Gesprek met vertaler Thomas Brovot: ‚Er komt veel passie bij kijken‘

Vertalers van literaire werken zijn onmisbare schakels tussen culturen, toch krijgen ze zelden het honorarium dat ze verdienen. Vertaler Thomas Brovot vertelt waarom vertalen toch een groot genoegen kan zijn.

Met een enkele uitgevers bestaat er sinds kort een gemeenschappelijke vergoedingsregeling

Vertalers van literaire werken zijn onmisbare schakels tussen culturen, toch krijgen ze zelden het honorarium dat ze verdienen. Vertaler Thomas Brovot vertelt waarom vertalen toch een groot genoegen kan zijn.

 
 
Meneer Brovot, waaraan werkt u op het moment?

Ik vertaal meestal uit het Spaans, maar op het moment werk ik voor de afwisseling aan een vampierroman uit het Frans: soms bloederig, soms charmant, altijd vol sprankelende fantasie en heerlijk geschift.

Wordt het een bestseller?

Dat is niet echt waarschijnlijk.

Hoe groot is de kans dat u uiteindelijk meer inkomsten genereert uit meer verkochte exemplaren?

Veel vertalers participeren tegenwoordig dan wel in de verkoopopbrengst van boeken die ze hebben vertaald, maar dat loopt zelden in de papieren, vooral niet bij hoogwaardige literaire boeken, die maar een beperkte lezerskring vinden.

Zijn de vertalers van het lichte genre dan niet in het voordeel tegenover de echt literaire vertalers? Of omgekeerd: is het de moeite waard om een moeilijke literaire vertaling te maken als er vervolgens maar 3000 exemplaren van worden verkocht?

Als het alleen om het financiële aspect ging, hadden de meeste vertalers allang iets anders gezocht. Er komt veel passie bij kijken. Een echt goed boek vertalen, hoe moeilijk en tijdrovend het ook is, kan een groot genoegen zijn. Natuurlijk zijn vertalers van bestsellers in het voordeel als ze een noemenswaardig aandeel in de verkoopopbrengst krijgen. Het zou mooi zijn als wij net als uitgevers een beetje konden afwisselen tussen opdrachten die goed zijn voor je naam en opdrachten die goed zijn voor de portemonnee. Maar als vertaler zit je snel aan een bepaald genre vast, en dan krijg je het andere gewoon niet meer aangeboden.

Vertalers laten delen in het succes

Hoe staat het ervoor met de onderhandelingen tussen de Vertalersbond en de uitgevers?

Na meer dan tien jaar onderhandelingen met de uitgevers, na een hele reeks rechtszaken, tot en met het hoogste federale gerechtshof en een vonnis van het Constitutioneel Hof – allemaal met de teneur: literaire vertalers moeten delen in het verkoopsucces – is nu in elk geval met een klein aantal uitgevers een zogenaamde algemene vergoedingsovereenkomst afgesloten, waarin percentages zijn vastgesteld die de vertalers krijgen bovenop hun basishonorarium.

Dat wil zeggen dat de situatie van de vertalers de laatste tijd veranderd, misschien zelfs merkbaar verbeterd is?

Merkbaar zeker niet, want de principiële misère van de te lage inkomens is nog niet opgelost. Maar het is toch een stap in de goede richting. Helaas zijn er nog te veel uitgeverijen die dusdanig creatief met de wettelijke regelingen weten om te springen dat ze zelf geen risico lopen: bij kleinere oplagen betalen ze niets, bij gemiddelde oplagen een beetje, en bij hoge oplagen is de winstdeling bijna nihil. Er is dus nog wel werk aan de winkel.

‚Vertaler is iedereen die vertaalt‘

Wat is precies de taak en het doel van het Duitse Vertalersfonds?

Net als de andere kunstvormen is ook de kunst van het vertalen afhankelijk van subsidie. Om die reden is in 1997 het Duitse Vertalersfonds opgericht, waarbij Nederland, Zweden en Noorwegen als voorbeeld dienden. Het fonds ondersteunt vertalers op drie manieren: om te beginnen geeft het fonds werkbeurzen aan vertalers, dat is het belangrijkste. Daarnaast bieden we samen met een aantal partners in onze ‘Academie van de vertaalkunst’ training en scholing door middel van seminars, workshops en werkplaatsen. Het literair vertalen is geen beroep met een officiële opleiding. Vertaler is wie vertaalt, en we hebben ons altijd zelf de kunst van het vertalen bijgebracht. Ten slotte willen we de kunst van het vertalen meer in de publiciteit brengen door evenementen en publicaties, zoals het August-Wilhelm-von-Schlegergastdocentschap voor de poëtica van het vertalen, dat we in 2007 in samenwerking met het Peter Szondi Institut van de Freie Universität Berlin hebben ingesteld.

Welke kwesties zijn op het moment actueel voor het bestuur van het Duitse Vertalersfonds?

Wij zijn blij dat de scholing die wij aanbieden, aanslaat en ook in het buitenland met interesse wordt gevolgd. We geven graag onze ervaring door, bijvoorbeeld in het kader van een samenwerkingsproject met het Goethe-Institut in Moskou. Verder zijn we met het oog op het jubileum van de Reformatie in 2017 bezig met een project over de Bijbelvertaler Maarten Luther, de meest productieve vertaler van de Duitse taal, waarin we zijn werk belichten vanuit vertalersperspectief. En natuurlijk houden we ons bezig met fondswerving, want financieel zitten we met al onze activiteiten aan ons limiet, en ons budget is niet voldoende voor grotere beurzen, met name voor omvangrijke en tijdrovende vertaalprojecten. Op dit punt is onze hoop gericht op de politiek.

U hebt onlangs ook een agentschap voor vertalers opgericht. Hoe is dat ontstaan?

Nu zet ik even een andere pet op. Het Verband Deutschsprachiger Übersetzer, afgekort VdÜ, vertegenwoordigt de beroepsgroep. Deze bond probeert met de uitgevers te onderhandelen over minimumtarieven en biedt zijn leden rechtsbijstand via de vakbond ver.di., en het Duitse Vertalersfonds kan beurzen verdelen en zorgt voor scholing. Maar in heel concrete situaties dat er met een uitgever over voorwaarden moet worden onderhandeld, of bij het beheren en exploiteren van de auteursrechten, staat de vertaler er alleen voor. Dan kan het agentschap, dat ik samen met mijn collega vertaler Peter Klöss run, hen terzijde staan; een klassieke dienstverlening dus. De aanleiding was de omvorming van het auteursrechtcontract in 2001 met de duidelijke motivatie dat auteurs recht hebben op een behoorlijke vergoeding. Hoe mooi die wet ook is, freelancers moeten nog steeds zelf voor hun rechten vechten. Er is de laatste jaren veel veranderd. Ik zie ons agentschap als een bouwsteen van professionalisering. Maar wij kunnen natuurlijk geen wonderen verrichten.
 
Thomas Brovot, in 1958 geboren in Keulen, studeerde romanistiek en politicologie en vertaalt literaire teksten uit het Spaans, Portugees en Frans. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn vertalingen. In 2012 ontving hij de Helmut M. Braemprijs voor zijn nieuwe vertaling van de roman La tía Julia y el escribidor, in het Duits verschenen onder de titel Tante Julia und der Schreibkünstler van Mario Vargas Llosa (in het Nederlands: Tante Julia en meneer de schrijver.)
Thomas Brovot is medeoprichter en sinds 2009 voorzitter van het Duitse Vertalersfonds. Hij woont in Berlijn.