Van wie is de stad? – Berlijn en haar bezoekers



Berlijn heeft een schitterend internationaal imago en wordt als reisbestemming almaar populairder. Maar de bewoners voelen zich door de massale toestroom aan toeristen overrompeld en klagen over de uitverkoop van hun stad. Een doordachte stadsplanning dringt zich op, maar dat blijkt voor het beleid geen makkelijke opgave.

Berlijn heeft een probleem met toeristen. Gestresseerde omwonenden klagen over al te uitbundige feestjes die in hun buurt worden gehouden. Hele straten zijn in toenemende mate afgestemd op de behoeften van de bezoekers, zeggen anderen. Huurpanden veranderen zowat in hotels en steeds meer huizen worden – vaak onwettig – tot vakantiewoningen omgevormd. Onlangs werd een gedragsbrochure voor bezoekers uitgegeven, maar daaraan kleeft een geur van wanhoop: Alstublieft, beste feesttoerist, plas niet in ons portiek! Alstublieft, beste vrijgezellenavondvierder, schreeuw na 10 uur ’s avonds niet meer zo hard.

De discussie is niet nieuw. Slogans als “toeristen buiten!” doen in bepaalde buurten al jaren de ronde, en de grote massa bezoekers wordt als de “elfde plaag” beschouwd. Sommige actievoerders roepen zelfs op om de eigen buurt minder aantrekkelijk te maken en zo die vervelende bezoekers weg te houden. Het is al jaren duidelijk dat deze vorm van “toeristenbashing” een kern van xenofobie bevat. De toerist, dat is de vreemdeling, de tijdelijke migrant die met zijn anders zijn de eigen leefruimte bedreigt. Ondertussen wordt die houding weer bestreden door andere actievoerders, die zich net door het opwaarderen van hun buurt tegen de toeristenhaat willen keren.

De stad heeft gefaald

“In Berlijn heerst een culturele strijd,” zo vat Andreas Becker het inmiddels warrige debat samen. Al 15 jaar is hij zaakvoerder van het ‘Circus’ op de Rosenthaler Platz, een van de populairste hostels in de stad. Volgens hem is het excessieve gefeest in de stad inderdaad problematisch, en kan Berlijn het imago van “Ballermann aan de Spree” (naar het beruchte dranklokaal in Mallorca dat vooral bij Duitse toeristen erg in trek is) missen als kiespijn. Maar dat alles is volgens hem niet te wijten aan het toerisme, wel aan de manier waarop de stad Berlijn de bezoekersstromen probeert te sturen.

“De stad heeft gefaald,” zegt Becker. “Berlijn heeft te lang gesteund op haar imago van een plek waar alles kan, vooral onder invloed van de naoorlogse periode. Voor de avonturiers en de rugzaktoeristen van de jaren 90 werkte dat perfect, maar die tijd is voorbij.” Vandaag is de belangrijkste attractie voor mensen die Berlijn bezoeken allang niet meer het liberale karakter van de stad, zegt Becker, maar willen toeristen in de eerste plaats met eigen ogen zien hoe deze 21e-eeuwse hoofdstad groeit. “Onze gasten hebben de indruk dat hier en nu de hoofdstad van Europa ontstaat.”

Dat betekent echter ook dat Berlijn, net als elke andere stad die met het fenomeen massatoerisme wordt geconfronteerd, regels zou moeten vastleggen en een debat zou moeten beginnen over hoe men als wereldstad de eigen identiteit definieert. Alleen lijkt dat proces in Berlijn zeer moeizaam te verlopen. Waarom eigenlijk?

Regels doorbreken als vorm van identiteit

Voor Andreas Becker zijn er redenen van psychologische aard. “Berlijn is een stad die er prat op gaat liberaler te zijn dan andere, vergelijkbare metropolen. Het doorbreken van regels maakt in zekere zin deel uit van haar zelfbeeld.” Hoe verklaart men anders dat een stad die bijvoorbeeld wel degelijk over de middelen beschikt om het feesttoerisme aan regels te onderwerpen, die middelen niet inzet? “We hadden de inmiddels beruchte drinktours of pubcrawls al jaren geleden gemakkelijk kunnen indammen,” vindt Becker. De wet bepaalt immers dat het verboden is alcohol te verkopen aan mensen die al dronken zijn.

Ook voor Johannes Novy, planningsdeskundige aan de Technische Universiteit Cottbus-Senftenberg die het toerisme in Berlijn al vele jaren volgt, heeft de politiek jarenlang verzuimd om adequaat op de gigantische bezoekersaantallen in Berlijn te reageren. Datgene waaronder de inwoners van Berlijn vandaag te lijden hebben, beklemtoont Novy, is in feite niet het toerisme, maar het onvermogen van de beleidmakers om in dat toerisme meer te zien dan alleen een kans om zo veel mogelijk winst te maken. “Ondanks zijn traditioneel slechte imago is de toerist eigenlijk iemand die op de meest uiteenlopende manieren een ongelooflijk positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de stad levert. Bezoekers maken een stad levendiger, kleurrijker, verscheidener. Zonder toeristen zou men het culturele aanbod waarover Berlijn beschikt nauwelijks in stand kunnen houden.”

Afgezien daarvan is het begrip “toerist” allang niet meer zo eenduidig als men zou vermoeden. Veel Berlijners spelen in hun vrije tijd toerist in eigen stad, aldus Johannes Novy. Daarbij komt dat ook de grenzen tussen toerisme en andere vormen van tijdelijke migratie zienderogen vervagen. “Wetenschappers en studenten die hier te gast zijn en tal van andere mensen die tijdelijk van de stad gebruikmaken, kan men niet eenduidig als toerist of inwoner beschouwen. En daarmee wordt de oude tegenstelling ‘inwoner versus toerist’ fundamenteel in vraag gesteld.”

Wat wordt “normaal”?

Wat vindt de toeristische sector zelf eigenlijk van dit hele toeristendebat? Per slot van rekening waren zij het op wiens initiatief de gedragsbrochure voor toeristen werd uitgegeven. Volgens Björn Lisker kan men het in feite nauwelijks een debat noemen. Lisker is woordvoerder van visitBerlin, de merknaam waaronder de Berliner Kongress- und Tourismus-GmbH bezoekers naar de stad lokt. “We hebben momenteel gewoon te maken met een paar volstrekt normale fenomenen die zich in elke grote stad voordoen.”

Blijft natuurlijk de vraag wat men onder zo een “normale” toestand, waartoe Berlijn lijkt te evolueren, moet verstaan. Is het “normaal” dat een binnenstad steeds meer een consumptiezone wordt? Of is het juist normaal dat men van een moderne grootstad als Berlijn mag verwachten dat ze toerisme niet louter beschouwt als een kans om zo veel mogelijk winst te maken? “Berlijn mag niet langer bang zijn om haar eigen toekomst te plannen en zich de vraag te stellen: van wie is de stad?” aldus Andreas Becker.