Taalgemeenschappen Berlijn – Metropool met vele talen

Berlin
Berlin | © flyinger – Fotolia.com

Steeds meer jonge mensen uit heel Europa trekken naar Berlijn. Ondertussen hebben zich grote, niet-Duitstalige taalgemeenschappen gevormd. Hoe laat die verscheidenheid zich voelen in het dagelijkse leven? En op welke manier beïnvloedt ze het leven in de stad? Vijf inwoners doen hun verhaal.

“Wie in Berlijn wil wonen, moet Duits leren.” – Diego Ruiz del Árbol, programmeur uit Spanje

Diego Ruiz del Árbol Diego Ruiz del Árbol | © Diego Ruiz del Árbol Zeven jaar geleden ben ik naar Berlijn gekomen om bij een automatenfabrikant te werken. In het begin was ik de enige niet-Duitser in het bedrijf en kon ik nog geen Duits. Voor mijn werk als programmeur had ik dat op zich ook niet nodig en gelukkig spraken mijn collega’s Engels met mij. Toch volgde ik buiten de werkuren taallessen. Na zowat anderhalf jaar kon ik met mijn collega’s gesprekken voeren in het Duits. Na verloop van tijd kwamen er meer en meer mensen uit het buitenland bij, als gevolg van de slechte economische situatie in Europa en omdat Berlijn zo een grote aantrekkingskracht uitoefent. De meesten hadden wel wat basiskennis Duits, maar ook Engels speelde een belangrijke rol. En omdat het bedrijf veel klanten heeft in Spanje, kwam ook onze kennis van het Spaans goed van pas. Een jaar geleden heb ik dan mijn eigen bedrijf opgericht als internetprogrammeur. Mijn klanten zijn vooral Spanjaarden die in Duitsland wonen en Duitsers die in Spanje wonen. Thuis spreek ik Spaans, omdat mijn vrouw net als ik uit Spanje afkomstig is. En onze kinderen gaan naar een Duits-Spaanse crèche. Verder geef ik het Spaanstalige satirische magazine Berlunes uit, dat zich richt tot Spanjaarden in Berlijn. Je vindt hier ook veel kroegen en verenigingen, zoals de Barcelona-fanclub, waar je met Spaans en Catalaans goed wegkomt. Ik vind het goed dat mensen op die manier proberen hun afkomst hier in Duitsland niet te verliezen, maar toch vind ik dat wie in Berlijn wil wonen, Duits moet leren, ook al is het een moeilijke taal. Zelf ben ik het levende bewijs van het feit dat je in Berlijn zonder Duits te kunnen een baan kunt vinden en kunt overleven. Maar voor een lange, geslaagde carrière, om Duitse vrienden te maken, om de politiek te kunnen volgen, om hier dus echt te leven, heb je natuurlijk wel Duits nodig.

“Meertaligheid wordt steeds meer de norm.” – Heike Wiese, docente Duits aan de Universiteit van Potsdam

Heike Wiese Heike Wiese | © Steffi Loos De jonge nieuwkomers in Berlijn zijn opgegroeid in een tijd van globalisering. Velen staan zeer open voor de wereld en hebben een internationale vriendenkring. Sommigen kunnen al Duits wanneer ze hier aankomen, anderen beginnen het hier te leren. En natuurlijk onderhouden ze ook contacten met mensen die hun moedertaal of andere talen spreken: wie nieuw is in een ander land, ervaart vaak een bijzondere vorm van solidariteit met andere nieuwkomers of met mensen die dezelfde afkomst hebben. Toen ik zelf in Boston was, voelde ik me ook meer Europese dan bijvoorbeeld hier in Berlijn. Daar komt nog bij dat sociale netwerken vandaag niet meer zo sterk gebonden zijn aan nationale grenzen: wanneer ik als Brit of Spanjaard in Berlijn woon, heb ik ook via Skype of Twitter contact met mensen met wie ik in verschillende talen communiceer. Veel nieuwkomers zijn jong en goed opgeleid. Zij zorgen voor een bijzondere dynamiek en een apart potentieel. Zij die vanuit Europa naar Berlijn komen, kunnen van dat potentieel snel gebruikmaken, omdat ze andere rechten hebben en bijvoorbeeld geen lange asielprocedure moeten doormaken zonder dat ze kunnen werken. In het algemeen worden nieuwkomers in Berlijn op een andere manier ontvangen, er heerst een nieuw soort welkomstcultuur. Maar in feite bevorderen ze slechts een ontwikkeling die in Berlijn sowieso al aan de gang is: een evolutie naar een situatie waarin meertaligheid de norm is. Ikzelf ben nog eentalig grootgebracht, wat in vergelijking met veel mensen uit andere landen eerder ongebruikelijk is. Maar mijn kinderen ervaren in Kreuzberg elke dag dat hun vrienden en vriendinnen net als zij met verschillende talen opgroeien en dat diversiteit een verrijking is. Dat kan alleen maar een positief effect hebben op het culturele en politieke leven in Berlijn.

