer is.” Overal waar de mens “zijn capaciteiten” ontplooit, is hij of zij een kunstenaar. Dat was de stellige overtuiging van Beuys, die zelf aan de kunstacademie in Düsseldorf studeerde en daar later als professor werkzaam was. En hij voegde er provocerend aan toe: “Ik zeg niet dat dit in de schilderkunst eerder tot kunst leidt dan in de machinebouw”.

 
Een radicaal idee: kunst en leven zijn één

Deze opvatting maakt deel uit van een concept dat Beuys de “sociale sculptuur” of het “verruimde kunstbegrip” noemde. Een kern van dit idee: denken, kunst, maatschappelijk en politiek debat moeten als een eenheid worden beschouwd, waarbij kunst en leven door elkaar lopen – ook dat was een radicaal nieuw idee in de kunstwereld van de jaren zestig en zeventig. Beuys wilde kunstobjecten en tentoonstellingsruimten van hun magie ontdoen – en ze tot leven wekken. Over kunstwerken zei hij bijvoorbeeld dat ideeën erin verstarren en “uiteindelijk achterblijven”. Daarentegen zijn het de mensen door wie “ideeën zich voortbewegen”. Het museum moest volgens Beuys geen schatkamer zijn, zo legt Ina Conzen van de Staatsgalerie Stuttgart uit, “maar een levendige plek voor een permanente conferentie”. In de hoofdstad van Baden-Württemberg vindt in de zomer van 2021 een van de vele tentoonstellingen plaats die het werk van Beuys ter gelegenheid van zijn 100ste geboortedag belichten. Conzen heeft de tentoonstelling samengesteld die is gewijd aan de relatie van Beuys met het instituut museum. “Hij vond dat het museum eerder een plek moest zijn voor maatschappelijk debat.”
 
Kunst moet politiek zijn: in 1971 richtte Joseph Beuys samen met andere kunstenaars de politieke “Organisation für direkte Demokratie” op, die kantoor hield in Düsseldorf. Een jaar later opende hij op documenta 5 in zijn tentoonstellingspaviljoen een dependance met de werktitel: “Büro für direkte Demokratie durch Volksabstimmung”. Kunst moet politiek zijn: in 1971 richtte Joseph Beuys samen met andere kunstenaars de politieke “Organisation für direkte Demokratie” op, die kantoor hield in Düsseldorf. Een jaar later opende hij op documenta 5 in zijn tentoonstellingspaviljoen een dependance met de werktitel: “Büro für direkte Demokratie durch Volksabstimmung”. | Foto (Detail): © documenta Archiv © Estate of Joseph Beuys / VG Bild-Kunst, Bonn 2014, Foto: Brigitte Hellgoth  
Dat bleek in 1972 ook in Kassel: Toen Beuys deelnam aan documenta 5, de gerenommeerde reeks tentoonstellingen van hedendaagse kunst, stelde hij geen sculpturen of tekeningen tentoon, maar verhuisde hij simpelweg zijn kantoor – genaamd: Büro für direkte Demokratie durch Volksabstimmung (Bureau voor directe democratie door volksraadpleging) – naar de hem toegewezen tentoonstellingsruimte. Daar ging hij zitten wachten op bezoekers om met hen te praten over vraagstukken op het gebied van de directe democratie.

 
Een man van het materiaal en de mythen

En toch zou het onjuist zijn om Joseph Beuys, die in 1986 in Düsseldorf overleed, te reduceren tot zijn werk als performancekunstenaar. Hij introduceerde bijvoorbeeld ook een “nieuwe materiaaltaal”, zo legt Ina Conzen uit. Legendarisch is bijvoorbeeld zijn Stuhl mit Fett (Stoel met vet) uit 1963, waarvan hij later zei: “Het vet legt de weg af van een chaotisch verdeelde, qua energie ongerichte vorm naar een vorm.” En zijn bijna 20 jaar lang gerijpte Fettecke (Vethoek): een tien pond zware klomp boter, vastgeplakt in een hoek van zijn atelier in Düsseldorf – en weggekrabd in 1986, een paar maanden na Beuys’ overlijden, door een overijverige conciërge. Het had erg “ranzig geroken”, voerde deze man destijds aan.
Restanten van Beuys’ “Fettecke” (Vethoek), die een paar maanden na zijn dood door de conciërge werd weggeboend. Restanten van Beuys’ “Fettecke” (Vethoek), die een paar maanden na zijn dood door de conciërge werd weggeboend. | Foto (Detail): © picture alliance/dpa/Rolf Vennenbernd Eveneens in het collectieve geheugen verankerd is de Filzanzug (Viltpak) uit 1970, een van Beuys’ bekendste sculpturen. Zoals Beuys herhaaldelijk benadrukte, was vilt voor hem een isolatiemateriaal waarin warmte-energie – voor hem een motor voor creativiteit – kon worden opgeslagen. Van vilt en vet, waaraan hij eveneens warmte-isolerende eigenschappen toeschreef, maakte Beuys niet alleen kunstwerken, maar ook een legende: namelijk dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn vliegtuig zou zijn neergestort en door Tataren met vilt en vet was ingepakt en genezen. Een mythe, zoals kunsthistorici tegenwoordig zeggen.
“Filzanzug” (Viltpak) van Beuys uit 1970 in de Neue Pinakothek in München als onderdeel van de tentoonstelling “Ich bin ein Sender. Multiples von Joseph Beuys”, 2014. “Filzanzug” (Viltpak) van Beuys uit 1970 in de Neue Pinakothek in München als onderdeel van de tentoonstelling “Ich bin ein Sender. Multiples von Joseph Beuys”, 2014. | Foto (Detail): © picture alliance/dpa/Nicolas Armer

Wat leeft, dat blijft

 
Wat beklijft er na 100 jaar Beuys? Een andere opvatting van kunst, daar is Ina Conzen van overtuigd: sinds Beuys kijken mensen anders naar kunst, vragen ze zich af wat kunst eigenlijk is en of de wereld door kunst kan veranderen. Wie vandaag de dag naar of door de documenta-stad Kassel rijdt, kan haast niet om een blijvend en levend kunstwerk, een procesgerichte “sociale sculptuur” van Beuys heen: de kunstenaar liet in de Noord-Hessische stad 7.000 Eichen planten ter gelegenheid van documenta 7. De eerste boom plantte hij nog zelf in 1982, de laatste werd door zijn zoon in 1987 geplant. Dat deze bomen – en daarmee een van Beuys’ laatste kunstwerken – een soortgelijk lot zullen ondergaan als Fettecke namelijk dat ze botweg worden verwijderd, valt niet te verwachten: ze staan sinds 2005 op de monumentenlijst.
 

Top