Particuliere hulp aan vluchtelingen Onder de vlag van de menselijkheid

Die „Sea-Watch“ unterwegs;
Die „Sea-Watch“ unterwegs; | © Sea-Watch

Een groep mannen en vrouwen uit Brandenburg wilde niet langer passief toekijken bij de tragedies op de Middellandse Zee. Met hun schip Sea-Watch redden ze vluchtelingen van de verdrinkingsdood.

Zakenman Harald Höppner houdt niet van het woord ‚avontuur‘. Tenminste niet om de actie te beschrijven die hij samen met een paar andere burgers uit de deelstaat Brandenburg op touw heeft gezet. Höppner en zijn vrienden zijn sinds juni 2015 actief op de Middellandse Zee, waar ze met een gerenoveerde viskotter hulp bieden aan vluchtelingen die voor de kust van Libië in afgeladen boten stappen in de hoop Europa te bereiken. Als Höppner en de anderen vanaf Lampedusa met de Sea-Watch de zee op gaan, weten ze nooit precies wat hun daar staat te wachten. Maar toch wil Höppner hun inzet geen ‚avontuur‘ noemen. Dat doet hem te veel denken aan avontuurtoerisme.
‘Wij zijn hier niet om iets te beleven’. Waarom dan wel? Omdat ze ertoe willen bijdragen dat minder mensen op hun vlucht voor oorlog en onderdrukking de dood vinden. Höppner noemt de hulp die ze bieden een humanitaire actie.

Hij en zijn medestrijders staan voor het type moedige burger, dat  zich er niet bij wil neerleggen dat de Duitse regering te bureaucratisch of met te weinig engagement optreedt tegen sommige noodtoestanden. Juist in de vluchtelingenhulp spelen particulieren een belangrijke rol in een cultuur van ondersteuning, die de overheden niet op die manier aan de dag leggen. Ze geven taalcursussen, organiseren voetbalwedstrijden, zamelen kleding in. De initiatiefnemers  van Sea-Watch gaan hierin letterlijk nog verder, doordat ze niet alleen hulp bieden in hun eigen buurt, maar ver weg, op de Middellandse Zee, op de grens tussen Afrika en Europa, die al voor zo veel vluchtelingen een dodelijke val is geworden.

Een 100 Jaar oude viskotter uit nederland

Het begon allemaal in de herfst van 2014 met een verontwaardigde discussie onder een stel vrienden uit het Brandenburgse Barnim over de berichten van vluchtelingen die in de Middellandse Zee waren verdronken en de reactie van de Europese overheden daarop. De Italiaanse marine had toen net haar hulpprogramma ‚Mare Nostrum‘ beëindigd, omdat het met zijn budget van jaarlijks negen miljoen euro te duur werd en Italië geen hulp kreeg van partners uit de Europese Unie. In plaats daarvan was men begonnen met de operatie ‚Triton‘, uitgevoerd door de Europese grensbewakingsorganisatie Frontex, die slechts een derde kostte en waarbij het volgens kritische stemmen meer om de bewaking van de Italiaanse grens ging dan om menselijke zorg.
 
De Brandenburgers wilden iets doen. Zo werd het idee geboren om zelf een hulpproject op te zetten. In december 2014 kocht de groep van eigen spaargeld in Nederland een honderd jaar oude viskotter op voor 60.000 euro. Ze knapten hem op voor nog eens 60.000 euro, zamelden geld in, wierven vrijwilligers en maakten zich klaar voor vertrek. Eind maart 2015 werd het schip gedoopt, midden april vertrok een bemanning bestaande uit vrijwilligers om de Sea-Watch vanuit Hamburg zo’n 3000 mijl helemaal om Europa heen naar het Italiaanse eilandje Lapedusa te varen. Twee maanden later kwamen ze aan en sinds eind juni helpen de Brandenburgers daadwerkelijk mee om vluchtelingen veilig naar Europa te brengen.

Actie in overleg met de Italiaanse kustwacht

‚Wij zijn geen revolutionairen‘, zegt Höppner, die thuis een winkel in decoratieve verlichting heeft. ‚We zijn heel gewone mensen, we hebben een idee, een visioen misschien.‘ Wat hij bedoelt is duidelijk: de actie is midden in de samenleving ontstaan. Iedereen kan iets doen, dat is een van de boodschappen. Het gaat hun niet om confrontatie noch om politiek. De bemanning van de Sea-Watch biedt hulp volgens de regels van het gezond verstand: ze zijn in overleg met de Italiaanse kustwacht actief als eerste hulp en inzetbaar als extra eenheid voor noodgevallen.
 
Een beetje politiek is de actie natuurlijk toch wel. Vooral omdat hij is opgezet als mediaproject: publiciteit uitdrukkelijk gewenst. Aanvankelijk waren de bemanningsleden zo open dat ze na de eerste dagen op Lampedusa een beetje gas terug moesten nemen. Een journalist wilde dagelijks live verslag uitbrengen op radio en tv. Dat zette de bemanning onder druk en daarom besloten ze benaderbaar te blijven voor journalisten, maar geen live-berichtgeving meer toe te laten.

Höppner en zijn vrienden zijn geleidelijk gewend geraakt aan  de dagelijkse routine van de hulpverlening. Ze hebben op Lapedusa in een vakantiehuisje een kleine centrale ingericht. Omdat het geld dat ze inzamelen niet voldoende is om de kapiteins, technici en artsen te betalen, zijn er maar een paar fulltime bemanningsleden. Om de twee weken wordt er een nieuwe bemanning samengesteld, wat de voorbereiding op de inzet niet eenvoudiger maakt. Maar de groep heeft het gevoel dat het de moeite waard is. Ze waren al bij de eerste reddingsacties voor de Libische kust. De civiele vluchtelingenhelpers van de Sea-Watch zitten nu midden in dit avontuur, dat Harald Höppner niet zo wil noemen.