“Men wil van elkaar leren.” – Thomas Knuth, Berlijns schrijver en stadsgids

Thomas Knuth Thomas Knuth | © Thomas Knuth Berlijn is de jongste jaren uitgegroeid tot een aantrekkingspool voor jonge mensen van over de hele wereld. Een van die groepen noemen wij hier de “NYLONs”: NY staat voor New York City en LON voor Londen. De Engelstalige jonge Berlijners vormen dus een belangrijke groep. Ik heb de indruk dat ook veel jonge mensen uit andere landen het Engels als lingua franca gebruiken. Dat versterkt in Berlijn een trend die ook op andere plaatsen in Europa duidelijk te zien is, en die vooral wordt gestimuleerd door het alomtegenwoordige gebruik van Engels in populaire muziek, marketing, IT, mode en film. Voor Berlijnse jongeren van Duitse afkomst biedt dat een voordeel: ze worden gemotiveerd om Engels te leren of hun kennis ervan te verbeteren, omdat ze op die manier gemakkelijker in contact komen met leeftijdsgenoten uit andere landen. Tegelijk zie ik hoe jonge Europese nieuwkomers in Berlijn hun best doen om Duits te leren. Een deel van hen komt direct met die intentie naar hier. Noch aan de kant van de nieuwkomers noch aan die van de Duitse jeugd zijn er grote hinderpalen die de communicatie bemoeilijken: fouten worden grootmoedig vergeven en men is dankbaar dat men zich ofwel in het Engels ofwel in het Duits verstaanbaar kan maken. Van purisme is nauwelijks of geen sprake. Men wil veeleer van elkaar leren, ook op het vlak van taal. Samengevat vind ik het feit dat zo veel jonge mensen naar Berlijn komen een ongelooflijke verrijking voor de stad.

“Als we Engels spreken is iedereen gelijk.” – Kristine Siegel, curatrice en oprichtster van het Kunstzentrums Praxes

Kristine Siegel Kristine Siegel | © Kristine Siegel Ik kom oorspronkelijk uit Denemarken en heb tien jaar in New York gewoond. Mijn man is half Frans en half Duits. Drie jaar geleden zijn we samen naar Berlijn gekomen, omdat het leven met drie kinderen in New York te moeilijk werd en omdat er inmiddels veel kunstenaars en mensen met interesse voor cultuur in Berlijn wonen. Samen met een collega, een vrouw die ik kende uit Kopenhagen en New York, heb ik hier het kunstcentrum Praxes opgericht. Met haar communiceer ik in het Deens en het Engels. Het contact met de kunstenaars verloopt in het Engels, want we willen ook de vele kunstenaars bereiken die een zwervend leven leiden en maar enkele maanden in Berlijn blijven. Mijn collega spreekt goed Duits en dat helpt om onze gesprekken met Duitse stichtingen of privésponsors te beginnen. Maar omdat ikzelf maar zeer traag Duits kan spreken, schakelen de gesprekken na een tijdje meestal over naar het Engels. Ik hou daarvan, omdat op die manier de hiërarchieën verdwijnen, die je in zulke talen vaak hebt: als we Engels spreken, is iedereen gelijk. De financiële crisis heeft de kunstscène minder sterk getroffen dan andere sectoren. Kunstenaars zijn het sowieso gewoon zich erdoor te slaan. Berlijn is ook een van de weinige metropolen in Europa waar men een betaalbare woning kan vinden. Ik ken veel jonge nieuwkomers uit Zuid-Europa die de voorbije jaren om economische redenen naar Berlijn gekomen zijn. In het bedrijf van mijn man bijvoorbeeld komt een ruime meerderheid van de werknemers uit het buitenland, vaak uit Spanje, Griekenland of Italië. Wij hebben heel wat internationale gezinnen in onze kennissenkring. Dat komt ook doordat onze kinderen naar een internationale school gaan, waar de lessen in het Engels worden gegeven. Onze kinderen spreken trouwens ook Deens en Duits. En ze tonen veel interesse voor de vele vreemde talen die ze op de speelplaats in Kreuzberg horen.

“Wij zien meertaligheid als een potentieel.” – Dr. Monika Lüke, Commissaris voor Integratie en Migratie van de Berlijnse stadstaatsregering

Monika Lüke Monika Lüke | © Monika Lüke De stijgende bezoekerscijfers en de migratiebalans tonen dat Berlijn bij jonge mensen de jongste jaren enorm aan aantrekkingskracht heeft gewonnen. In het dagelijkse leven merk je dat op straat, waar de talen van toeristen en nieuwkomers vaker te horen zijn. Die meertaligheid zien wij als een potentieel, maar ze vormt voor het beleid en de administratie ook een uitdaging: overheden en culturele instellingen moeten meer rekening houden met taalvereisten. Praktisch betekent dat bijvoorbeeld dat musea hun talenaanbod moeten uitbreiden. Om nieuwe inwoners van Berlijn voor te bereiden op hun woonplaats, hebben we het voorbije jaar ons aanbod aan informatie voor die groep herwerkt. Het “welkomstpakket” is nu in acht talen beschikbaar. Het wordt gratis uitgedeeld, vooral via de vreemdelingendienst, in hun migratiekantoren en bij diverse administratieve diensten, en men kan het ook online opvragen. Dit jaar zullen we het anderstalige aanbod op onze website herwerken en uitbreiden. Andere vereisten hebben te maken met de erkenning van kwalificaties die nieuwkomers in hun thuisland hebben verworven. Het voorbije jaar hebben we daarvoor een eigen online portaal voor Berlijn ingericht, waar informatie in diverse talen terug te vinden is. Nog een voorbeeld van hoe op de nieuwe uitdagingen gereageerd wordt, zijn de zogenaamde onthaalklassen. Die worden gegeven in veel scholen waar nieuwe leerlingen zonder kennis van het Duits met het onderwijs in contact worden gebracht. En ook de Europese scholen in Berlijn zetten zich in voor een versterking van de meertaligheid: daar vind je naast Duits nog een andere, evenwaardige onderwijstaal, bijvoorbeeld Italiaans, Grieks of Spaans.