Herta Müller Gerespecteerd buitenstaander

De schrijfster Herta Müller ontving in 2009 de Nobelpreis; © Paul Esser
De schrijfster Herta Müller ontving in 2009 de Nobelpreis | Foto: © Paul Esser

Ze schrijft over de afgronden van staatsterreur en dictatuur – in eigenzinnige, poëtische taal. Herta Müller transformeert het uiterlijke gebeuren tot innerlijke werelden, waarin de lezer zelf zijn weg moet vinden. In 2009 ontving de Roemeens-Duitse schrijfster de Nobelprijs voor de literatuur.

Herta Müller is klein en tenger. Wat niet moet worden verward met breekbaar en zwak! Dat ze zacht praat houdt niet in dat mensen niet naar haar luisteren. Ze snijdt ernstige onderwerpen aan, maar dat betekent niet dat ze geen humor heeft. Eén ding is zeker: schrijven doet ze liever dan optreden in het openbaar. Ze maakte er dan ook geen geheim van dat de periode na de ontvangst van de Nobelprijs in 2009 haar uitputte. Maandenlang niet kunnen werken, dat lag haar eigenlijk helemaal niet, verklaarde ze destijds. Maar ook dat doorstond ze.

Leven in de oppositie

Misschien heeft het leven als Roemeens-Duitse onder de represailles van het communistische regime van Nicolae Ceausescu, Herta Müller zo taai gemaakt. Ze werd in 1953 in de Duitstalige Roemeense streek het Banaat geboren als dochter van een oud-SS’er. Eind jaren zeventig verloor ze haar baan als vertaalster in een fabriek omdat ze niet bereid was als informant te werken voor de Roemeense geheime dienst Securitate. Later heeft ze hierover gezegd dat ze de mensen van de geheime dienst niet het plezier heeft kunnen doen zelfmoord te plegen. In plaats daarvan ging ze schrijven en sloot ze zich aan bij de oppositie. Met schrijven is ze pas begonnen ‘toen ik niets anders meer kon doen om te overleven, toen de pesterijen steeds ondraaglijker werden.’ Vanaf 1985 probeerde ze een uitreisvergunning te krijgen.

Twee jaar later mocht ze het land verlaten en kwam ze in de Bondsrepubliek, en sindsdien woont ze in Berlijn. Voor de Duitse instanties was het van belang dat ze Roemeens-Duits was, herinnert ze zich, terwijl zij zichzelf als politiek vluchteling beschouwde. Welkom voelde ze zich niet in West-Duitsland, aldus de schrijfster. ‘Ik was graag naar een ander land gegaan. Maar niemand wilde me hebben,’ zei ze in 2012 in verband met de discussie over een Duits exilmuseum, een project waartoe zij het initiatief genomen heeft en dat ze met de voor haar karakteristieke rustige, maar besliste felheid bepleit.

Tegen een wereld van conformisten

Ze heeft zich altijd al politiek geëngageerd, bijvoorbeeld tijdens de oorlog in Kosovo. Niet partijdig in de gangbare zin van het woord, maar wel altijd rigoureus aan de kant van de onderdrukten. Daarbij paart ze nuchterheid aan de moraliteit en ook aan integriteit. Met haar in 1982 verschenen debuut, de verhalenbundel Niederungen, trok ze de aandacht van Securitate. Tegelijk vervreemdde het boek haar van die Roemeens-Duitsers die liever weemoedig terugkeken. Nostalgie vind je niet bij Herta Müller: ‘Meneer Wultschmann herinnert zich de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Dat waren nog eens tijden, zegt meneer Wultschmann’.

Haar eerste roman, Der Fuchs war damals schon der Jäger (1992 – De vos was de jager, vertaling Ria van Hengel, 1993) schildert de sfeer van spionage en armoede in de nadagen van het Ceausescu-tijdperk. In de twee jaar later verschijnende roman Herztier (Hartedier, vertaling Ria van Hengel, 1996) met een autobiografische inslag, schrijft Müller over de vergeefse pogingen van een jonge Roemeens-Duitse vrouw zich aan te passen of, andersom, zich te weren tegen een wereld van conformisten. ‘Een paar jaar na Hitler huilden ze allemaal om Stalin. (…) Vervolgens gingen ze Ceausescu helpen kerkhoven maken.’ Het succes van de beide boeken – die gevolgd werden door talrijke proza- en essaypublicaties – is tot nu toe alleen overtroffen door het in 2009 verschenen Atemschaukel (Ademschommel, vertaling Ria van Hengel, 2009), Müllers grote roman over de deportatie na de Tweede Wereldoorlog van duizenden Roemeens-Duitse mannen en vrouwen naar sovjetwerkkampen. Daarmee sneed ze een zowel in Duitsland als in Roemenië verdrongen hoofdstuk in de geschiedenis aan en bracht het door haar eigenzinnige stijl op een hoger plan. Ze legt de gruwel niet uit, maar benoemt deze in indringende bewoordingen: de ‘hongerengel’ regeert bijvoorbeeld de ‘veloverbeentijd’ van de kampperiode.

Geduldig zoeken en vinden van woorden

Herta Müller is iemand die geduldig zoekt naar een even precieze als poëtische formulering. Ze transformeert de uiterlijke gebeurtenissen tot innerlijke werelden, waarin de lezer zelf zijn weg moet zoeken. Hoewel haar werk volledig wordt beheerst door politieke onderwerpen, zijn haar boeken nooit in de eerste plaats getuigenisgeschriften of ervaringsdocumenten. Ze formuleert bondig en raakt in haar proza altijd aan de lyriek. Ook in haar collages - geknipt uit de krant - houdt ze zich bezig met het vinden van woorden, bijvoorbeeld in de bundel Vater telefoniert mit den Fliegen (2012). Deze zorgvuldige omgang met de taal en haar ervaringen met de dictatuur zorgden voor een diepe band met de Roemeens-Duitse dichter Oskar Pastior, die in 2006 op 78-jarige leeftijd overleed. Atemschaukel is mede gebasseerd op zijn persoonlijke ervaringen. Het feit dat Pastior zelf gehoor had gegeven aan het verzoek van Securitate om voor hen te werken, vormde in 2010 een van de tragische wendingen in de contemporaine Duitse literatuur. ‘Mijn eerste reactie was ontsteltenis,' schrijft Herta Müller. 'En woede. Het was een slag in het gezicht, ‘Mijn tweede reactie was mededogen. En hoe langer ik de details overweeg, hoe meer dit verandert in verdriet.’

Herta Müller doet alles behalve het verleden verdringen. Daarvoor is dat verleden voor haar te weinig afgesloten. Dat maakt haar tot een buitenstaander, zij het een zeer gerespecteerde buitenstaander.