„Make Shift Cities“ Nieuwe ontwikkelingen in stedelijke inrichting

Voorbeeld van een burgerinitiatief op het gebied van stedelijke inrichting: het park aan de Gleisdreieck in Berlijn
Voorbeeld van een burgerinitiatief op het gebied van stedelijke inrichting: het park aan de Gleisdreieck in Berlijn | © ATELIER LOIDL

De stedenbouw van morgen beweegt zich tussen architectuur, kunst, openbare planning en burgerparticipatie. Een gesprek met curator Francesca Ferguson over een alternatieve benadering van stedelijke gebieden.

Mevrouw Ferguson, u hebt het boek Make_Shift City. Renegotiating the Urban Commons. uitgegeven. Waarvoor staat het begrip ‘Make Shift’?

Make Shift staat voor een tijdelijke, doelgerichte vervanging van iets wat ontbreekt. Het begrip is ontstaan vanuit een crisissituatie en betekent dat je bij gebrek aan resources op zoek gaat naar de meest intelligente oplossing. Je neemt wat je hebt en daar ga je mee improviseren. Een verschuiving dus, een herinterpretatie. In het project Make Shift City heb ik dat op de stedelijke praktijk toegepast, op stedenbouwkundige planning en inrichting, en op de visie op de stedelijke ruimte. In het boek bij het project buigen kunstenaars en ontwerpers zich over de vraag hoe je de stad als openbare ruimte anders vorm kunt geven, kunt herinterpreteren. Make Shift impliceert dus een vorm van reorganisatie en is continu in ontwikkeling. 

De stedelijke ruimte als gemeenschappelijk eigendom

Over welke resources heeft u het dan?

Met resources bedoel ik in eerste instantie het land dat gemeenschappelijk eigendom is – met name de stedelijke ruimte, die sluipenderwijs en voor ons onzichtbaar wordt geprivatiseerd en ingeperkt; waar steeds meer regels komen die mensen beperken in hoe en waar ze zich bewegen en waar ze zich ophouden. Maar ik bedoel ook de resources waarvan de burgers in de steden vinden dat ze in publieke handen moeten blijven.
De Engelse term hiervoor is commons. Bijvoorbeeld stroom- en watervoorziening en ook parken en bossen. We hebben het over een discussie op Europees niveau. In de recessie na de financiële crisis in 2008 is de discussie over het stedelijke gemeenschappelijk bezit – wat wij delen, wat van ons samen is – steeds belangrijker geworden. Het is ook zinvol om van andere steden te leren en intelligente oplossingen over te nemen.

Kunt u concrete voorbeelden noemen van die discussie?

Een paradepaardje is het Tempelhofer Feld in Berlijn. Een reusachtig voormalig vliegveld, waarvoor een stedenbouwkundig bestemmingsplan bestond dat voorzag in een geleidelijke ontwikkeling van een uitgestrekt landelijk gebied met een park en bebouwing aan de rand. Maar de burgers wilden dat Tempelhof bleef zoals het was, namelijk een grote groene vlakte midden in de stad. Ze hebben in een referendum tegen het plan gestemd.
Dat is een voorbeeld van onderhandelen over openbaar eigendom; van commoning. Mensen slaan de handen ineen en laten hun stem horen omdat ze vinden: dit terrein is van ons en moet idealiter zo vrij mogelijk van regels blijven. Dit bewijst dat we in de fase zijn dat bepaalde groepen burgers mondiger en assertiever worden en dergelijke burgerinitiatieven steeds meer invloed krijgen.

Reflecteren over alternatieve woon- en werkmodellen

Hoe worden commoning en Make Shift daadwerkelijk in de stedelijke ruimte gerealiseerd?

Burgers, architecten, planners, landschapsarchitecten en kunstenaars nemen het heft eigen handen en bepalen steeds vaker zelf hoe ze willen samenleven, bijvoorbeeld bij gemeenschappelijke initiatieven zoals ‘bouwcollectieven’, multigeneratiehuizen of bij homo-lesbische woonprojecten. Je hebt zeer interessante ontwikkelingen op dat gebied.
Het gaat er vooral om onroerend goed te ontwikkelen voor mensen met lage inkomens. De parameters in de omgang verschuiven. Dat is weer een voorbeeld van Make Shift. Het betreft dus niet alleen het stedelijke gemeenschappelijk bezit, maar het gaat verder – dat is ook een heel belangrijk aspect van ons festival Make City in juni 2015 in Berlijn. Voor wie bouwen we eigenlijk woonruimte? Hebben we aandacht voor nieuwe, andere gezinsstructuren, zoals het patchworkgezin? Bouwen we voor nieuwe sociale verhoudingen?
 
Hoe behandelt u deze vragen op het festival Make City?

De structuur van het festival is participatief. We hebben meer dan honderd deelnemers die founding partner zijn: zij steken geld in het festival en helpen het vormgeven – ontwerpers, communicatiebedrijven en architectenbureaus die deelnemen aan internationale discussieforums over dit soort kernvragen. We hebben in de hele stad centra – we noemen ze urban hubs – waar de conferenties plaatsvinden, bijvoorbeeld in het Deutsches Architekturzentrum.
Architectenbureaus organiseren debatten in hun eigen ruimten. In het kader van Make City Open! kunnen architecten, ontwerpers en stadssociologen rondleidingen in de stad aanbieden. Op de technische universiteit wordt een conferentie over urban commons gehouden en er is een expositie onder het curatorschap van Kristien Ring (de vrouw achter AA Projects) over het onderwerp Self Made City. Het idee achter Make City is de enorme verscheidenheid aan discussies bij elkaar brengen en reflecteren over nieuwe woon-werkvormen – zowel kleinschalige projecten als meergezinswoningen als de ontwikkeling van woningbouwverenigingen – en alternatieve woon- en samenlevingsmodellen.

‘Participatieve Processen vergen communicatie’

Waar liggen de grootste uitdagingen om de modellen op basis van Make Shift op lange termijn te laten functioneren in het leven in de stad van morgen?

Dit soort ruimtelijke praktijken en participatieve processen vergen een grote mate van dialoog en communicatie, ook onder de deelnemers en vormgevers, de architecten, planners en ontwerpers. Dat is precies de discussie waar het om gaat. Wanneer vastgoedontwikkelaars worden geconfronteerd met burgerinitiatieven schrikken ze meestal terug. Het is dus aan andersdenkende architecten en procesontwikkelaars om juist de opdrachtgevers duidelijk te maken dat participatie van geëngageerde burgers aan stedelijke ontwikkeling positieve resultaten kan hebben. Dat is geen gemakkelijk proces, het vergt inspanning, soms mislukt het. Alleen al bij de kleinste eenheid van een gemeenschappelijk initiatief zoals het bouwcollectief; elke architect weet hoe moeizaam de onderhandelingen kunnen verlopen als het om eigendom gaat. Dan moet hij grenzen stellen – door middel van creatieve oplossingen in zijn ontwerp.
 

Francesca Ferguson is curator voor architectuur en stedelijke ontwikkeling. Op de internationale Architectuurbiënnale Venetië van 2004 was ze verantwoordelijk voor de inrichting van het Duitse paviljoen, van 2006 tot 2009 was ze directeur van het Zwitserse Architectuurmuseum in Basel. Ze is uitgeefster van het boekMake_Shift City. Renegotiating the Urban Commons en initiatiefneemster van het architectuurnetwerk Urban Drift. Daarnaast is ze medeorganisator van Make City – Das Festival für Architektur und Andersmachen  in Berlijn van 11 tot 28 juni 2015.