De debuutroman van Katja Petrowskaja Mozaïek van herinneringen

Katja Petrowskaja; © Susanne Schleyer/Suhrkamp Verlag
Katja Petrowskaja | Foto (uitsnede): © Susanne Schleyer/Suhrkamp Verlag

Een ongelofelijk familieverhaal, verteld in adembenemend mooi proza: Katja Petrowskaja brengt in haar debuutroman Vielleicht Esther een tableau van personages bijeen dat een hele eeuw omvat. 

Hoe speel je het klaar zo’n ontzaglijke hoeveelheid informatie om te zetten in een literaire vorm die zelfs het lezen van de meest treurige passages wonderbaarlijk licht maakt? Het antwoord ligt in de weloverwogen vorm die de in 1970 in Kiev geboren Katja Petrowskaja voor haar autobiografische boek Vielleicht Esther heeft gekozen: in plaats van één grote vertelboog bestaat het boek uit een aaneenrijging van een groot aantal hoofdstukken die elk de vorm van een prozaminiatuur hebben. Het resultaat is een mozaïek van herinneringen die de lezer een melancholieke blik op de geschiedenis van de schrijfster gunnen en hem meeslepen in de voorbije wereld die tussen de kaften van het boek tot leven komt.

Familielijnen van Wenen tot Odessa

Petrowskaja’s eigen (levens-)verhaal is onlosmakelijk verbonden met dat van haar ouders. De ene helft van Vielleicht Esther valt onder de familielijn van de vader van de schrijfster, de andere onder die van haar moeder. Petrowskaja’s overgrootouders kwamen als doofstommenleraren – oorspronkelijk vanuit Wenen, via Warschau - in Kiev terecht. In de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog moesten ze daarvandaan vluchten. Een andere lijn van haar wijd vertakte familie komt uit aan de Zwarte Zee in Odessa, waar een mysterieuze oudoom in 1932, een jaar voor de machtsgreep van Hitler, een ternauwernood mislukte aanslag op de Duitse ambassadeur pleegde. Als bron gebruikte Petrowskaja de familieverhalen. Ze voegde ze samen en vulde voor zover mogelijk de lacunes op. Voor haar research maakte ze een jaarlang verschillende reizen: naar Warschau, naar Kiev uiteraard, naar de archieven in Berlijn en Moskou en naar het concentratiekamp Mauthausen, waar haar grootvader geïnterneerd was. Het waren indrukwekkende reizen met aangrijpende ervaringen, zoals ze in haar boek beschrijft: ‚Duitsland verbrokkelt, wordt steeds ongrijpbaarder. De snippers blijven hangen aan je kleren, aan het toetsenbord van de computer, ik neem dit jaar overal mee naartoe, ik breid het uit en schud deze gouden voorraad snippers uit in de lucht, midden in Berlijn, in de herfst, en neem ze mee naar huis.‘

Een land voor een grote beproeving

Vielleicht Esther verschijnt in een politiek explosieve en penibele situatie. De gebeurtenissen in de Oekraïne in het voorjaar van 2014 en de strijd om de Krim leggen ook de verscheurdheid bloot van een land dat niet echt bij het Oosten maar ook niet echt bij het Westen hoort. En vanuit dat perspectief zijn misschien ook de omwegen te begrijpen waarlangs Petrowskaja’s proza is gegaan voordat het in dit boek kon verschijnen: een Oekraïense met Joodse wortels, die zich in 1999 in Berlijn vestigde en als eerste van haar familie de Duitse taal leerde. Al snel begon ze haar reportages in het Duits te schrijven. De meest ontroerende, Spaziergang in Babij Jar is in 2011 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung verschenen, en nu als deel van Vielleicht Esther weer te lezen.

Tussen reportage en roman

Dat deze aangrijpende reportage zo naadloos in het pas verschenen boek past, is te danken aan het literair-documentaire karakter van Vielleicht Esther: genre- of formatvragen spelen hier een ondergeschikte rol. Het gaat veel meer om de persoonlijke biografie, die – dienst van informatieverschaffing – boven het persoonlijke uitstijgt. De vraag naar feit of fictie verliest daarmee ook zijn relevantie. Wat is de invloed van leven met herinneringen aan vermoorde familieleden op het eigen leven? Welke gevolgen heeft het voor je zelfbeeld wanneer een staat als de Sovjet-Unie in de jaren tachtig nog altijd alleen op de toekomst gericht, de herinnering aan de Joodse slachtoffers van het nationaalsocialisme onderdrukt en zich in plaats daarvan concentreert op de verering van de oorlogshelden?

Verzoening door taal

Katja Petrowskaja heeft steeds benadrukt hoe belangrijk het voor haar was om haar boek in het Duits te schrijven. Bij de uitreiking van de Ingeborg-Bachmann-Preis in 2013 formuleerde ze het letterlijk zo: ‚De Duitse taal was als een bevrijding. De Duitse taal sluit de weg af naar een door het Russisch beheerst discours, en schept daardoor een politiek, maar ook een voor mij persoonlijk vruchtbare afstand tot de stof van het verhaal.‘ Vielleicht Esther legt daarmee het fundament voor een nieuwe manier om over de geschiedenis te spreken: het Duits is hier niet, zoals zo vaak, de taal van de daders, maar een hulpmiddel voor een onbelaste en onbevooroordeelde communicatie. Daarmee slaagt Petrowskaja er ook in het verhaal van een verzoening te schrijven – een verzoening door taal.
 

Katja Petrowskaja werd in 1970 in Kiev geboren. Ze studeerde literatuurwetenschap en Slavistiek in Tartu (Estland) en promoveerde aan de universiteit van Moskou. Sinds 1999 woont ze met haar Duitse man in Berlijn en werkt als journaliste voor Russisch- en Duitstalige media, zoals de Frankfurter Allgemeine Zeitung. In 2013 kreeg ze voor haar roman Vielleicht Esther de Ingeborg-Bachmannprijs.